Ondernemingskamer stelt aanvullende deskundigenkosten vast in aandelenwaardering
ECLI:NL:GHAMS:2026:2339, Gerechtshof Amsterdam, 21-08-2026, 200.357.784/01 OK
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)OK; geschillenregeling; vaststelling loon deskundige
Kern van de zaak
Een vrouw (aandeelhouder) heeft via de Ondernemingskamer een deskundigenonderzoek laten uitvoeren naar de waarde van haar over te dragen aandelen in MGB Vastgoed B.V. Het initieel vastgestelde voorschot bleek onvoldoende voor de uiteindelijke onderzoekskosten.
Beslissing van de rechter
De Ondernemingskamer stelt de definitieve kosten van het deskundigenonderzoek vast op € 46.483,66 inclusief btw, een bedrag hoger dan het eerder vastgestelde voorschot van € 38.787,50. De beslissing is gebaseerd op artikel 191 lid 1 Rv en het feit dat geen bezwaren zijn ingediend tegen de kostenspecificatie van de deskundige.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele beschikking over vaststelling van deskundigenkosten zonder nieuwe rechtsvragen; de beslissing heeft geen precedentwerking buiten de concrete zaak.
Belangrijkste punten
- 1Het voorschot was vastgesteld op € 38.787,50 incl. btw op basis van een ureninschatting van de deskundige.
- 2De uiteindelijke kosten bedroegen € 46.483,66 incl. btw, een meerkosten van circa € 7.696.
- 3Geen van de partijen heeft bezwaar gemaakt tegen de (aanvullende) kostenspecificatie van de deskundige.
- 4De deskundige heeft op grond van art. 191 lid 1 Rv recht op door de rechter begrote schadeloosstelling en loon.
- 5De zaak betreft een geschil over aandelenwaardering in het kader van vermoedelijk een uitkoopprocedure of geschillenregeling tussen aandeelhouders.
Impactanalyse
Juridische impact
De beschikking bevestigt de standaardtoepassing van artikel 191 lid 1 Rv inzake de begroting van deskundigenkosten in Ondernemingskamerprocedures, waarbij het uitblijven van bezwaren doorslaggevend is voor de vaststelling van het eindbedrag.
Praktische impact
MGB Vastgoed dient de aanvullende kosten van het deskundigenonderzoek te dragen bovenop het reeds betaalde voorschot; partijen worden geconfronteerd met hogere proceskosten dan oorspronkelijk begroot.
Onderwerp-impact
In vastgoed-gerelateerde aandeelhoudersgeschillen benadrukt deze beschikking het belang van nauwkeurige initiële ureninschattingen bij de benoeming van deskundigen, om kostenoverschrijdingen te beperken.
Samenvatting
In deze procedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam (zaaknummer 200.357.784/01 OK) staat de vaststelling van de definitieve kosten van een deskundigenonderzoek centraal. De zaak betreft een geschil waarbij een vrouw (aandeelhouder) haar aandelen in MGB Vastgoed B.V. dient over te dragen. Ter bepaling van de waarde van die aandelen heeft de Ondernemingskamer bij eerdere beschikkingen van 29 oktober 2025 en 3 december 2025 een deskundige benoemd, te weten T.M. van Mieghem RV RAB CVA. In de eerdere fase werd op basis van een ureninschatting van de deskundige een voorschot vastgesteld van € 38.787,50 inclusief omzetbelasting, te dragen door MGB Vastgoed. Uit de uiteindelijke urenverantwoording en kostenspecificatie is gebleken dat het onderzoek meer heeft gekost dan aanvankelijk begroot: de totale kosten bedragen € 46.483,66 inclusief omzetbelasting. De juridische grondslag voor de vaststelling van de deskundigenkosten is artikel 191 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dat de rechter de bevoegdheid geeft de schadeloosstelling en het loon van de deskundige te begroten. Geen van de partijen heeft bezwaar gemaakt tegen de aanvullende kostenspecificatie; ook van de vrouw is geen reactie ontvangen. De Ondernemingskamer stelt de definitieve kosten vast op het door de deskundige gespecificeerde bedrag van € 46.483,66 inclusief btw. De beschikking is procedureel van aard en bevat geen inhoudelijke oordelen over de aandelenwaardering zelf. De impact van deze uitspraak is beperkt tot de concrete zaak en vormt een routinematige toepassing van de wettelijke regels omtrent deskundigenbeloning in civiele procedures.