Corendon niet aansprakelijk voor verlopen paspoorten reizigers
ECLI:NL:GHAMS:2026:2152, Gerechtshof Amsterdam, 04-08-2026, 200.361.743/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Pakketreisovereenkomst. Precontractuele informatieplicht van de organisator (7:502 BW). De organisator heeft de reizigers (voorafgaand aan de boeking en bovendien tijdig daarna) via de website, in de algemene voorwaarden en door middel van e-mails op duidelijke, begrijpelijke en voldoende in het oog springende manier algemene informatie verstrekt over paspoortverplichtingen in de Verenigde Arabische Emiraten, waaronder begrepen informatie met betrekking tot de vereiste geldigheidsduur van de paspoorten.
Kern van de zaak
Een gezin kon niet vertrekken op een pakketreis geboekt via Corendon omdat hun paspoorten onvoldoende geldig waren. De reizigers stelden dat Corendon haar wettelijke informatieplicht had geschonden door hen niet duidelijk te wijzen op de zesmaandsgeldigheidseis voor paspoorten. De kantonrechter gaf hen gelijk; Corendon ging in hoger beroep.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de reizigers af. Doorslaggevend is dat Corendon haar precontractuele informatieplicht ex artikel 7:502 lid 1 aanhef en onder f BW wél is nagekomen, nu de wet geen nadere eisen stelt aan het medium en de informatie via algemene webpagina's en de ANVR Reizigersvoorwaarden beschikbaar was.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische relevantie voor de reisbranche en consumentengeschillen over pakketreizen, maar betreft een feitelijk oordeel op hoger beroepsniveau zonder fundamentele nieuwe rechtsregel; de impact blijft daarmee beperkt tot de sector.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 7:502 lid 1 sub f BW verplicht reisorganisatoren tot verstrekking van algemene paspoort- en visuminformatie vóór sluiting van de pakketreisovereenkomst.
- 2De wet stelt geen eisen aan het medium; bij een volledig online boekingsproces kan informatie ook online worden verstrekt.
- 3Informatieverstrekking via algemene webpagina's en ANVR Reizigersvoorwaarden kan volstaan, mits de informatie duidelijk, begrijpelijk en in het oog springend is.
- 4Het hof oordeelt dat Corendon aan haar informatieplicht heeft voldaan en de schade niet hoeft te vergoeden.
- 5De reizigers worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van beide instanties en moeten hetgeen Corendon ter uitvoering al had betaald terugbetalen.
Impactanalyse
Juridische impact
Het arrest verduidelijkt de reikwijdte van de precontractuele informatieplicht van reisorganisatoren onder artikel 7:502 lid 1 sub f BW en bevestigt dat digitale informatieverstrekking via webpagina's en algemene voorwaarden kan volstaan, mits duidelijk en in het oog springend gepresenteerd.
Praktische impact
Reizigers kunnen reisorganisatoren niet zonder meer aansprakelijk stellen voor schade door verlopen reisdocumenten als de benodigde informatie raadpleegbaar was via de website of algemene reisvoorwaarden. Voor Corendon en vergelijkbare aanbieders bevestigt dit arrest de rechtmatigheid van hun huidige informatiestructuur.
Onderwerp-impact
Voor de reisbranche schept dit arrest duidelijkheid over de minimumvereisten voor paspoortinformatie bij online pakketreisboekingen, al laat het de vraag open hoe 'in het oog springend' precies moet worden geïnterpreteerd in concrete gevallen.
Samenvatting
Dit arrest van het Gerechtshof Amsterdam betreft een geschil tussen een gezin (geïntimeerden) en reisorganisator Corendon over de vraag of Corendon haar precontractuele informatieplicht heeft geschonden door reizigers onvoldoende te informeren over de zesmaandsgeldigheidseis voor paspoorten bij de bestemming. De reizigers konden niet vertrekken omdat hun paspoorten op het moment van vertrek niet meer voldoende geldig waren. Zij stelden dat Corendon hen niet proactief, duidelijk en in het oog springend had gewaarschuwd en vorderden schadevergoeding. De kantonrechter oordeelde in eerste aanleg in hun voordeel en wees de vorderingen toe, inclusief buitengerechtelijke incassokosten. Corendon ging in hoger beroep en stelde dat zij wel degelijk had voldaan aan haar wettelijke verplichting uit artikel 7:502 lid 1 aanhef en onder f BW, op grond waarvan reisorganisatoren in de precontractuele fase algemene informatie over paspoort- en visumverplichtingen moeten verstrekken. Het hof stelt vast dat de wet geen eisen stelt aan het medium waarmee deze informatie wordt verstrekt. Bij een volledig online boekingsproces is het verstrekken van informatie via webpagina's en de ANVR Reizigersvoorwaarden in beginsel toelaatbaar, mits de informatie duidelijk, begrijpelijk en in het oog springend is aangeboden. Het hof oordeelt dat Corendon aan deze norm heeft voldaan en dat de omstandigheid dat reizigers de informatie mogelijk over het hoofd hebben gezien, niet aan Corendon kan worden toegerekend. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst alle vorderingen van de reizigers af. Zij worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van beide instanties en dienen hetgeen Corendon reeds ter uitvoering van het eerste vonnis had betaald terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente. Het arrest bevestigt dat online reisorganisatoren hun informatieplicht kunnen nakomen via digitale kanalen, maar dat die informatie wel daadwerkelijk kenbaar en toegankelijk moet zijn.