Appellant hoofdelijk aansprakelijk voor sluitingsschade horecabedrijf na explosie
ECLI:NL:GHAMS:2026:2100, Gerechtshof Amsterdam, 21-07-2026, 200.355.088
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Hoofdelijke aansprakelijkheid; 6:102 BW; 6:99 BW; eigenaar coffeeshop lijdt schade als gevolg van de sluiting door de burgemeester na drie geweldsincidenten. Appellant, die verantwoordelijk is voor het tweede geweldsincident, is hoofdelijk aansprakelijk voor de gevolgen van de sluiting na het derde geweldsincident. Geen schending schadebeperkingsplicht door geen bezwaar aan te tekenen tegen het besluit van de burgemeester.
Kern van de zaak
Een horecabedrijf (geïntimeerde) vordert schadevergoeding van appellant omdat zijn zaak op last van de burgemeester werd gesloten na meerdere geweldsincidenten, waaronder een explosie veroorzaakt door appellant. Appellant betwist in hoger beroep het causaal verband tussen zijn daad en de sluitingsschade, stellende dat de beschieting door een derde de eigenlijke aanleiding voor de burgemeesterssluiting was.
Beslissing van de rechter
Het hof vernietigt het bestreden vonnis gedeeltelijk en veroordeelt appellant hoofdelijk tot betaling van € 232.783,00 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 oktober 2022. De doorslaggevende reden is dat de door appellant veroorzaakte explosie heeft bijgedragen aan het besluit tot sluiting, zodat sprake is van samenlopende oorzaken in de zin van art. 6:102 BW.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past bestaande causaliteitsdoctrine (art. 6:102 BW) toe op een feitelijk specifieke situatie rondom burgemeesterssluiting en heeft daarmee beperkte precedentwerking, maar is relevant voor horecaondernemers en daders bij geweldsincidenten die leiden tot bestuurlijke sluitingen.
Belangrijkste punten
- 1Hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van art. 6:102 BW vereist samenlopende oorzaken die elk bijdragen aan de schade; de explosie veroorzaakt door appellant kwalificeerde als zodanige bijdragende oorzaak.
- 2Appellant voerde aan dat de beschieting door een derde de primaire aanleiding voor de sluiting was en dat zijn daad slechts een ondersteunend argument betrof, maar dit verweer werd door het hof verworpen.
- 3Subsidiair beriep geïntimeerde zich op art. 6:99 BW (alternatieve causaliteit) voor het geval geen sprake zou zijn van samenwerkende oorzaken.
- 4Het vonnis werd gedeeltelijk vernietigd op het punt van het toegewezen bedrag (€ 233.078,42 verlaagd naar € 232.783,00); voor het overige werd bekrachtigd.
- 5Appellant, die in eerste aanleg verstek liet gaan, droeg in hoger beroep de proceskosten van € 11.543.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een dader hoofdelijk aansprakelijk kan worden gehouden op grond van art. 6:102 BW ook wanneer zijn bijdrage aan de schadeveroorzakende overheidsmaatregel slechts één van meerdere factoren is, mits die bijdrage aantoonbaar heeft meegewogen in het besluit. Dit onderstreept het ruime toepassingsbereik van samenlopende oorzaken bij burgemeesterssluiting.
Praktische impact
Voor de benadeelde horecaondernemer betekent de uitspraak dat hij een substantiële schadevergoeding ontvangt voor de gederfde inkomsten tijdens de sluitingsperiode. Voor daders van geweldsincidenten in of nabij horecagelegenheden schept de uitspraak een duidelijk risico op civielrechtelijke aansprakelijkheid voor de sluitingsschade, ook indien andere incidenten mede aanleiding gaven tot het sluitingsbesluit.
Onderwerp-impact
In de horecasector benadrukt deze uitspraak dat eigenaren sluitingsschade kunnen verhalen op individuele daders van geweldsincidenten die bijdragen aan een burgemeesterssluiting, wat de positie van horecaondernemers versterkt bij het verhalen van overheidsdwang-gerelateerde schade.
Samenvatting
In deze zaak vorderde de eigenaar van een horecabedrijf schadevergoeding van appellant wegens de sluiting van zijn zaak door de burgemeester op 4 oktober 2022. De sluiting vloeide voort uit drie geweldsincidenten, waaronder een explosie die appellant had veroorzaakt en een latere beschieting door een derde. Appellant had in eerste aanleg geen verweer gevoerd en was veroordeeld tot betaling van ruim € 233.000. In hoger beroep betwistte hij het causaal verband, stellende dat de beschieting door die derde de eigenlijke aanleiding voor de sluiting was en dat zijn explosie slechts een ondersteunend argument betrof in het sluitingsbesluit van de burgemeester. Daarmee zou van hoofdelijke aansprakelijkheid ex art. 6:102 BW geen sprake kunnen zijn. Het Gerechtshof Amsterdam verwierp dit verweer. Nu de door appellant veroorzaakte explosie aantoonbaar heeft bijgedragen aan het besluit van de burgemeester tot sluiting, is voldaan aan de vereisten van samenlopende oorzaken in de zin van art. 6:102 BW. Het feit dat de beschieting expliciet als aanleiding in het sluitingsbesluit wordt benoemd, doet hier niet aan af: meerdere factoren kunnen gezamenlijk een bestuurlijk besluit dragen en elk van de betrokken daders kan daarvoor hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden. Geïntimeerde had zijn schade onderbouwd met een deskundigenrapport van een belastingkundige, financiële stukken over 2019-2021 en zijn aangifte inkomstenbelasting over 2022. Het hof vernietigde het bestreden vonnis gedeeltelijk – uitsluitend op het punt van het toe te wijzen bedrag, dat werd bijgesteld van € 233.078,42 naar € 232.783,00 – en bekrachtigde het vonnis voor het overige. Appellant werd tevens veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep ten bedrage van € 11.543. De uitspraak illustreert dat daders van geweldsincidenten die (mede) leiden tot een burgemeesterssluiting, civielrechtelijk volledig aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de hieruit voortvloeiende bedrijfsschade, ook wanneer andere incidenten evenzeer hebben bijgedragen.