Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht
ECLI:NL:HR:2026:1519, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/00408
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Kern van de zaak
Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 januari 2026. De griffier wees de belanghebbende per aangetekende brief op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Het griffierecht werd niet voldaan en de belanghebbende reageerde evenmin op de nadere gelegenheid om uitleg te geven.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb. De doorslaggevende reden is dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en de belanghebbende geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid om dit te verklaren.
Impactscore
LaagDe uitspraak is louter procedureel van aard en bevestigt een vaste, niet-controversiële toepassing van de griffierechtregeling. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de inhoudelijke zaak komt niet aan de orde.
Belangrijkste punten
- 1Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief van 12 maart 2026
- 2Aangetekende brief geldt als afgeleverd op het opgegeven adres op basis van Track&Trace-gegevens van PostNL
- 3Herstelmogelijkheid geboden via digitaal dossier en e-mailkennisgeving op 14 april 2026 (art. 8:36c lid 2 Awb)
- 4Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid uitleg te geven
- 5Niet-ontvankelijkverklaring volgt dwingend uit artikel 8:41 lid 6 Awb; geen proceskostenveroordeling
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de griffierechtregeling in cassatie: niet-betaling leidt onvermijdelijk tot niet-ontvankelijkheid, ook als de herstelgelegenheid onbenut blijft. Dit is vaste lijn in de rechtspraak van de Hoge Raad.
Praktische impact
Voor de belanghebbende betekent dit dat het cassatieberoep inhoudelijk niet wordt behandeld en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam onherroepelijk is geworden. Een gemiste betaling van griffierecht sluit de toegang tot de cassatierechter definitief af.
Onderwerp-impact
In belastingzaken is tijdige betaling van griffierecht een harde procesrechtelijke voorwaarde; partijen die procedeerden zonder rechtsbijstand lopen extra risico dit vereiste te missen.
Samenvatting
In deze zaak had een belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 januari 2026. De griffier van de Hoge Raad wees de belanghebbende per aangetekende brief van 12 maart 2026 op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde daarvoor een betalingstermijn van vier weken. Uit de Track&Trace-gegevens van PostNL bleek dat de brief op het door belanghebbende opgegeven adres was afgeleverd. Het griffierecht werd echter niet voldaan. Nadat de betalingstermijn was verstreken, plaatste de griffier op 14 april 2026 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de gelegenheid om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Van deze plaatsing werd diezelfde dag een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres. Op grond van artikel 8:36c lid 2 Awb neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht op 14 april 2026 heeft ontvangen. Belanghebbende heeft echter geen gebruik gemaakt van deze herstelmogelijkheid en heeft zich niet uitgelaten over de reden van niet-betaling. De centrale juridische vraag was of het beroep in cassatie ontvankelijk kon worden verklaard ondanks het uitblijven van griffierechtbetaling. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag ontkennend: op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard wanneer het griffierecht niet tijdig is betaald én de geboden gelegenheid voor uitleg onbenut blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is daarmee onherroepelijk. Het arrest illustreert de strikte werking van de griffierechtregeling als procesrechtelijke drempeleis.