Aanwezigheid gemeenteambtenaar bij zitting had geen invloed op beslissing
ECLI:NL:GHAMS:2026:1902, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.355.132/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Appellant heeft niet voldoende concreet toegelicht dat het handelen van de gemeente rondom de bemiddelingspoging van de gemeente bij een VvE-conflict onrechtmatig was. Zowel de rechtbank als het hof oordelen daarom dat de gemeente niet schadeplichtig is.
Kern van de zaak
Een stichting (c.s.) klaagt in hoger beroep over de aanwezigheid van een gemeenteambtenaar ([naam 6]) bij de mondelinge behandeling bij de kantonrechter in 2019. De zaak betreft een geschil over de noodzaak van funderingsherstel en een daarvoor benodigde omgevingsvergunning. De stichting stelt dat de aanwezigheid van [naam 6] de uitkomst van de kantonrechterprocedure heeft beïnvloed.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de klacht over de aanwezigheid van [naam 6] af, omdat niet is gebleken dat zijn aanwezigheid enige invloed heeft gehad op de beslissing van de kantonrechter. De kantonrechter heeft zelfstandig de rapporten beoordeeld en op basis daarvan geconcludeerd dat funderingsherstel niet noodzakelijk was.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een sterk feitelijk en procedureel oordeel in een individuele zaak zonder bredere precedentwerking. De tekst van de uitspraak is bovendien fragmentarisch, wat beoordeling van de volledige reikwijdte bemoeilijkt.
Belangrijkste punten
- 1De stichting c.s. maakte bezwaar tegen de aanwezigheid van gemeenteambtenaar [naam 6] aan de zijde van verzoekers bij de mondelinge behandeling.
- 2[naam 6] verklaarde zelf geen directe betrokkenheid bij het geschil te hebben en geen rapporten te kennen; de zaak was door de burgemeester onder zijn aandacht gebracht.
- 3De kantonrechter heeft zelfstandig kennis genomen van de funderingsrapporten en daaruit een eigen conclusie getrokken.
- 4Uit het proces-verbaal blijkt dat [naam 6] geen inhoudelijk standpunt over funderingsherstel innam (ontbrekende rapporten beletten een oordeel).
- 5Het hof concludeert dat niet is aangetoond dat de aanwezigheid van [naam 6] de beslissing van 3 oktober 2019 heeft beïnvloed.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een procedureel bezwaar tegen de aanwezigheid van een derde bij een mondelinge behandeling alleen slaagt als aantoonbaar is dat dit de rechterlijke beslissing heeft beïnvloed. Louter aanwezigheid van een partijvertegenwoordiger zonder inhoudelijke invloed leidt niet tot vernietiging van de beslissing.
Praktische impact
Voor de stichting c.s. betekent dit dat hun klacht over de gang van zaken bij de kantonrechterzitting niet leidt tot een andere uitkomst in hoger beroep. De beslissing over de omgevingsvergunning voor funderingsherstel blijft daarmee in stand.
Onderwerp-impact
In vastgoed- en bouwgerelateerde geschillen over funderingsherstel blijft de eis van een deugdelijk funderingsrapport als onderbouwing van noodzakelijkheid overeind; zonder dat rapport kan noch een vergunning worden aangevraagd, noch een rechter de noodzaak vaststellen.
Samenvatting
Deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam betreft een hoger beroep in een geschil over funderingsherstel van onroerend goed waarbij een stichting (c.s.) en de gemeente Amsterdam betrokken zijn. De stichting c.s. had bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid van een gemeenteambtenaar, [naam 6], bij de mondelinge behandeling voor de kantonrechter op 18 september 2019. [naam 6] was op verzoek van verzoekers aanwezig om namens de gemeente te verklaren dat bepaalde door de stichting overgelegde informatie niet het standpunt van de gemeente weerspiegelde. De stichting stelde dat deze aanwezigheid de beslissing van de kantonrechter van 3 oktober 2019 onrechtmatig had beïnvloed. Het hof verwerpt dit betoog. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat [naam 6] heeft verklaard dat hij vanwege ontbrekende rapporten geen uitspraak kon doen over de noodzaak van funderingsherstel. Hij nam dus geen inhoudelijk standpunt in dat de kantonrechter kon hebben gestuurd. Het hof stelt vast dat de kantonrechter zelfstandig de beschikbare funderingsrapporten heeft bestudeerd en op basis daarvan tot de conclusie is gekomen dat funderingsherstel niet noodzakelijk was en dat een omgevingsvergunning daarvoor niet hoefde te worden aangevraagd. Van een causaal verband tussen de aanwezigheid van [naam 6] en de rechterlijke beslissing is niet gebleken. De juridische kern van de uitspraak is dat een procedureel gebrek — de betwiste aanwezigheid van een derde partij — alleen tot vernietiging van een rechterlijke beslissing kan leiden als aannemelijk is gemaakt dat dit gebrek de uitkomst heeft beïnvloed. Nu de kantonrechter aantoonbaar een zelfstandig en gemotiveerd oordeel heeft geveld op basis van de stukken, blijft de beslissing in stand. De uitkomst heeft beperkte precedentwerking maar illustreert het belang van een deugdelijke funderingsrapportage als basis voor procedures over omgevingsvergunningen.