Klokkenluider-partner vecht maatregelen EY aan bij hof
ECLI:NL:GHAMS:2026:1940, Gerechtshof Amsterdam, 30-06-2026, 200.326.359/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beroepsaansprakelijkheid advocatenkantoor. Advocatenkantoor dat in opdracht van EY een onderzoek deed, waarbij appellant als informant werd gehoord, heeft niet onrechtmatig tegenover appellant gehandeld, daarmee is er ook geen grondslag voor vergoeding van schade. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de in hoger beroep gewijzigde vorderingen af.
Kern van de zaak
Een partner bij EY (via zijn praktijkvennootschap) kreeg in 2018 een formele waarschuwing en een korting op zijn winstaandeel. Hij tekende intern beroep aan en deelde daarbij informatie over een andere partner (partner X), waarna EY een extern advocatenkantoor inschakelde voor onderzoek. De zaak betreft een geschil over de rechtmatigheid van de opgelegde maatregelen en de gang van zaken rondom de klokkenluidersprocedure.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is op basis van de beschikbare tekst onvolledig – het hof heeft nog geen eindbeslissing gegeven of de beslissing ontbreekt in het aangeleverde fragment. Op grond van de feiten is vast te stellen dat het hof de zaak inhoudelijk in behandeling heeft genomen, maar de uitkomst (toewijzing, afwijzing of gedeeltelijke honorering van de vorderingen) kan uit dit fragment niet worden vastgesteld.
Impactscore
MiddelDe zaak is feitelijk specifiek en speelt op het niveau van een gerechtshof; de beschikbare tekst is onvolledig, waardoor de daadwerkelijke rechtsontwikkeling niet kan worden beoordeeld. De thematiek van klokkenluiders binnen accountantskantoren heeft wel bredere relevantie.
Belangrijkste punten
- 1Appellant was van 2014 tot 2021 partner bij EY via zijn praktijkvennootschap; de zaak speelt zich af in die periode.
- 2In oktober 2018 ontving appellant een formele waarschuwing wegens schending van interne regels en een korting van 4,84% op het winstaandeel FY18, met indeling in de categorie 'Need to Progress'.
- 3Appellant tekende intern beroep aan tegen de winstkorting en deelde daarbij informatie over partner X, wat leidde tot gesprekken in 2020 en een extern onderzoek door advocatenkantoor [geïntimeerde 2].
- 4De EY Nederland Klokkenluidersregeling (in werking getreden 1 februari 2017) en bijbehorende Klachtenregeling spelen een centrale rol in de beoordeling van de rechtsbetrekking.
- 5De exacte beslissing en motivering van het hof ontbreken in het aangeleverde fragment; de analyse is gebaseerd op onvolledige processtukken.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de vraag in hoeverre een partner bij een accountantskantoor bescherming geniet onder een interne klokkenluidersregeling en of opgelegde sancties (waarschuwing, winstkorting) rechtmatig zijn. De uitkomst kan relevant zijn voor de rechtspositie van partners bij grote professionele dienstverleners.
Praktische impact
Voor appellant betekent de procedure een aanvechting van financiële en reputatieschade als gevolg van de opgelegde maatregelen; voor EY staat de rechtmatigheid van haar interne sanctionerings- en klokkenluidersprocedures op het spel.
Onderwerp-impact
De zaak illustreert spanningen rondom klokkenluidersregelingen binnen grote accountantskantoren en de juridische positie van partners die misstanden melden, relevant voor de financiële-dienstverlening sector.
Samenvatting
Deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam betreft een geschil tussen een voormalig partner van Ernst & Young (appellant 1, handelend via zijn praktijkvennootschap appellant 2 B.V.) en EY. Appellant was van 2014 tot 2021 partner bij het accountants- en advieskantoor. In oktober 2018 ontving hij een formele waarschuwing wegens vermeende schending van interne regels en het niet opvolgen van instructies van leidinggevenden. Tegelijkertijd werd zijn winstaandeel over fiscaal boekjaar 2018 met 4,84% gekort, en werd hij ingedeeld in de categorie 'Need to Progress'. Appellant tekende intern beroep aan tegen deze korting. In het kader van dat beroep deelde hij informatie met EY over mogelijk ongepast gedrag van een collega-partner (partner X). Dit leidde in het voorjaar van 2020 tot gesprekken tussen appellant en vertegenwoordigers van EY, waarna EY het advocatenkantoor [geïntimeerde 2] inschakelde om onderzoek te doen naar partner X. De juridische kern van de zaak draait om de vraag of de opgelegde maatregelen – de waarschuwing en de winstkorting – rechtmatig waren en of appellant bescherming toekomt onder de EY Nederland Klokkenluidersregeling die op 1 februari 2017 in werking trad. Daarnaast is de rol van het ingeschakelde advocatenkantoor als geïntimeerde 2 een punt van geschil. Het hof heeft de zaak inhoudelijk in behandeling genomen en de feiten vastgesteld, maar de beslissing en motivering ontbreken in het aangeleverde fragment van de uitspraak. Een volledige juridische beoordeling is daarom niet mogelijk op basis van de beschikbare tekst. De zaak is van belang voor de rechtspositie van partners bij grote professionele dienstverleners die misstanden intern aan de kaak stellen.