Omgevingsvergunning kunstriet dak afgewezen wegens welstandstoets
ECLI:NL:RVS:2026:4439, Raad van State, 29-07-2026, 202403626/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 24 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd om aan [appellanten] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van kunstriet op het dak van hun woning aan het [locatie A] in Den Haag. [appellanten] zijn eigenaar van de woning aan [locatie A] in Den Haag. Zij hebben op 6 juli 2021 vanwege aanhoudende lekkages een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het plaatsen van kunstriet op het dak van hun woning. Het college heeft deze aanvraag afgewezen, omdat de plaatsing van kunstriet niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Het college heeft dit besluit na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft het hiertegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellanten] kunnen zich met het oordeel van de rechtbank niet verenigen en hebben hoger beroep ingesteld.
Kern van de zaak
Eigenaren van een woning in Den Haag vroegen een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van kunstriet op hun dak vanwege aanhoudende lekkages. Het college weigerde de vergunning omdat het bouwplan niet voldeed aan redelijke eisen van welstand. Na ongegrondverklaring van het beroep door de rechtbank stelden de eigenaren hoger beroep in bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Doorslaggevend is dat het college het juiste toetsingskader heeft gehanteerd bij de welstandsbeoordeling op grond van de Woningwet.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige kamerbeslissing die een feitelijk specifieke situatie betreft en geen nieuwe rechtsvragen beantwoordt. De uitspraak bevestigt bestaand beleid en recht zonder fundamentele nieuwe normen te stellen.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2024, blijft het oude recht (Wabo/Woningwet) van toepassing.
- 2Appellanten betoogden dat getoetst had moeten worden aan artikel 12a, eerste lid, onder b, van de Woningwet (bestaand bouwwerk), in plaats van onder a.
- 3De Raad van State volgt dit betoog niet en bevestigt dat het college het juiste welstandstoetsingskader heeft gehanteerd.
- 4Het bouwplan (kunstriet op dak) voldoet niet aan de redelijke eisen van welstand.
- 5Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en verduidelijkt welk artikelonderdeel van artikel 12a Woningwet van toepassing is bij verbouwingen aan bestaande bouwwerken. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking nu het een enkelvoudige kamerbeslissing betreft in een feitelijk specifieke zaak.
Praktische impact
Eigenaren die kunstriet of vergelijkbare niet-traditionele dakbedekkingen willen aanbrengen, dienen rekening te houden met welstandseisen. Een functionele noodzaak (lekkage) biedt op zichzelf geen grondslag om een welstandstoets te omzeilen.
Onderwerp-impact
In het omgevingsrecht en de ruimtelijke ordening benadrukt deze uitspraak dat welstandscommissies ook bij vergunningaanvragen voor onderhoud of reparatie van bestaande woningen een strikte toets kunnen hanteren, ongeacht praktische noodzaak van de aanvrager.
Samenvatting
De eigenaren van een woning aan de [locatie A] in Den Haag dienden op 6 juli 2021 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van kunstriet op hun dak, als oplossing voor aanhoudende lekkageproblemen. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat het bouwplan niet voldeed aan de redelijke eisen van welstand. Na ongegrondverklaring in bezwaar en beroep, stelden de eigenaren hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een eerste geschilpunt betrof het overgangsrecht: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 werd ingediend, is het oude recht van toepassing op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet. De Wabo en de Woningwet blijven dus van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. Het centrale juridische geschilpunt in hoger beroep betrof de vraag welk toetsingskader van artikel 12a Woningwet van toepassing is. Appellanten stelden dat getoetst had moeten worden aan het onderdeel dat ziet op het uiterlijk van een bestaand bouwwerk (onder b), in plaats van het onderdeel voor nieuw te bouwen bouwwerken (onder a). Subsidiair beriepen zij zich op artikel 12, derde lid, van de Woningwet. De Raad van State verwerpt dit betoog en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Het college heeft het juiste toetsingskader gehanteerd door het bouwplan te beoordelen aan de hand van de toepasselijke welstandsnormen. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. De uitspraak heeft beperkte algemene rechtsontwikkeling, maar bevestigt dat de welstandstoets ook bij praktisch gemotiveerde verbouwingen onverminderd geldt.