JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4437Middel38/100

Gedupeerde toeslagenaffaire krijgt geen schuldenvergoeding

ECLI:NL:RVS:2026:4437, Raad van State, 29-07-2026, 202504988/1/A2

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202504988/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
Financiele Dienstverlening
Toeslagenaffaire
Opeisbaarheid
Compensatie
Wet Hersteloperatie Toeslagen
Private Schulden

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overneming van private schulden afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de minister van Financiën, in zijn hoedanigheid van rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 juli 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Kern van de zaak

Een gedupeerde van de toeslagenaffaire verzoekt de minister om vergoeding van twee afgeloste private schulden (€15.248 aan de Alliantie en €4.219,50 aan Fexxbudget) op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister weigert beide vergoedingen wegens niet-voldoen aan wettelijke voorwaarden.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep tegen de weigering van de minister; de schuld aan de Alliantie wordt niet vergoed omdat deze al vóór ontvangst van het compensatiebedrag was betaald, en de schuld aan Fexxbudget voldoet niet aan de opeisbaarheidseis van artikel 4.1 lid 2 Wht. De doorslaggevende reden is dat niet is voldaan aan de strikte wettelijke voorwaarden van artikel 4.3 jo. 4.1 Wht.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak betreft een individueel geval binnen een grotere hersteloperatie, maar heeft relevantie voor meerdere gedupeerden in vergelijkbare situaties. De uitspraak is echter onvolledig weergegeven, waardoor de definitieve beslissing en volledige motivering niet kunnen worden beoordeeld.

Belangrijkste punten

  • 1Compensatie van afgeloste private schulden vereist dat de schuld ná ontvangst van een herstelmaatregelsbedrag is voldaan (art. 4.3 lid 3 sub a Wht)
  • 2Schuld aan de Alliantie (€15.248) werd al vóór ontvangst Catshuisregelingsbedrag afgelost en komt daardoor niet in aanmerking
  • 3Schuld aan Fexxbudget (€4.219,50) voldoet niet aan de opeisbaarheidseis: geen betalingsachterstand vóór 1 juni 2021 aangetoond
  • 4Artikel 4.1 lid 2 Wht vereist dat schulden zijn ontstaan na 31 december 2005 én vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren
  • 5De tekst van de uitspraak is onvolledig; de definitieve beslissing van de Raad van State is niet volledig weergegeven

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de strikte toepassingsvoorwaarden van de schuldenovernemingsregeling in de Wht, met name dat de chronologische volgorde (eerst herstelbetaling, dan aflossing) én de opeisbaarheid bepalend zijn voor de vergoedingsaanspraak. Dit beperkt de reikwijdte van de compensatieregeling voor gedupeerden die schulden al eerder hebben afgelost.

Praktische impact

Gedupeerden van de toeslagenaffaire die private schulden hebben afgelost vóórdat zij een compensatiebedrag ontvingen, of wier schulden niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren, komen niet in aanmerking voor vergoeding onder de Wht. Dit kan voor een groep gedupeerden betekenen dat zij geen herstel ontvangen voor schulden die rechtstreeks met de toeslagenproblematiek samenhangen.

Onderwerp-impact

De zaak raakt de bredere hersteloperatie toeslagen en de toegang van gedupeerden tot schuldencompensatie; strikte wetsinterpretatie kan leiden tot situaties waarin gedupeerden ondanks erkenning als slachtoffer geen volledige financiële compensatie ontvangen.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State van een gedupeerde van de toeslagenaffaire tegen een weigeringsbesluit van de minister op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De appellante had de minister verzocht om vergoeding van twee afgeloste private schulden: een schuld van €15.248 aan woningcorporatie De Alliantie en een schuld van €4.219,50 aan Fexxbudget, tezamen ruim €19.467. De minister weigerde beide vergoedingen op grond van de wettelijke voorwaarden in de Wht. De centrale juridische vraag is of de schulden voldoen aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 4.3 jo. artikel 4.1 van de Wht. Op grond van artikel 4.3 lid 3 sub a Wht komt een afgeloste private schuld alleen voor compensatie in aanmerking als deze is betaald ná ontvangst van een herstelmaatregel. Ten aanzien van de schuld aan De Alliantie stelt de minister vast dat deze al vóór ontvangst van het bedrag uit de Catshuisregeling was voldaan, zodat niet aan deze chronologische voorwaarde is voldaan. Voor de schuld aan Fexxbudget geldt dat niet is aangetoond dat sprake was van een betalingsachterstand vóór 1 juni 2021, waardoor de schuld niet voldoet aan de opeisbaarheidseis van artikel 4.1 lid 2 sub b Wht. De Raad van State behandelt het hoger beroep tegen de afwijzing. De beschikbare tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing en de volledige motivering van de Raad van State niet volledig kunnen worden weergegeven. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de Raad van State de wettelijke uitleg van de minister te volgen. De zaak illustreert de beperkingen van de compensatieregeling voor gedupeerden die schulden eerder of buiten de wettelijke kaders hebben afgelost.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 30 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5312Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5312, Raad van State, 09-09-2026, 202500668/1/A2

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied