JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1511Laag28/100

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

ECLI:NL:HR:2026:1511, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/00946

Hoge RaadUitspraak: 18 september 2026Publicatie: 18 september 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:26/00946
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
Cassatie
Niet Ontvankelijk
Digitaal Procederen
Hersteltermijn
Webportaal

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2026, maar het beroepschrift bevatte geen gronden zoals vereist door artikel 6:5 lid 1 letter d Awb. Belanghebbende kreeg de kans het verzuim te herstellen, maar diende de gronden één dag te laat in en beriep zich daarbij op een technische storing in het webportaal.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Hoewel belanghebbende stelde dat een storing op het webportaal tijdige indiening verhinderde, kon dit niet worden bevestigd uit onderzoek, waardoor de te late indiening niet verschoonbaar werd geacht.

28van 100

Impactscore

Laag

Het arrest betreft een procedurele niet-ontvankelijkheid zonder inhoudelijke rechtsvraag; het bevestigt bestaande rechtspraak over hersteltermiijnen en digitale procesvoering zonder nieuwe rechtsregels te stellen.

Belangrijkste punten

  • 1Beroepschrift in cassatie zonder gronden is een herstelbaar verzuim op grond van art. 6:5 lid 1 letter d Awb
  • 2Plaatsing van herstelbericht in digitaal dossier geldt als ontvangen op de dag van plaatsing (art. 8:36c lid 2 Awb)
  • 3Herstelgronden werden één dag na het verstrijken van de zes-wekentermijn ingediend
  • 4Beroep op technische storing in het webportaal werd niet door onderzoek van de Hoge Raad bevestigd
  • 5Niet-ontvankelijkverklaring zonder proceskostenveroordeling

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de Hoge Raad strikt omgaat met hersteltermijnen bij digitale indiening via het webportaal en dat een beroep op een technische storing alleen slaagt indien de storing ook daadwerkelijk uit onderzoek blijkt.

Praktische impact

Procespartijen die digitaal procederen bij de Hoge Raad dienen tijdig te handelen en niet tot de laatste dag te wachten met indiening; een niet-verifieerbare storing vormt geen excuus voor overschrijding van een hersteltermijn.

Onderwerp-impact

Voor bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke cassatieprocedures onderstreept dit arrest het belang van zorgvuldige digitale procesvoering en het bewaken van hersteltermijnen bij het webportaal van de Hoge Raad.

Samenvatting

In deze zaak had belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2026. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, zoals verplicht op grond van artikel 6:5 lid 1 letter d Awb. De griffier stelde belanghebbende op 8 april 2026 via het digitale dossier in de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen zes weken. Op grond van artikel 8:36c lid 2 Awb gold dit bericht als ontvangen op 8 april 2026, waarmee de hersteltermijn eindigde op 20 mei 2026. Eveneens op 8 april 2026 werd een kennisgeving gestuurd naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres, zodat de Hoge Raad aannam dat het bericht tijdig was ontvangen. Op 21 mei 2026 ontving de Hoge Raad via het webportaal een brief met de gronden van het beroep – één dag na het verstrijken van de termijn. Belanghebbende voerde als reden aan dat hij op 20 mei 2026 had geprobeerd de brief tijdig in te dienen, maar dat een technische storing dit had verhinderd. Uit nader onderzoek door de Hoge Raad kon deze storing echter niet worden bevestigd. De centrale juridische vraag was of de termijnoverschrijding verschoonbaar was wegens een technische storing in het digitale indieningssysteem. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag ontkennend: nu de gestelde storing niet kon worden vastgesteld, was er geen grond om de te late indiening te verschonen. Het beroep in cassatie werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling bleef achterwege. De uitspraak bevestigt dat bij digitaal procederen via het webportaal van de Hoge Raad strenge eisen gelden voor het tijdig indienen van processtukken en dat een beroep op technische problemen alleen kans van slagen heeft indien die problemen ook aantoonbaar zijn.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1519Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1519, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/00408

Hoge Raad18 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1485Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1485, Hoge Raad, 18-09-2026, 23/04183

Hoge Raad18 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1525Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1525, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/00414

Hoge Raad18 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1520Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1520, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/00409

Hoge Raad18 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied