JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2016Laag28/100

Hof Amsterdam beoordeelt verwachtingswaarde warme grond in deskundigenonderzoek

ECLI:NL:GHAMS:2026:2016, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 200.267.385/01 en 200.340.417/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 12 mei 2026Publicatie: 23 juli 2026
Zaaknummer:200.267.385/01 en 200.340.417/01
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Schadevergoeding
Vastgoed
Deskundigenonderzoek
Schadestaatprocedure
Warme Grond
Verwachtingswaarde
Vastgoedwaardering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Belemmeringenwet Privaatrecht. Gedoogplicht. Eigenaar van een drietal percelen met een agrarische bestemming vordert schadevergoeding van TenneT die het recht heeft verkregen om een hoogspanningsverbinding aan te leggen en in stand te houden op die percelen. Partijen verschillen van mening over de waardedaling van de percelen als gevolg van de gedoogbeschikking. Het hof acht een (nieuw) onafhankelijk deskundigenonderzoek noodzakelijk naar die waardedaling.

Kern van de zaak

Een partij genaamd Delta heeft gronden aangekocht met het oog op toekomstige ontwikkeling. In een geschil over de waardebepaling van deze 'warme grond' heeft de rechtbank een deskundige benoemd om de verwachtingswaarde vast te stellen, waarna het hof in hoger beroep de grenzen en uitgangspunten van dat deskundigenonderzoek beoordeelt.

Beslissing van de rechter

Het hof behandelt (mogelijk in een tussenarrest) de opdracht aan en vraagstelling voor de deskundige inzake de verwachtingswaarde van de percelen als 'warme grond'. De doorslaggevende overweging is dat de deskundige zelf de hoogte van de verwachtingswaarde dient te bepalen, met inachtneming van bindende beslissingen uit het vonnis in de hoofdzaak.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstische tussenbeslissing van een gerechtshof over de opdrachtverstrekking aan een deskundige in een individueel vastgoedgeschil. De uitspraaktekst is bovendien onvolledig, waardoor de werkelijke reikwijdte onduidelijk blijft.

Belangrijkste punten

  • 1De percelen worden gekwalificeerd als 'warme grond': naast agrarische waarde wordt een verwachtingswaarde toegekend.
  • 2De deskundige heeft een zelfstandige taak bij het bepalen van de verwachtingswaarde en mag niet afwijken van bindende beslissingen uit het tussenvonnis.
  • 3Delta heeft de gronden destijds aangekocht met het uitdrukkelijke doel deze in de (verre) toekomst te ontwikkelen.
  • 4De deskundige dient specifieke vragen en omstandigheden kenbaar bij zijn onderzoek te betrekken en te motiveren waarom bepaalde factoren al dan niet van invloed zijn.
  • 5De uitspraaktekst is fragmentarisch en onvolledig, waardoor de volledige beslissing en motivering niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de kaders waarbinnen een deskundige de verwachtingswaarde van warme grond dient te bepalen, waarbij bindende rechterlijke beslissingen uit de hoofdzaak leidend zijn. De zelfstandige beoordelingsruimte van de deskundige wordt daarmee afgebakend.

Praktische impact

Voor partijen in vastgoedgeschillen over de waardering van ontwikkelingsgrond betekent dit dat eerder vastgestelde uitgangspunten in de hoofdprocedure ook het deskundigenonderzoek binden, wat de handelingsruimte in de schadestaatprocedure beperkt.

Onderwerp-impact

In vastgoedzaken met 'warme grond' bevestigt het hof dat de verwachtingswaarde een zelfstandig te beoordelen component is naast de agrarische waarde, wat relevant is voor planschadevergoeding, onteigening en vastgoedtransacties.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam (zaaknummers 200.267.385/01 en 200.340.417/01, arrest van 12 mei 2026) staat de waardering van percelen als zogenoemde 'warme grond' centraal. Partij Delta had deze gronden destijds aangekocht met het uitdrukkelijke doel om ze op enig moment in de (verre) toekomst te ontwikkelen. De gronden worden niet slechts op agrarische waarde getaxeerd, maar er wordt tevens een verwachtingswaarde aan toegekend die de toekomstige ontwikkelingspotentie weerspiegelt. Het hof behandelt — vermoedelijk in een tussenarrest — de wijze waarop de deskundige die door de rechtbank is benoemd zijn onderzoek dient te verrichten. Kernpunt is dat de deskundige een zelfstandige beoordelingsruimte heeft bij het vaststellen van de hoogte van de verwachtingswaarde, maar daarbij gehouden is aan de bindende beslissingen die in het tussenvonnis in de hoofdzaak zijn neergelegd. Van deze uitgangspunten mag de deskundige niet afwijken. Daarnaast dient de deskundige specifieke door het hof geformuleerde vragen en omstandigheden kenbaar in zijn onderzoek te betrekken, en dient hij te motiveren waarom bepaalde factoren wel of niet van invloed zijn op de verwachtingswaarde. De juridische vraag spitst zich toe op de grenzen van de deskundigenopdracht in het kader van een schadestaatprocedure en de verhouding tussen de bindende kracht van eerdere rechterlijke oordelen en de beoordelingsvrijheid van de deskundige. De uitspraaktekst is echter fragmentarisch en onvolledig, waardoor de volledige motivering en het dictum niet met zekerheid kunnen worden gereconstrueerd. Op basis van de beschikbare tekst lijkt het hof de deskundigenopdracht nader te omlijnen en de kaders voor de waardebepaling vast te leggen. De praktische betekenis betreft vooral de afbakening van de deskundigenrol in vastgoedwaarderingsgeschillen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 30 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4428Laag
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4428, Raad van State, 29-07-2026, 202505653/1/A3

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4413Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4413, Raad van State, 29-07-2026, 202403011/1/A2

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4414Laag
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4414, Raad van State, 29-07-2026, 202403009/1/A2

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4434Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4434, Raad van State, 29-07-2026, 202306264/4/R3

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied