Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden
ECLI:NL:HR:2026:1511, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/00946
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Kern van de zaak
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2026, maar het beroepschrift bevatte geen gronden zoals vereist door artikel 6:5 lid 1 letter d Awb. Belanghebbende kreeg de kans het verzuim te herstellen, maar diende de gronden één dag te laat in en beriep zich daarbij op een technische storing in het webportaal.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Hoewel belanghebbende stelde dat een storing op het webportaal tijdige indiening verhinderde, kon dit niet worden bevestigd uit onderzoek, waardoor de te late indiening niet verschoonbaar werd geacht.
Impactscore
LaagHet arrest betreft een procedurele niet-ontvankelijkheid zonder inhoudelijke rechtsvraag; het bevestigt bestaande rechtspraak over hersteltermiijnen en digitale procesvoering zonder nieuwe rechtsregels te stellen.
Belangrijkste punten
- 1Beroepschrift in cassatie zonder gronden is een herstelbaar verzuim op grond van art. 6:5 lid 1 letter d Awb
- 2Plaatsing van herstelbericht in digitaal dossier geldt als ontvangen op de dag van plaatsing (art. 8:36c lid 2 Awb)
- 3Herstelgronden werden één dag na het verstrijken van de zes-wekentermijn ingediend
- 4Beroep op technische storing in het webportaal werd niet door onderzoek van de Hoge Raad bevestigd
- 5Niet-ontvankelijkverklaring zonder proceskostenveroordeling
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de Hoge Raad strikt omgaat met hersteltermijnen bij digitale indiening via het webportaal en dat een beroep op een technische storing alleen slaagt indien de storing ook daadwerkelijk uit onderzoek blijkt.
Praktische impact
Procespartijen die digitaal procederen bij de Hoge Raad dienen tijdig te handelen en niet tot de laatste dag te wachten met indiening; een niet-verifieerbare storing vormt geen excuus voor overschrijding van een hersteltermijn.
Onderwerp-impact
Voor bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke cassatieprocedures onderstreept dit arrest het belang van zorgvuldige digitale procesvoering en het bewaken van hersteltermijnen bij het webportaal van de Hoge Raad.
Samenvatting
In deze zaak had belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2026. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, zoals verplicht op grond van artikel 6:5 lid 1 letter d Awb. De griffier stelde belanghebbende op 8 april 2026 via het digitale dossier in de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen zes weken. Op grond van artikel 8:36c lid 2 Awb gold dit bericht als ontvangen op 8 april 2026, waarmee de hersteltermijn eindigde op 20 mei 2026. Eveneens op 8 april 2026 werd een kennisgeving gestuurd naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres, zodat de Hoge Raad aannam dat het bericht tijdig was ontvangen. Op 21 mei 2026 ontving de Hoge Raad via het webportaal een brief met de gronden van het beroep – één dag na het verstrijken van de termijn. Belanghebbende voerde als reden aan dat hij op 20 mei 2026 had geprobeerd de brief tijdig in te dienen, maar dat een technische storing dit had verhinderd. Uit nader onderzoek door de Hoge Raad kon deze storing echter niet worden bevestigd. De centrale juridische vraag was of de termijnoverschrijding verschoonbaar was wegens een technische storing in het digitale indieningssysteem. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag ontkennend: nu de gestelde storing niet kon worden vastgesteld, was er geen grond om de te late indiening te verschonen. Het beroep in cassatie werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling bleef achterwege. De uitspraak bevestigt dat bij digitaal procederen via het webportaal van de Hoge Raad strenge eisen gelden voor het tijdig indienen van processtukken en dat een beroep op technische problemen alleen kans van slagen heeft indien die problemen ook aantoonbaar zijn.