Hoge Raad oordeelt over bestuurdersaansprakelijkheid bij informatieverzuim
ECLI:NL:HR:2026:912, Hoge Raad, 12-06-2026, 25/00053
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Persoonlijk ernstig verwijt?
Kern van de zaak
Bank Degroof heeft een vordering op FPA die onbetaald en onverhaalbaar is gebleven. Eiser 2, indirect bestuurder van FPA, wordt persoonlijk aansprakelijk gehouden omdat hij de bank onvoldoende zou hebben geïnformeerd over relevante procedures en schikkingen. Eisers bestrijden dit oordeel van het hof bij de Hoge Raad.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad behandelt klachten over het oordeel van het hof inzake persoonlijke aansprakelijkheid van de indirect bestuurder. De kern van de cassatieklachten is dat het hof ten onrechte een informatieplicht jegens Bank Degroof heeft aangenomen en onvoldoende onderscheid heeft gemaakt tussen FPA en haar kleindochter Weaver; de uitkomst van de Hoge Raad zelf is op basis van het beschikbare tekstfragment niet volledig kenbaar.
Impactscore
HoogHet betreft een Hoge Raad-uitspraak over de reikwijdte van bestuurdersaansprakelijkheid en informatieverplichtingen in een complexe concernstructuur; hoewel richtinggevend potentieel aanwezig is, is het beschikbare fragment onvolledig waardoor de definitieve rechtsvormende waarde onzeker blijft.
Belangrijkste punten
- 1Het hof oordeelde dat eiser 2 als indirect bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt treft wegens het niet verstrekken van voldoende openheid over een vordering op een advocatenkantoor.
- 2Eisers betogen dat geen rechtsregel bestond die hen verplichtte Bank Degroof te informeren over de procedures van Alstonville/Weaver of de advocatenkantoor-schikking.
- 3Klacht dat het hof onvoldoende onderscheid heeft gemaakt tussen FPA en haar kleindochter Weaver, die een zelfstandige verplichting had jegens haar eigen schuldeisers.
- 4Onderdeel 2.6 klaagt dat het hof voorbijgaat aan de stelling dat zowel Alstonville als Eikofin hun vordering niet volledig betaald hebben gekregen.
- 5Centrale vraag is of de 'FPA-structuur' als één geheel mag worden beschouwd en of dat oordeel voldoende gemotiveerd is.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de grenzen van bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 6:162 BW, met name de vraag of en wanneer een (indirect) bestuurder verplicht is een schuldeiser actief te informeren over vermogensontwikkelingen binnen de vennootschapsstructuur. Een oordeel van de Hoge Raad hierover kan de norm voor het 'ernstig verwijt'-criterium nader preciseren.
Praktische impact
Voor indirect bestuurders van vennootschappen met externe schuldeisers brengt deze zaak onzekerheid over de reikwijdte van hun informatieverplichtingen; afhankelijk van het eindoordeel kunnen zij gehouden zijn schuldeisers proactief te informeren over procedures en schikkingen die het verhaal raken.
Onderwerp-impact
De uitkomst is relevant voor de financiële dienstverlening en het ondernemingsrecht, omdat banken als schuldeiser willen weten in hoeverre zij een beroep kunnen doen op persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders bij informatieverzuim binnen complexe vennootschapsstructuren.
Samenvatting
In deze Hoge Raad-zaak staat de persoonlijke aansprakelijkheid van een indirect bestuurder van FPA centraal, in een geschil met Bank Degroof over een onbetaald gebleven en onverhaalbare vordering. Het hof had in hoger beroep geoordeeld dat eiser 2 een persoonlijk ernstig verwijt kon worden gemaakt, omdat hij Bank Degroof onvoldoende had geïnformeerd over het bestaan van een vordering op een advocatenkantoor en over de uitkomst van een schikking in die procedure. Tevens oordeelde het hof dat eiser 2 had bewerkstelligd of toegelaten dat FPA haar verplichtingen niet meer kon nakomen. In cassatie voeren eisers aan dat het hof een rechtsregel heeft toegepast die niet bestaat: er zou geen wettelijke of ongeschreven norm zijn die een (indirect) bestuurder verplicht een schuldeiser actief te informeren over lopende procedures of schikkingen binnen de vennootschapsstructuur. Daarnaast klagen zij dat het hof onvoldoende onderscheid heeft gemaakt tussen FPA en haar kleindochter Weaver, die als zelfstandige rechtspersoon haar eigen schuldeisers diende te voldoen alvorens dividend te kunnen uitkeren aan haar aandeelhouder. Ook wordt geklaagd over het passeren van de stelling dat andere schuldeisers, zoals Alstonville en Eikofin, evenmin volledig zijn betaald. De juridische kernvraag is of het 'ernstig verwijt'-criterium voor bestuurdersaansprakelijkheid een actieve informatieplicht jegens schuldeisers omvat, en of het samenvoegen van FPA en Weaver tot één 'FPA-structuur' juridisch houdbaar is. Het beschikbare fragment bevat uitsluitend de weergave van de klachten; de definitieve beslissing van de Hoge Raad is op basis van dit fragment niet kenbaar. De zaak is desalniettemin van belang voor de praktijk rondom bestuurdersaansprakelijkheid in concernverhoudingen.