JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5924Laag28/100

RvS vernietigt handhavingsbesluit scootmobielbergingen maar laat rechtsgevolgen in stand

ECLI:NL:RVS:2026:5924, Raad van State, 07-10-2026, 202406517/1/R3

Raad van StateUitspraak: 7 oktober 2026Publicatie: 7 oktober 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202406517/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Omgevingsvergunning
Rechtsgevolgen In Stand
Overgangsrecht Omgevingswet
Handhavingsverzoek
Scootmobielbergingen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In het besluit van 7 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen scootmobielbergingen op het [locatie 1] in Den Haag afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. In 2011 en 2014 heeft woningcorporatie Stichting Staedion onder meer 20 betonnen scootmobielbergingen geplaatst bij het [locatie 1]. Op 4 mei 2018 heeft [appellant] het college verzocht om tegen de twintig scootmobielbergingen handhavend op te treden, omdat volgens hem de eerder verleende tijdelijke omgevingsvergunningen inmiddels waren verlopen en een deel van de gebruikers van de scootmobielbergingen was verhuisd of overleden. Het college heeft het handhavingsverzoek bij besluit van 7 juni 2018 afgewezen.

Kern van de zaak

Een bewoner van Den Haag verzocht in 2018 om handhaving tegen twintig betonnen scootmobielbergingen bij het Willem Dreespark, geplaatst door woningcorporatie Staedion in 2011 en 2014. Hij stelde dat de tijdelijke omgevingsvergunningen waren verlopen en een deel van de gebruikers verhuisd of overleden was. Het college wees het verzoek af, waarna een jarenlange juridische procedure volgde.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep de dwangsommen wegens niet-tijdig beslissen betreft, verklaart het beroep voor het overige gegrond en vernietigt het besluit van 6 september 2024, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven. De doorslaggevende reden is dat hoewel het besluit formeel gebreken vertoonde, de inhoudelijke uitkomst – geen handhaving – materieel in stand kan blijven omdat legalisering van de bergingen afdoende was onderbouwd.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een feitelijk specifieke handhavingszaak zonder richtinggevende nieuwe rechtsregels; de toepasselijke overgangsrechtelijke en materiële principes waren reeds bekend uit eerdere jurisprudentie.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het handhavingsverzoek dateert van vóór 1 januari 2024, blijft de Wabo van toepassing op grond van artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet.
  • 2Achttien van de twintig bergingen waren vergund of gelegaliseerd via een verlengingsbesluit van 9 november 2018, waardoor handhaving niet gerechtvaardigd was.
  • 3Niet-gebruik van een berging betekent volgens de rechtbank niet automatisch dat de noodzaak tot instandhouding zoals vermeld in de vergunning vervalt.
  • 4De Afdeling verklaart zich onbevoegd over de verschuldigdheid en hoogte van rechterlijk opgelegde dwangsommen wegens niet-tijdig beslissen.
  • 5Ondanks gegrondverklaring en vernietiging van het besluit blijven de rechtsgevolgen volledig in stand, zodat het feitelijke resultaat voor appellant ongewijzigd is.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepasselijkheid van het Wabo-overgangsrecht bij handhavingsverzoeken ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en verduidelijkt dat rechterlijk opgelegde dwangsommen wegens niet-tijdig beslissen buiten de competentie van de Afdeling vallen in beroepsprocedures.

Praktische impact

Voor appellant heeft de gegrondverklaring geen praktisch gevolg: de scootmobielbergingen mogen blijven staan omdat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand worden gelaten. Woningcorporaties en gemeenten worden bevestigd in hun mogelijkheid om tijdelijke vergunningen te verlengen ter legalisering.

Onderwerp-impact

In de context van omgevingsrecht en handhaving bevestigt deze uitspraak dat vergunde of gelegaliseerde bouwwerken niet hoeven te worden verwijderd louter vanwege gewijzigd gebruik of vertrek van oorspronkelijke gebruikers, zolang de vergunning geldig is.

Samenvatting

Deze zaak draait om een handhavingsverzoek dat een bewoner van Den Haag in mei 2018 indiende tegen twintig betonnen scootmobielbergingen die woningcorporatie Staedion in 2011 en 2014 had geplaatst bij het Willem Dreespark. De bewoner stelde dat de tijdelijke omgevingsvergunningen waren verlopen en dat een deel van de oorspronkelijke gebruikers niet meer in de buurt woonde. Het college van burgemeester en wethouders wees het verzoek af, hetgeen leidde tot een langlopende procedure die uiteindelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State belandde. Een eerste vraag betrof het toepasselijk recht: omdat het handhavingsverzoek dateert van vóór 1 januari 2024 – de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet – blijft op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet de Wabo van toepassing. Inhoudelijk had de rechtbank Den Haag al vastgesteld dat achttien van de twintig bergingen óf nog vergund waren óf waren gelegaliseerd door een verlengingsbesluit van november 2018. Niet-gebruik door individuele bewoners tast de vergunningstitel niet automatisch aan. De Afdeling verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep ziet op de verschuldigdheid en hoogte van door de rechter opgelegde dwangsommen wegens niet-tijdig beslissen; dat valt buiten haar competentie in deze procedure. Voor het overige wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit van 6 september 2024 vernietigd wegens formele gebreken. Echter, de Afdeling bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit volledig in stand blijven. Dit betekent dat de scootmobielbergingen niet hoeven te worden verwijderd. Voor de appellant is de gegrondverklaring daarmee een pyrrusoverwinning: de materiële uitkomst wijzigt niet. De uitspraak bevestigt bestaande rechtspraak over overgangsrecht en handhaving, zonder nieuwe richtinggevende normen te stellen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5904

Terrasvergunning Maansteen Arnhem gedeeltelijk toegewezen na nieuw beleid

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5915

Last onder dwangsom herroepen na omgevingsvergunning van rechtswege

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5900

RvS vernietigt handhavingsweigering bij kerktuinmuur opening Weesp

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied