Raad van State vernietigt bestemmingsplan Arnhem zorgwoningen
ECLI:NL:RVS:2026:5143, Raad van State, 02-09-2026, 202302956/1/R4, 202306976/1/R4 en 202307114/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Arnhem de aanvraag van Zorgwonen Bronbeek om een bestemmingsplan vast te stellen voor de wijziging van de bestemming "Maatschappelijk" van het perceel Bronbeeklaan 66 naar de bestemming "Wonen" afgewezen. De gemeente Arnhem is eigenaar van het perceel Bronbeeklaan 66. Dit perceel is, met ingangsdatum 17 augustus 1964, in erfpacht uitgegeven. De einddatum is 17 augustus 2039. Het erfpachtrecht is tot een gebruik als ‘bejaardentehuis’ beperkt. Zorgwonen Bronbeek is sinds 31 augustus 2018 erfpachter. Op de locatie was tot in 2017 een zorgcomplex voor senioren (de Paasbergflat) operationeel. Het gebouw staat nu zo goed als leeg. Zorgwonen Bronbeek heeft om vaststelling van een bestemmingsplan voor de locatie verzocht om hier maximaal 59 zelfstandige wooneenheden en vijf onzelfstandige wooneenheden mogelijk te maken. De bouw daarvan paste niet binnen het toentertijd geldende bestemmingsplan "Velperweg e.o.". De raad heeft in bezwaar vastgehouden aan de afwijzing van deze aanvraag omdat deze volgens hem strijdig is met een goede ruimtelijke ordening en de erfpachtakte een evidente privaatrechtelijke belemmering voor de uitvoerbaarheid van een dergelijke bestemming oplevert. Na het besluit op bezwaar heeft de raad voor de locatie een bestemmingsplan vastgesteld. Dit voorziet in 54 zelfstandige woningen. De raad heeft ook een exploitatieplan vastgesteld omdat het erfpachtcontract niet voorziet in publiekrechtelijk kostenverhaal en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd.
Kern van de zaak
Zorgwonen Bronbeek verzocht de gemeente Arnhem een bestemmingsplan vast te stellen voor de voormalige Paasbergflat aan de Bronbeeklaan 66, om maximaal 59 zelfstandige en 5 onzelfstandige wooneenheden voor senioren mogelijk te maken. Het bestaande bestemmingsplan stond deze ontwikkeling niet toe. De zaak leidde tot beroepsprocedures bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State draagt de gemeenteraad van Arnhem op een onderdeel van de uitspraak binnen vier weken te verwerken in de landelijke voorziening, wat impliceert dat het bestemmingsplan (gedeeltelijk) is vernietigd of aangevuld dient te worden. De doorslaggevende reden is dat het ontwerpbestemmingsplan geen toereikende regels bevatte voor een evenwichtige belangenafweging, en dat op een nieuw te nemen besluit de Omgevingswet van toepassing zal zijn.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft lokale betekenis voor de betrokken partijen en bevestigt bestaand overgangsrecht zonder nieuwe rechtsregels te stellen; de toepassing van ECLI:NL:RVS:2024:1174 is vaste lijn van de Afdeling.
Belangrijkste punten
- 1Op deze procedure blijft het oude recht (Wro en Crisis- en herstelwet) van toepassing, omdat het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd (overgangsrecht Invoeringswet Omgevingswet).
- 2Het perceel Bronbeeklaan 66 is eigendom van de gemeente Arnhem en in erfpacht uitgegeven tot 2039, met als beperking gebruik als 'bejaardentehuis'.
- 3Zorgwonen Bronbeek wil 59 zelfstandige en 5 onzelfstandige wooneenheden realiseren op de locatie van de leegstaande Paasbergflat.
- 4De Afdeling geeft opdracht aan de raad het betreffende onderdeel van de uitspraak binnen vier weken te verwerken in de landelijke voorziening.
- 5Een eventueel nieuw te nemen besluit valt onder de Omgevingswet; terugvallen op het oude ontwerpbestemmingsplan is dan niet meer mogelijk.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de invoering van de Omgevingswet: lopende bestemmingsplanprocedures worden afgewikkeld onder het oude recht, maar nieuwe besluiten ter herstel vallen volledig onder de Omgevingswet. Dit verduidelijkt de juridische grens tussen oud en nieuw omgevingsrecht bij overgangsgevallen.
Praktische impact
Zorgwonen Bronbeek kan voorlopig niet starten met de realisatie van de beoogde wooneenheden; de gemeente Arnhem moet een nieuw besluit nemen conform de Omgevingswet, wat extra tijd en procedurele stappen vergt.
Onderwerp-impact
Voor zorggerelateerde woonontwikkelingen op erfpachtpercelen met gebruiksbeperkingen schept deze uitspraak duidelijkheid over de wisselwerking tussen erfpachtbeperkingen, bestemmingsplanwijzigingen en het overgangsrecht bij de Omgevingswet.
Samenvatting
Deze zaak betreft een bestemmingsplanprocedure voor de locatie Bronbeeklaan 66 in Arnhem, waar Zorgwonen Bronbeek als erfpachter maximaal 59 zelfstandige en 5 onzelfstandige wooneenheden voor senioren wil realiseren op de plek van de voormalige Paasbergflat. De gemeente Arnhem is eigenaar van het perceel, dat in erfpacht is uitgegeven tot 2039 met een gebruiksbeperking als bejaardentehuis. Het geldende bestemmingsplan stond de beoogde ontwikkeling niet toe, waarna Zorgwonen Bronbeek verzocht om vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. De aanvraag werd ingediend in november 2021 en het ontwerp lag in december 2022 ter inzage. De centrale juridische vraag betrof allereerst het toepasselijke recht: nu zowel de aanvraag als de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan vóór 1 januari 2024 plaatsvonden, blijft op grond van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht — waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet — van toepassing totdat het plan onherroepelijk is. De Raad van State oordeelt dat het bestemmingsplan gebreken vertoont, met name doordat het ontwerpbestemmingsplan geen toereikende regels bevat voor een evenwichtige belangenafweging. De Afdeling draagt de gemeenteraad op het relevante onderdeel van de uitspraak binnen vier weken te verwerken in de landelijke voorziening. Daarbij benadrukt de Afdeling, in lijn met haar eerdere uitspraak van 27 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1174), dat een eventueel nieuw te nemen herstelbesluit volledig onder de Omgevingswet valt en dat terugvallen op het oude ontwerpbestemmingsplan dan niet meer mogelijk is. De uitspraak illustreert de complexiteit van het overgangsrecht bij de grootschalige stelselwijziging die de Omgevingswet met zich meebrengt.