Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht
ECLI:NL:HR:2026:1512, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/01034
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Kern van de zaak
Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Hof van 6 november 2025. De griffier sommeerde belanghebbende herhaaldelijk het verschuldigde griffierecht te voldoen, maar betaling bleef uit. Belanghebbende reageerde evenmin op de geboden gelegenheid om uit te leggen waarom het griffierecht niet was betaald.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb. De doorslaggevende reden is dat het griffierecht niet is voldaan en belanghebbende niet heeft gereageerd op de herstelmogelijkheid die hem via het digitale dossier en e-mail was geboden.
Impactscore
LaagHet betreft een routinematige niet-ontvankelijkverklaring wegens onbetaald griffierecht zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is volledig bepaald door vaste wettelijke regels en bestaande jurisprudentie.
Belangrijkste punten
- 1Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende sommatie.
- 2Herstelmogelijkheid geboden via digitaal dossier én e-mailkennisgeving op 20 juli 2026; belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.
- 3Ontvangst van het digitale bericht wordt op grond van artikel 8:36c lid 2 Awb geacht te hebben plaatsgevonden op de dag van plaatsing (20 juli 2026).
- 4Niet-ontvankelijkverklaring volgt dwingend uit artikel 8:41 lid 6 Awb bij uitblijven betaling én uitleg.
- 5Geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van artikel 8:41 lid 6 Awb: wie griffierecht niet betaalt en de hersteltermijn onbenut laat, wordt zonder inhoudelijke beoordeling niet-ontvankelijk verklaard. De digitale kennisgevingsregels van artikel 8:36c lid 2 Awb worden consequent gehanteerd.
Praktische impact
Belanghebbende verliest het recht op een inhoudelijke behandeling van zijn cassatieberoep uitsluitend door procedureel verzuim. Dit benadrukt voor rechtzoekenden het belang van tijdige betaling van griffierecht en actieve opvolging van digitale berichten.
Onderwerp-impact
Voor belasting- en bestuursprocedures bij de Hoge Raad onderstreept dit arrest dat digitale dossiercommunicatie juridisch bindend is en dat nalaten reageren fatale gevolgen heeft voor de ontvankelijkheid.
Samenvatting
In deze procedure bij de Hoge Raad stond uitsluitend de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie centraal. Belanghebbende had cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Hof van 6 november 2025. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief van 16 juni 2026 op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Uit Track & Trace-gegevens van PostNL bleek dat de brief was afgeleverd op het opgegeven adres, maar betaling bleef uit. Op 20 juli 2026 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende, waarin hem de gelegenheid werd geboden binnen vier weken uitleg te geven over het uitblijven van de betaling. Tevens werd op diezelfde dag een kennisgeving verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres. Op grond van artikel 8:36c lid 2 Awb nam de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht op 20 juli 2026 had ontvangen. Belanghebbende maakte echter geen gebruik van de geboden herstelmogelijkheid: hij betaalde het griffierecht niet alsnog en gaf ook geen verklaring voor zijn verzuim. De rechtsvraag was of het cassatieberoep onder deze omstandigheden ontvankelijk kon worden verklaard. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag ontkennend. Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb is niet-ontvankelijkverklaring het dwingende rechtsgevolg wanneer het griffierecht niet wordt voldaan én de belanghebbende de hersteltermijn onbenut laat. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak illustreert dat naleving van griffierechtverplichtingen en actieve opvolging van digitale processtukken absolute voorwaarden zijn voor toegang tot de cassatierechter, en dat procedureel verzuim een inhoudelijke beoordeling volledig blokkeert.