JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5931Laag28/100

Raad van State beoordeelt weigering kantoor-naar-wonen verbouwing Hilversum

ECLI:NL:RVS:2026:5931, Raad van State, 07-10-2026, 202404100/1/R4

Raad van StateUitspraak: 7 oktober 2026Publicatie: 7 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202404100/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Bestemmingsplan
Wabo
Kantoortransformatie
Kantoorbehoud

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum de aanvraag van [appellante] om een omgevingsvergunning voor het gebruik van een monumentaal kantoorpand als woonhuis op het adres [locatie] in Hilversum afgewezen. [appellante] is de beheerder van het pand aan de [locatie] en heeft een aanvraag ingediend om het pand te verbouwen naar een woonhuis met kantoorruimte. Deze verbouwing is in strijd met het bestemmingsplan. Op grond van het bestemmingsplan "Noordwestelijk Villagebied" rust op de gronden de bestemming "Kantoordoeleinden". Volgens de bestemmingsregels mag in het pand niet worden gewoond. Het college vindt de aanvraag in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Uit het coalitieakkoord 2018-2020 volgt dat er voldoende werklocaties moeten blijven in Hilversum. In beginsel verleent het college geen medewerking aan transformatie van kantoorvilla's met economisch toekomstperspectief. Het economisch toekomstperspectief wordt bepaald door onder meer de ligging ten opzichte van andere villa's en kantoren, de bereikbaarheid, de zichtbaarheid en de nabijheid van centrumvoorzieningen. Het pand aan de [locatie] heeft als kantoor economisch toekomstperspectief. Daarom heeft het college de aanvraag afgewezen. Dit besluit heeft het in bezwaar gehandhaafd.

Kern van de zaak

De beheerder van een kantoorpand aan de [locatie] in Hilversum vroeg een omgevingsvergunning aan om het pand te verbouwen tot woonhuis met kantoorruimte. Het college weigerde deze vergunning omdat de verbouwing in strijd is met het bestemmingsplan 'Noordwestelijk Villagebied' en met het gemeentelijk beleid gericht op behoud van werklocaties. Appellante ging hiertegen in beroep en uiteindelijk in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig overgeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen toetst de Raad van State of het college zijn beleidsruimte rechtmatig heeft toegepast bij de weigering van de omgevingsvergunning voor transformatie van kantoorvilla's, waarbij het uitgangspunt van het college — geen medewerking aan omzetting van kansrijke kantoorvilla's naar woningen — centraal staat.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is casuïstisch van aard en past binnen bestaande rechtspraak over beleidsruimte bij omgevingsvergunningen; de onvolledigheid van de tekst maakt een definitief oordeel over de juridische reikwijdte onmogelijk, wat de score verder drukt.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: aanvraag van 16 september 2021 valt nog onder de Wabo (oud recht), niet onder de per 1 januari 2024 geldende Omgevingswet.
  • 2Het pand heeft de bestemming 'Kantoordoeleinden'; bewoning is planologisch niet toegestaan.
  • 3Het college hanteert beleid (coalitieakkoord 2018-2020) waarbij kantoorvilla's met economisch toekomstperspectief in beginsel niet worden getransformeerd naar woningen.
  • 4Het college komt beleidsruimte toe bij de afweging om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan via artikel 2.12 Wabo jo. artikel 4 bijlage II Bor.
  • 5De bestuursrechter toetst marginaal: of het besluit rechtmatig is en of nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van de nagestreefde doelen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en bevestigt de beoordelingsruimte van colleges bij het weigeren van afwijkingsvergunningen voor kantoortransformatie. De marginale rechterlijke toetsing van gemeentelijk kantoorbehoudbeleid wordt hier nader uitgewerkt.

Praktische impact

Eigenaren en beheerders van kantoorpanden in gemeenten met actief kantoorbehoudbeleid ondervinden dat transformatie naar woonfuncties moeilijk vergunbaar is, ook bij individuele aanvragen. Dit beperkt de herbestemmingsmogelijkheden van kantoorvastgoed in gebieden die gemeenten als economisch waardevol aanmerken.

Onderwerp-impact

Voor de vastgoedsector — met name kantoor- en woningontwikkelaars — onderstreept deze zaak dat gemeentelijk kantoorbehoudbeleid een stevige juridische basis kan vormen voor weigeringen, zelfs bij individuele transformatieaanvragen in gemengde villagebieden.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State over de weigering van het college van Hilversum om een omgevingsvergunning te verlenen voor de verbouwing van een kantoorpand naar een woonhuis met kantoorruimte. De aanvraag werd ingediend op 16 september 2021, waardoor — op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet — de Wabo zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft, en niet de nieuwe Omgevingswet. Het pand is gelegen in het bestemmingsplan 'Noordwestelijk Villagebied' en heeft de bestemming 'Kantoordoeleinden', op grond waarvan bewoning planologisch niet is toegestaan. Het college had de bevoegdheid om via artikel 2.12 Wabo juncto artikel 4 van bijlage II van het Bor een afwijkingsvergunning te verlenen, maar weigerde dit. Het college stelde zich op het standpunt dat de aanvraag in strijd is met een goede ruimtelijke ordening: conform het coalitieakkoord 2018-2020 dienen voldoende werklocaties in Hilversum behouden te blijven, en verleent het college in beginsel geen medewerking aan transformatie van kantoorvilla's met economisch toekomstperspectief. De Raad van State stelt vast dat het college bij de uitoefening van deze bevoegdheid beleidsruimte toekomt en een belangenafweging moet maken. De bestuursrechter toetst marginaal: hij beoordeelt of het besluit in overeenstemming is met het recht en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van de nagestreefde doelen. De centrale rechtsvraag — of het college als uitgangspunt mag hanteren dat kantoren niet worden omgezet naar woningen — wordt in de beschikbare tekst aangesneden maar niet volledig beantwoord vanwege de onvolledigheid van de uitspraak. De definitieve beslissing van de Raad van State kan daardoor niet met zekerheid worden vastgesteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5924

RvS vernietigt handhavingsbesluit scootmobielbergingen maar laat rechtsgevolgen in stand

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5904

Terrasvergunning Maansteen Arnhem gedeeltelijk toegewezen na nieuw beleid

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5915

Last onder dwangsom herroepen na omgevingsvergunning van rechtswege

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied