Bank aansprakelijk voor falend toezicht na bankfraude derde
ECLI:NL:GHAMS:2026:1662, Gerechtshof Amsterdam, 23-06-2026, 200.314.395/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Schending zorgplicht van de bank jegens een derde, slachtoffer van fraude wiens geld via een bankrekening bij de bank is weggesluisd. In het licht van bij de bank bekende signalen over de rekeninghouder, mocht de bank het betalingsverkeer op de bankrekening niet ongehinderd blijven faciliteren. Eigen schuld derde, interne processen voldeden niet aan de daaraan te stellen eisen van zorgvuldige bedrijfsvoering
Kern van de zaak
Immo Azureen, zelf geen klant bij de bank, werd door onbekende derden opgelicht waarbij haar geld via een bankrekening bij de bank werd weggesluisd. Immo Azureen stelt dat de bank onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende toezicht te houden op de desbetreffende rekening. De zaak betreft een hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Beslissing van de rechter
Het hof beoordeelt of de bank jegens Immo Azureen onrechtmatig heeft gehandeld door tekort te schieten in haar toezichtsplicht op de bankrekening waarlangs de fraude liep. De verdere beoordeling spitst zich toe op de vraag of de bank tijdig en adequaat heeft gereageerd op signalen zoals adreswijzigingen en ongebruikelijke transactiepatronen; de definitieve uitkomst is uit de beschikbare tekst niet volledig op te maken.
Impactscore
MiddelDe zaak bevestigt en past bestaande rechtspraak over bancaire zorgplicht jegens derden toe op een concrete casus, maar stelt geen nieuwe fundamentele rechtsregel; de beschikbare tekst is bovendien onvolledig waardoor de definitieve uitkomst onzeker blijft.
Belangrijkste punten
- 1Immo Azureen is geen eigen klant van de bank maar eist schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad wegens falend toezicht.
- 2De bank ontdekte via automatische KvK-vergelijking een adreswijziging naar Iran en startte een KYC/EDR-procedure, maar paste het klantdossier niet tijdig bij toen het adres alweer was gewijzigd.
- 3Het betalingsverkeer vertoonde een regelmatig patroon, maar er waren opvallend veel contante stortingen in de periode november 2018 – april 2019.
- 4Het hof handhaaft het eerder in het tussenarrest geformuleerde toetsingskader (norm onder 5.4) voor de aansprakelijkheid van de bank jegens niet-klanten.
- 5Er zijn aanwijzingen van tegenstrijdige verklaringen van de rekeninghouder over zijn handelsactiviteiten, wat de zorgplichtbeoordeling beïnvloedt.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat banken onder omstandigheden een zorgplicht kunnen hebben jegens derden (niet-klanten) wier geld via een rekening bij de bank wordt weggesluisd, en dat tekortkomingen in KYC-toezicht onrechtmatig handelen kunnen opleveren.
Praktische impact
Banken dienen hun monitoringsprocessen en klantdossiers actueel te houden en adequaat te reageren op signalen zoals adreswijzigingen naar hoog-risicolanden, ook om aansprakelijkheid jegens gedupeerde derden te voorkomen.
Onderwerp-impact
Voor de financiële dienstverlening benadrukt deze zaak dat compliance- en KYC-tekortkomingen civielrechtelijke aansprakelijkheid kunnen meebrengen, ook ten opzichte van partijen met wie de bank geen directe contractuele relatie heeft.
Samenvatting
Deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam draait om de vraag of een bank onrechtmatig heeft gehandeld jegens Immo Azureen, een partij die zelf geen klant was bij de bank maar wier geld via een rekening bij die bank is verdwenen nadat zij slachtoffer werd van oplichting door onbekende derden. Immo Azureen vordert een bedrag van ruim € 14.000 plus rente en stelt dat de bank in haar toezichtsplicht tekort is geschoten. Het hof handhaaft het in het tussenarrest geformuleerde toetsingskader en beoordeelt of de bank de relevante zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden. Vastgesteld wordt dat het betalingsverkeer op de rekening aanvankelijk een regelmatig patroon vertoonde, maar dat er in de periode november 2018 tot april 2019 opvallend veel contante stortingen plaatsvonden. Verder komt naar voren dat de bank via automatische vergelijking met KvK-gegevens in juni 2019 een adreswijziging naar Iran signaleerde, waarna een KYC/EDR-procedure werd opgestart. Echter, toen het adres in het handelsregister al weer was gewijzigd naar Amstelveen, werd dit niet tijdig verwerkt in het klantdossier van de bank. Daarnaast blijkt de rekeninghouder tegenstrijdige verklaringen te hebben afgelegd over zijn handelsactiviteiten en de bestemming van goederen. De centrale juridische vraag is of deze tekortkomingen in het toezicht – het niet tijdig actualiseren van het klantdossier, het onvoldoende doorvragen bij afwijkende transacties en het te laat ingrijpen – kwalificeren als onrechtmatig handelen jegens een derde-benadeelde. De beschikbare tekst laat de definitieve eindbeslissing niet volledig zien, maar het hof lijkt kritisch te staan tegenover de wijze waarop de bank haar monitorings- en KYC-verplichtingen heeft uitgevoerd. De uitspraak is relevant voor de reikwijdte van bancaire zorgplicht en de aansprakelijkheid van banken jegens niet-klanten bij betalingsfraude.