JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:475Laag28/100

Woningsluiting cocaïnehandel teruggebracht naar drie maanden wegens kwetsbaarheid

ECLI:NL:RVS:2026:475, Raad van State, 28-01-2026, 202502811/1/A3

Raad van StateUitspraak: 28 januari 2026Publicatie: 28 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202502811/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Drugshandel
Artikel 13b Opiumwet
Damoclesbeleid
Woningsluiting
Evenredigheid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de burgemeester van Hillegom de woning aan de [locatie] in Hillegom voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellante] huurde een woning aan de [locatie] in Hillegom. De burgemeester heeft [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet overeenkomstig de door hem vastgestelde Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Hillegom - 2023. De sluiting is ingegaan op 27 juni 2024 om 10:00 uur. Met het besluit van 24 september 2024 heeft de burgemeester de sluitingsduur teruggebracht naar drie maanden, waardoor de sluiting is geëindigd op 27 september 2024 om 11:00 uur en [appellante] weer terug kon naar haar woning. Niet in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. In hoger beroep staat alleen de evenredigheid van de woningsluiting ter discussie.

Kern van de zaak

Appellante huurde een woning in Hillegom waar de politie grote hoeveelheden hard- en softdrugs en handelsgerelateerde goederen aantrof. De burgemeester legde een last onder bestuursdwang op met een woningsluiting van zes maanden op grond van artikel 13b Opiumwet. Appellante betwistte in hoger beroep uitsluitend de evenredigheid van de opgelegde maatregel.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt de vraag of de (reeds naar drie maanden teruggebrachte) woningsluiting evenredig was; de bevoegdheid van de burgemeester staat niet ter discussie. De burgemeester had de sluiting in bezwaar al teruggebracht van zes naar drie maanden wegens de kwetsbaarheid van appellante en een lopende ontruimingsprocedure door de woningstichting.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een casuïstische toepassing van bekende jurisprudentie over artikel 13b Opiumwet en het evenredigheidsbeginsel; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de uitkomst is sterk feitengebonden.

Belangrijkste punten

  • 1Aangetroffen handelshoeveelheden: 410 g cocaïne, 138,2 g amfetamine, 329,5 g MDMA, 106,1 g hasj en 679,1 g hennep, plus contant geld, wapens en handelsgerelateerde goederen
  • 2Burgemeester was onbetwist bevoegd tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid Hillegom 2023)
  • 3In hoger beroep staat uitsluitend de evenredigheid van de woningsluiting ter discussie
  • 4Sluitingsduur in bezwaar teruggebracht van zes naar drie maanden vanwege kwetsbaarheid appellante en ontruimingsprocedure Woningstichting Stek
  • 5Uitspraak is gebaseerd op een bestuurlijke rapportage op ambtseed/ambtsbelofte van 13 maart 2024, aangevuld met observaties en anonieme meldingen

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert de toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij Damoclesbeleid-sluitingen, waarbij persoonlijke omstandigheden zoals kwetsbaarheid van de bewoner een matigende rol kunnen spelen op de sluitingsduur. De uitkomst bevestigt dat beleidsregels ruimte laten voor individuele afweging.

Praktische impact

Voor appellante betekende de teruggebrachte sluiting dat zij na drie maanden (27 september 2024) kon terugkeren naar haar woning; de dreiging van ontruiming via de woningstichting bleef echter bestaan. Verhuurders en bewoners in vergelijkbare situaties zien dat kwetsbaarheid de duur van een sluiting kan beperken.

Onderwerp-impact

Voor gemeenten die Damoclesbeleid hanteren verduidelijkt deze zaak dat de individuele situatie van de bewoner — waaronder kwetsbaarheid en lopende huurrechtelijke procedures — meegewogen moet worden bij het bepalen van de sluitingsduur.

Samenvatting

In deze zaak had de burgemeester van Hillegom de woning van appellante voor aanvankelijk zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat de politie bij een doorzoeking grote hoeveelheden hard- en softdrugs had aangetroffen: 410 gram cocaïne, 138,2 gram amfetamine, 329,5 gram MDMA, 106,1 gram hasj en 679,1 gram hennep, naast contant geld, wapens, weegschalen, verpakkingsmaterialen en administratie die wijzen op georganiseerde drugshandel. Anonieme meldingen en politie-observaties van overhandigingen aan de voordeur ondersteunden het beeld van een actief drugspand. De sluiting was gebaseerd op de gemeentelijke Beleidsregel Damoclesbeleid 2023 en vond feitelijk plaats op 27 juni 2024. In de bezwaarfase bracht de burgemeester de sluitingsduur terug naar drie maanden, zodat appellante op 27 september 2024 kon terugkeren. Aanleiding voor de matiging waren de kwetsbaarheid van appellante en het feit dat Woningstichting Stek een ontruimingsprocedure was gestart. In hoger beroep bij de Raad van State is de bevoegdheid van de burgemeester niet langer betwist; de procedure spitst zich uitsluitend toe op de evenredigheid van de opgelegde maatregel. De centrale juridische vraag is of de sluiting — ook in de teruggebrachte vorm van drie maanden — proportioneel was in verhouding tot de ernst van de overtreding en de persoonlijke omstandigheden van appellante. De zaak laat zien dat gemeenten bij de toepassing van het Damoclesbeleid gehouden zijn tot een individuele evenredigheidstoets, waarbij factoren als kwetsbaarheid van de bewoner en lopende civielrechtelijke procedures relevant zijn. De tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437, Raad van State, 29-07-2026, 202504988/1/A2

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4404Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4404, Raad van State, 29-07-2026, 202407843/1/R3 en 202407846/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenMilieu
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4419Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4439Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4439, Raad van State, 29-07-2026, 202403626/1/R3

Raad van State29 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied