JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5498Laag32/100

Raad van State: geen handhavingsplicht bij laden lossen tuincentrum

ECLI:NL:RVS:2026:5498, Raad van State, 16-09-2026, 202502470/1/R2

Raad van StateUitspraak: 16 september 2026Publicatie: 16 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202502470/1/R2

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 29 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen het laden en lossen bij [tuincentrum] aan de [locatie] in Tilburg afgewezen. Tegenover de woning van [wederpartij] is enkele jaren geleden een nieuw tuincentrum gebouwd. [wederpartij] ervaart overlast van het tuincentrum door het laden en lossen tegenover zijn woning. Hij heeft het college gevraagd op te treden tegen het laden en lossen aan deze kant, omdat bij de vaststelling van het bestemmingsplan is afgesproken dat het laden en lossen aan de andere kant van het tuincentrum plaatsvindt. Volgens [wederpartij] mag hij op die afspraak vertrouwen. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of het college bevoegd is om te handhaven op de plek van het laden en lossen.

Kern van de zaak

Een bewoner ondervond overlast van een naastgelegen tuincentrum dat laadde en loste aan de zijde tegenover zijn woning, in strijd met wat bij de vaststelling van het bestemmingsplan was afgesproken. Hij verzocht het college handhavend op te treden. Het college weigerde, omdat het bestemmingsplan geen expliciet verbod of verplichting bevatte over de zijde van het laden en lossen.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep van het college gegrond en het beroep van de bewoner ongegrond. Doorslaggevend is dat het bestemmingsplan geen expliciete bepaling bevat die laden en lossen aan de noord- en westzijde verbiedt of aan de andere zijde verplicht, en dat akoestisch onderzoek aantoont dat de geluidsnormen niet worden overschreden, zodat het college niet bevoegd is handhavend op te treden.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen bestaande vaste jurisprudentie over de bevoegdheidseis voor handhaving en bevat geen nieuwe rechtsregels; de betekenis is vooral illustratief voor de toepassing van bekende beginselen.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het handhavingsverzoek dateert van vóór 1 januari 2024, blijft de Wabo van toepassing.
  • 2Het bestemmingsplan bevat geen expliciete verbods- of gebodsbepalingen over de locatie van het laden en lossen bij het tuincentrum.
  • 3Akoestisch onderzoek toont aan dat de geluidsnormen tussen 07:00 en 19:00 uur niet worden overschreden.
  • 4Zonder overtreding van een wettelijk voorschrift ontbreekt de bevoegdheid van het college om handhavend op te treden.
  • 5De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het college het bij de bestemmingsplanvaststelling gewekte vertrouwen onvoldoende had meegewogen in de beoordeling van de handhavingsbevoegdheid.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een handhavingsverzoek alleen kan slagen als sprake is van een daadwerkelijke overtreding van een wettelijk voorschrift; een bij planvaststelling gewekte verwachting of informele afspraak levert op zichzelf geen handhavingsbevoegdheid op.

Praktische impact

Bewoners die overlast ondervinden van naburige bedrijven kunnen geen handhaving afdwingen op grond van een bij de planvaststelling gemaakte afspraak, tenzij die afspraak in bindende planregels is verankerd.

Onderwerp-impact

Voor de omgevingspraktijk onderstreept deze uitspraak het belang van het vastleggen van operationele afspraken (zoals laad- en loslocaties) in concrete en afdwingbare planregels of vergunningvoorschriften.

Samenvatting

In deze zaak stond de vraag centraal of het college bevoegd was handhavend op te treden tegen een tuincentrum dat laadde en loste aan de zijde tegenover de woning van een omwonende, terwijl bij de vaststelling van het bestemmingsplan de verwachting was gewekt dat dit aan de andere kant zou plaatsvinden. De bewoner had in 2023 een handhavingsverzoek ingediend onder de Wabo, waardoor op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht van toepassing bleef. Het college weigerde te handhaven en voerde aan dat het bestemmingsplan geen expliciete bepaling bevatte die laden en lossen aan de noord- of westzijde verbood, noch een verplichting oplegde om dit aan de oost- of zuidzijde te doen. Bovendien bleek uit akoestisch onderzoek dat de geluidsnormen overdag niet werden overschreden. De rechtbank had het college in het ongelijk gesteld en geoordeeld dat het de gewekte verwachting onvoldoende had betrokken bij de afweging. Het college stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college wel degelijk bevoegd was zijn beslissing te nemen op basis van de constatering dat er geen sprake was van een overtreding. Zonder overtreding van een wettelijk voorschrift bestaat er immers geen handhavingsbevoegdheid. Het feit dat bij de bestemmingsplanvaststelling informeel was afgesproken dat laden en lossen aan een bepaalde zijde zou plaatsvinden, maakt dit niet anders, nu die afspraak niet in bindende planregels was neergelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het beroep van de bewoner ongegrond. De uitspraak benadrukt het belang van het vertalen van beleidsafspraken naar afdwingbare juridische normen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5500Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5500, Raad van State, 16-09-2026, 202503162/1/R2

Raad van State16 sep 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:441Laag
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:441, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-09-2026, 25/55

College van Beroep voor het bedrijfsleven15 sep 2026OverheidVergunningen
28/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:430Middel
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:430, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-09-2026, 25/353

College van Beroep voor het bedrijfsleven15 sep 2026OverheidHandhaving
32/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:431Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:431, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-09-2026, 25/214

College van Beroep voor het bedrijfsleven15 sep 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied