JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2170Laag18/100

Voeging van herroepingszaken afgewezen wegens onvoldoende samenhang

ECLI:NL:GHDHA:2026:2170, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.368.798/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 2 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.368.798/01
Burgerlijk procesrecht
Overheid
Procesrecht
Arbitrage
Voeging
Herroeping
Artikel 222 Rv

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Incidentele vordering tot voeging ex artikel 222 Rv afgewezen wegens onvoldoende samenhang van zaken (verschillende rechtsmiddelen).

Kern van de zaak

RF vordert voeging van twee bij het Gerechtshof Den Haag aanhangige zaken: één over herroeping van rechterlijke arresten (art. 382 Rv) en één over herroeping van arbitrale vonnissen (art. 1068 Rv). RF betoogt dat de zaken voldoende verknocht zijn voor voeging op grond van artikel 222 Rv.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de primaire vordering tot voeging ex artikel 222 Rv af omdat de zaken onvoldoende samenhang vertonen: het betreft twee verschillende rechtsmiddelen (herroeping van arresten versus herroeping van arbitrale vonnissen). Subsidiair worden de zaken wel op de rol gevoegd om de procesvoering gelijk te laten lopen.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een puur procedurele incidentele beslissing over voeging, zonder inhoudelijke oordelen over de herroepingsvorderingen. De zaak heeft beperkte precedentwerking buiten vergelijkbare procesrechtelijke situaties.

Belangrijkste punten

  • 1Voeging ex artikel 222 Rv vereist verknochtheid; herroeping van rechterlijke arresten (art. 382 Rv) en herroeping van arbitrale vonnissen (art. 1068 Rv) zijn juridisch onvoldoende verwant.
  • 2Het hof maakt onderscheid tussen formele voeging (art. 222 Rv) en praktische rolkoppeling: de primaire vordering wordt afgewezen, maar de zaken worden subsidiair wel gelijktijdig op de rol geplaatst.
  • 3Proceskosten van het incident worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
  • 4De zaak bevindt zich in een pril stadium; iedere verdere beslissing in de hoofdzaak en aanverwante incidenten wordt aangehouden.
  • 5De uitspraak betreft uitsluitend een procedurele beslissing; de inhoudelijke beoordeling van de herroepingsvorderingen volgt nog.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat het enkele feit dat twee zaken dezelfde vordering (herroeping) betreffen onvoldoende is voor voeging ex artikel 222 Rv indien de onderliggende rechtsmiddelen naar aard en rechtsbron wezenlijk verschillen. Dit bevestigt een strikte uitleg van het verknochtheidsvereiste.

Praktische impact

RF dient de twee herroepingsprocedures inhoudelijk gescheiden te voeren, maar profiteert van een gelijktijdige rolplanning die coördinatie in de praktijk vergemakkelijkt en dubbele proceshandelingen beperkt.

Onderwerp-impact

Voor partijen die parallel herroepingsprocedures voeren tegen zowel rechterlijke uitspraken als arbitrale vonnissen, biedt deze uitspraak duidelijkheid dat voeging niet vanzelfsprekend is en dat de procesrechtelijke grondslag doorslaggevend is.

Samenvatting

In deze procedure bij het Gerechtshof Den Haag heeft RF gevorderd dat twee bij het hof aanhangige zaken worden gevoegd op grond van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De ene zaak betreft een vordering tot herroeping van rechterlijke arresten op de voet van artikel 382 Rv, de andere een vordering tot herroeping van arbitrale vonnissen op grond van artikel 1068 Rv. RF betoogde dat tussen beide zaken voldoende verknochtheid bestaat om voeging te rechtvaardigen, en stelde subsidiair voor de zaken in ieder geval op de rol te koppelen. Het hof heeft de primaire vordering tot voeging ex artikel 222 Rv afgewezen. Hoewel in beide zaken sprake is van een vordering tot herroeping, oordeelt het hof dat dit onvoldoende is om de vereiste verknochtheid aan te nemen. De rechtsmiddelen zijn naar aard en wettelijke grondslag wezenlijk verschillend: herroeping van rechterlijke uitspraken en herroeping van arbitrale vonnissen kennen een eigen procesrechtelijk regime en betreffen fundamenteel verschillende beslissingen. De enkele thematische overlap volstaat niet voor voeging in de zin van artikel 222 Rv. Het hof honoreert echter de subsidiaire vordering en plaatst beide zaken gelijktijdig op de rol, zodat de procesvoering praktisch gecoördineerd verloopt zonder formele voeging. De proceskosten van het incident worden aangehouden tot de einduitspraak. De inhoudelijke behandeling van de herroepingsvorderingen moet nog plaatsvinden; iedere verdere beslissing wordt aangehouden. De uitspraak heeft beperkte maar heldere precedentwaarde voor de uitleg van het verknochtheidsvereiste bij samenlopende herroepingsprocedures.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2276Laag
Burgerlijk procesrecht
Insolventierecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2276, Gerechtshof Den Haag, 23-07-2026, 200.368.225/01

Gerechtshof Den Haag23 jul 2026IncassoFaillissement
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2298Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2298, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.345.635/01

Gerechtshof Den Haag21 jul 2026AansprakelijkheidDienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2026Laag
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2026, Gerechtshof Amsterdam, 21-07-2026, 200.358.108/01

Gerechtshof Amsterdam21 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2172Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2172, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.368.808/01

Gerechtshof Den Haag21 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen