JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5500Laag28/100

Dwangsom gehandhaafd na illegale woningsplitsing zonder vergunning

ECLI:NL:RVS:2026:5500, Raad van State, 16-09-2026, 202503162/1/R2

Raad van StateUitspraak: 16 september 2026Publicatie: 16 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202503162/1/R2
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Omgevingsvergunning
Overgangsrecht Omgevingswet
Wabo
Last Onder Dwangsom
Woningsplitsing

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch aan [appellante] opgedragen om de illegale woning aan de [locatie] in ’s-Hertogenbosch te ontmantelen door alle voor bewoning noodzakelijke voorzieningen te verwijderen en verwijderd te houden. Daarnaast mag zij de woning alleen nog gebruiken voor de huisvesting van één huishouden. Als zij dit niet doet, moet zij een dwangsom van €5.000,00 per week met een maximum van €25.000,00 betalen. [appellante] is eigenaar van een woning die zij verhuurt aan derden. Tijdens controles hebben inspecteurs van de gemeente vastgesteld dat [appellante] heeft gebouwd zonder de benodigde omgevingsvergunning, omdat de woning is gesplitst in, en verbouwd tot, twee zelfstandige woningen. Het college heeft hiertegen opgetreden door een zogenoemde last onder dwangsom op te leggen. Deze opgelegde last hield eerst in dat alle voorzieningen die voor zelfstandige bewoning noodzakelijk zijn uit de illegale woning moeten worden verwijderd en dat nog maximaal één huishouden op het adres mag wonen. Later heeft het college besloten dat de verplichting dat de woning alleen mag worden gebruikt voor de huisvesting van één huishouden, niet langer deel uitmaakt van de last. Hierdoor houdt de last alleen nog in dat [appellante] de voor zelfstandige bewoning noodzakelijke voorzieningen uit de illegale tweede woning moet verwijderen.

Kern van de zaak

Eigenaar van een woning heeft deze zonder omgevingsvergunning gesplitst in twee zelfstandige woningen en verhuurd aan derden. Het college van B&W legde een last onder dwangsom op. Appellante bestrijdt de rechtmatigheid van deze handhavingsmaatregel bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig overgeleverd, maar op basis van de beschikbare tekst blijkt dat de Raad van State de zaak inhoudelijk behandelt onder het oude recht (Wabo). Het college heeft de last onder dwangsom terecht opgelegd vanwege illegale woningsplitsing zonder vergunning; het betoog over strijdigheid met het bestemmingsplan wordt door de Raad verworpen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen vaste handhavingsjurisprudentie en voegt weinig nieuws toe aan het recht; de overgangsrechtelijke overweging is een bevestiging van een reeds bekende regel uit de Invoeringswet Omgevingswet. De onvolledige tekst beperkt bovendien de mogelijkheid tot volledige beoordeling.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de last onder dwangsom vóór 1 januari 2024 is opgelegd, blijft de Wabo van toepassing op grond van artikel 4.23 Invoeringswet Omgevingswet.
  • 2Woningsplitsing zonder omgevingsvergunning kwalificeert als bouwovertreding die handhavend optreden rechtvaardigt.
  • 3Het college heeft de last gedurende de procedure deels ingetrokken: de gebruiksbeperking tot één huishouden is komen te vervallen, waardoor alleen de verplichting tot verwijdering van zelfstandige woonvoorzieningen resteert.
  • 4Het betoog dat de woningsplitsing niet in strijd is met het bestemmingsplan wordt door de Raad van State verworpen.
  • 5De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing en volledige motivering niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij handhavingsbesluiten die vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn genomen, en onderstreept dat de Wabo in dergelijke lopende zaken volledig van toepassing blijft. Dit biedt rechtszekerheid over de temporele werking van het omgevingsrechtelijke overgangsrecht.

Praktische impact

Voor appellante betekent dit dat zij de voor zelfstandige bewoning noodzakelijke voorzieningen uit de tweede woning dient te verwijderen, op straffe van verbeurte van dwangsommen. De gedeeltelijke intrekking van de last biedt haar enige verlichting ten aanzien van de gebruiksbeperking.

Onderwerp-impact

Verhuurders en eigenaren van woningen die zonder vergunning zijn gesplitst worden geconfronteerd met actief gemeentelijk handhavingsbeleid; deze uitspraak bevestigt dat gemeenten met succes kunnen optreden tegen illegale woningsplitsing.

Samenvatting

Deze zaak bij de Raad van State betreft een handhavingskwestie in het omgevingsrecht. De eigenaar van een woning had deze zonder de vereiste omgevingsvergunning gesplitst in twee zelfstandige woningen en verhuurd aan derden. Gemeentelijke inspecteurs stelden de overtreding vast, waarna het college van B&W op 16 maart 2023 een last onder dwangsom oplegde. De last verplichtte appellante aanvankelijk om de voorzieningen voor zelfstandige bewoning te verwijderen én om de woning nog slechts door één huishouden te laten bewonen. In de loop van de procedure trok het college de gebruiksbeperking in, zodat alleen de verwijderingsplicht van de zelfstandige woonvoorzieningen resteerde. Een centrale rechtsvraag betrof het toepasselijke recht: nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking trad, maar de last al in maart 2023 was opgelegd, diende de Raad van State te bepalen welk regime gold. Op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft in dit geval de Wabo van toepassing totdat de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. Dit overgangsrecht biedt rechtszekerheid en voorkomt dat lopende handhavingstrajecten tussentijds van regime wisselen. Appellante betoogde verder dat de woningsplitsing niet in strijd was met het bestemmingsplan, maar de Raad van State verwierp dit betoog. De uitspraaktekst is echter onvolledig overgeleverd, waardoor de volledige motivering en het dictum niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst lijkt de Raad de handhavingsmaatregel in stand te laten. De zaak is illustratief voor gemeentelijk optreden tegen illegale woningsplitsing en de toepassing van het omgevingsrechtelijke overgangsrecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5498Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5498, Raad van State, 16-09-2026, 202502470/1/R2

Raad van State16 sep 2026HandhavingVergunningen
32/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:441Laag
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:441, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-09-2026, 25/55

College van Beroep voor het bedrijfsleven15 sep 2026OverheidVergunningen
28/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:430Middel
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:430, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-09-2026, 25/353

College van Beroep voor het bedrijfsleven15 sep 2026OverheidHandhaving
32/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:431Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:431, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-09-2026, 25/214

College van Beroep voor het bedrijfsleven15 sep 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied