Beroep tegen appartementencomplex Sint-Michielsgestel ongegrond
ECLI:NL:RVS:2026:5899, Raad van State, 07-10-2026, 202401677/1/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 30 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel het wijzigingsplan "The Green Villa, Sint-Michielsgestel" .Villa Servatius wil aan het Adrianusplein 2 tot en met 16 in Sint-Michielsgestel een appartementencomplex realiseren met zeven wooneenheden, inclusief parkeervoorzieningen, verdeeld over de kelder en de begane grond met daarboven vier verdiepingen (The Green Villa). Om de ontwikkeling mogelijk te maken is het wijzigingsplan vastgesteld en de omgevingsvergunning verleend. Met het wijzigingsplan is voorzien in een wijziging van het bouwvlak voor wat betreft de ligging en een vergroting van het bouwvlak. De omgevingsvergunning gaat over de activiteiten het bouwen van appartementen, een planologische afwijking en het realiseren van een inrit/uitweg.vastgesteld. [appellant] woont aan het [locatie] in Sint-Michielsgestel. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsplan en de omgevingsvergunning, omdat hij met name vreest voor parkeeroverlast.
Kern van de zaak
Villa Servatius wil een appartementencomplex (The Green Villa) met zeven wooneenheden realiseren aan het Adrianusplein in Sint-Michielsgestel. Daarvoor zijn een wijzigingsplan en een omgevingsvergunning vastgesteld respectievelijk verleend. Een partij heeft beroep ingesteld tegen deze besluiten.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden blijkt niet volledig uit de beschikbare tekst, maar de Afdeling ziet kennelijk geen grond om het wijzigingsplan of de omgevingsvergunning te vernietigen.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige kamer-uitspraak in een specifieke lokale woningbouwzaak waarbij de uitkomst (ongegrond) en de overgangsrechtelijke redenering standaard zijn. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.
Belangrijkste punten
- 1Op deze procedure blijft het oude recht (Wro en Wabo) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd (16 september 2022) en de omgevingsvergunningaanvraag vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend (4 april 2022).
- 2Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (artikelen 4.6 lid 3 en 4.3 sub a) bepaalt dat het pre-Omgevingswet recht van toepassing blijft totdat de besluiten onherroepelijk zijn.
- 3Het wijzigingsplan voorziet in een gewijzigde ligging en vergroting van het bouwvlak ten behoeve van een appartementencomplex met vier verdiepingen boven begane grond en kelder.
- 4De omgevingsvergunning ziet op drie activiteiten: bouwen, planologische afwijking en het realiseren van een inrit/uitweg.
- 5Het beroep wordt ongegrond verklaard; er worden geen proceskosten vergoed.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de Omgevingswet: procedures waarbij het ontwerpbesluit vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, worden volledig afgehandeld onder het oude ruimtelijke ordeningsrecht. Dit is een standaardtoepassing van het overgangsregime zonder nieuwe rechtsontwikkeling.
Praktische impact
Villa Servatius kan de bouw van The Green Villa voortzetten op basis van het onherroepelijk geworden wijzigingsplan en de omgevingsvergunning. De appellant ontvangt geen proceskosten vergoed.
Onderwerp-impact
Voor projectontwikkelaars en gemeenten die werken aan woningbouwplannen die vóór 2024 in procedure zijn gebracht, bevestigt deze uitspraak dat het oude Wro/Wabo-kader volledig van toepassing blijft gedurende de gehele rechtsbeschermingsprocedure.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 oktober 2026 betreft een beroepsprocedure tegen een wijzigingsplan en een omgevingsvergunning voor de realisatie van een appartementencomplex genaamd The Green Villa aan het Adrianusplein 2 tot en met 16 in Sint-Michielsgestel. Het project omvat zeven wooneenheden verdeeld over een kelder, begane grond en vier verdiepingen, inclusief parkeervoorzieningen en een inrit. Het wijzigingsplan voorziet in een gewijzigde ligging en vergroting van het bouwvlak; de omgevingsvergunning ziet op de activiteiten bouwen, planologische afwijking en het aanleggen van een inrit. Een centrale vraag in deze procedure is welk recht van toepassing is, nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden. De Afdeling stelt op grond van artikel 4.6 lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet vast dat het oude recht — waaronder de Wet ruimtelijke ordening — van toepassing blijft op het wijzigingsplan, omdat het ontwerpplan reeds op 16 september 2022 ter inzage is gelegd. Voor de omgevingsvergunning geldt op grond van artikel 4.3 sub a van diezelfde wet dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing blijft, omdat de aanvraag op 4 april 2022 is ingediend. Beide besluiten vallen daarmee volledig onder het pre-Omgevingswet regime totdat zij onherroepelijk worden. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Hoewel de volledige motivering van de inhoudelijke beoordeling niet in de beschikbare tekst is opgenomen, ziet de Afdeling kennelijk geen aanleiding het wijzigingsplan of de vergunning te vernietigen. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en heeft beperkte precedentwaarde; zij bevestigt slechts de reeds bekende toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.