Hof wijst beroep op verrekening af in echtscheidingsgeschil
ECLI:NL:GHAMS:2026:1463, Gerechtshof Amsterdam, 26-05-2026, 200.358.398/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Artikel 6:131 BW. Beroep op verrekening. Voor een geslaagd beroep op artikel 6:131 BW is vereist dat de bevoegdheid tot verrekening al bestond voordat de verjaring intreedt; het is niet mogelijk om een vordering te verrekenen met een schuld die ná het intreden van verjaring is ontstaan.
Kern van de zaak
Na echtscheiding twisten ex-partners over verrekening van een gemeenschappelijke schuld van €12.500 aan een derde. De man stelt de gehele schuld te hebben afgelost en vordert €6.250 van de vrouw via verrekening. De vrouw betwist dat de betalingen betrekking hadden op de huwelijkse schuld.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst het beroep van de man op verrekening af en compenseert de proceskosten in beide instanties. Hoewel het hof vooralsnog van oordeel is dat de man de schuld heeft afbetaald, leidt dit kennelijk niet tot toewijzing van de verrekeningsvordering op de in het kort geding gevorderde wijze; het beslag wordt opgeheven.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke toepassing van bekende regels rondom verrekening en regres in het personen- en familierecht, zonder nieuwe rechtsvragen. De zaak heeft geen precedentwerking buiten de specifieke omstandigheden van deze ex-partners.
Belangrijkste punten
- 1Een eerdere beschikking van het hof uit 2018 bepaalde dat de vrouw de helft van een schuld van €12.500 aan een derde diende te dragen.
- 2De man stelt de volledige schuld te hebben afgelost en baseert zijn regresvordering van €6.250 op bankafschriften met een duidelijke omschrijving.
- 3Het hof oordeelt dat de vrouw de betalingen onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, maar wijst het beroep op verrekening desondanks af.
- 4Het in eerste aanleg gelegde beslag wordt opgeheven; de vrouw was in eerste aanleg in de proceskosten veroordeeld.
- 5In hoger beroep worden de proceskosten gecompenseerd, wat wijst op een gedeeltelijke gegrondheid van het hoger beroep van de vrouw.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de strikte eisen die gelden voor een succesvol beroep op verrekening in kort geding na echtscheiding, ook wanneer de onderliggende regresvordering feitelijk aannemelijk wordt geacht. De compensatie van proceskosten in hoger beroep benadrukt dat de uitkomst voor beide partijen gedeeltelijk gunstig is.
Praktische impact
Het opgeheven beslag geeft de vrouw praktische vrijheid terug over de beslagen goederen of vermogensbestanddelen. De man ziet zijn verrekeningsvordering in dit kort geding afgewezen en zal zijn regresvordering mogelijk in een bodemprocedure moeten onderbouwen.
Onderwerp-impact
In echtscheidingszaken met gemeenschappelijke schulden aan derden benadrukt deze uitspraak het belang van tijdige communicatie en documentatie bij aflossingen, en de beperkte mogelijkheden om verrekening via kort geding af te dwingen.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil tussen ex-partners over de verrekening van een gemeenschappelijke huwelijkse schuld van €12.500 aan een derde. Bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam uit 2018 was al vastgesteld dat de vrouw gehouden was de helft van deze schuld te dragen. De man stelde vervolgens de volledige schuld te hebben afgelost en vorderde op grond van een regresvordering €6.250 van de vrouw, met verrekening als juridische grondslag. In eerste aanleg stelde de voorzieningenrechter de man in het gelijk, werd het beslag gehandhaafd en werd de vrouw in de proceskosten veroordeeld. De vrouw ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Zij betwistte dat de door de man overgelegde bankafschriften betrekking hadden op de aflossing van de huwelijkse schuld, mede omdat de betalingen plaatsvonden zonder overleg en zonder kennisgeving aan haar. Het hof oordeelde dat de man met zijn bankafschriften – waaronder een afschrift met de omschrijving 'Rest afbetaling! Lening 12.500 afgelost!' – voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schuld aan de derde is afgelost, en dat de vrouw dit onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Desondanks wijst het hof het beroep van de man op verrekening af. Hoewel de uitspraak op dit punt summier is weergegeven, leidt dit ertoe dat het beslag wordt opgeheven. De proceskosten worden in beide instanties gecompenseerd, hetgeen duidt op een gedeeltelijke gegrondheid van het hoger beroep. De uitspraak onderstreept dat een aannemelijke regresvordering niet automatisch volstaat voor toewijzing van verrekening in kort geding, en dat ex-partners bij onderlinge aflossingen van gemeenschappelijke schulden er verstandig aan doen dit transparant en gedocumenteerd te doen.