Ondernemingskamer begroot deskundigenkosten in aandeelhoudersgeschil
ECLI:NL:GHAMS:2026:2285, Gerechtshof Amsterdam, 18-08-2026, 200.350.602/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ondernemingskamer; geschillenregeling; vaststelling loon en schadeloosstelling van de deskundige.
Kern van de zaak
In een geschillenregelingsprocedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam is een deskundige benoemd om onderzoek te verrichten. Aandeelhouder 2 betwist de hoogte en onderbouwing van de deskundigenkosten en verzoekt nadere specificatie van de bestede tijd.
Beslissing van de rechter
De Ondernemingskamer stelt de totale deskundigenkosten vast op basis van de ingediende kostenspecificatie (€ 33.552,90 voor de deskundige zelf, vermeerderd met € 16.940 voor ingeschakelde derde drs. Faasen RA RV), waarbij het totale eerder vastgestelde voorschot € 50.493 bedroeg. De beslissing is gebaseerd op artikel 191 lid 1 Rv, dat de rechter opdraagt het loon en de schadeloosstelling van de deskundige te begroten na indiening van het deskundigenbericht.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele tussenbeschikking over de begroting van deskundigenkosten in een individuele aandeelhouderskwestie, zonder nieuwe rechtsnormen of bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1De rechter begroot deskundigenkosten op grond van artikel 191 lid 1 Rv na indiening van het deskundigenbericht.
- 2Het totale voorschot was in twee stappen vastgesteld op € 50.493 inclusief btw (€ 29.270 + € 21.223).
- 3De werkelijke kosten bedragen € 33.552,90 (deskundige) plus € 16.940 (derde deskundige drs. Faasen RA RV), totaal circa € 50.493.
- 4Aandeelhouder 2 verzoekt nadere onderbouwing van de kostenspecificatie ten aanzien van de bestudeerde stukken.
- 5De procedure volgt de leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling, artikel 4.7, die verplicht tot tijdig verzoek om aanvullend voorschot vóór indiening deskundigenbericht.
Impactanalyse
Juridische impact
De beschikking bevestigt de toepasselijke procedurele regels voor begroting van deskundigenkosten in geschillenregelingsprocedures (art. 187 en 191 Rv) en de rol van de leidraad voor deskundigen. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking nu het een feitelijke begrotingsbeslissing betreft.
Praktische impact
Aandeelhouder 2 dient rekening te houden met de vastgestelde deskundigenkosten en heeft nog de mogelijkheid zich uit te laten over de nadere kostenonderbouwing. Het voorschot van € 50.493 dekt de werkelijke kosten vrijwel volledig, waardoor geen significante naverrekening te verwachten is.
Onderwerp-impact
In aandeelhoudersgeschillen bij de Ondernemingskamer worden deskundigenkosten stapsgewijs via voorschotten beheerd; dit benadrukt het belang van tijdige en transparante kostenspecificatie door deskundigen voor alle betrokken partijen.
Samenvatting
In een geschillenregelingsprocedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam heeft de rechter de kosten van de benoemde deskundige begroot na indiening van het deskundigenbericht. De zaak draait om een aandeelhoudersconflict waarbij een onafhankelijke deskundige werd ingeschakeld voor waarderingsonderzoek. Aandeelhouder 2 had bezwaren tegen de wijze waarop de deskundige zijn reacties had verwerkt en verzocht tevens om nadere onderbouwing van de kostenspecificatie, met name wat betreft de tijd besteed aan de bestudering van de door hem ingediende stukken. De juridische kern van deze beschikking ligt in de toepassing van artikel 191 lid 1 Rv, dat de rechter verplicht het loon en de schadeloosstelling van de deskundige te begroten. Dit gebeurt pas na indiening van het definitieve deskundigenbericht. Vooruitlopend hierop had de Ondernemingskamer al twee keer een voorschot vastgesteld: € 29.270 bij beschikking van 2 oktober 2025 en een aanvullend voorschot van € 21.223 bij beschikking van 20 april 2026, waarmee het totale voorschot op € 50.493 inclusief btw uitkwam. Uit de door de deskundige ingediende kostenspecificatie blijkt dat de eigen kosten uitkomen op € 33.552,90 inclusief btw, vermeerderd met € 16.940 inclusief btw voor de door hem ingeschakelde derde deskundige, drs. Faasen RA RV. De totale kosten komen daarmee nagenoeg overeen met het reeds betaalde voorschot. De Ondernemingskamer heeft de procedure gevolgd die is vastgelegd in de leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling (artikel 4.7), op grond waarvan een deskundige tijdig vóór indiening van het bericht een aanvullend voorschot dient te verzoeken. De beschikking is een routineuze procedurebeslissing met beperkte precedentwerking.