JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4404Middel38/100

Bestemmingsplan Franeker-Nij Fristho deels vernietigd door geluidsregelgeving

ECLI:NL:RVS:2026:4404, Raad van State, 29-07-2026, 202407843/1/R3 en 202407846/1/R3

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:202407843/1/R3 en 202407846/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vergunningen
Milieu
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Hogere Waarde Geluid
Plantoelichting
Wet Geluidhinder

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 24 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder hogere waarden vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Franeker-Nij Fristho". Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Waadhoeke het bestemmingsplan "Franeker-Nij Fristho" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 20 grondgebonden woningen en 3 woongebouwen met in totaal 52 woningen mogelijk. Het plangebied ligt in het zuidwesten van de bebouwde kom van Franeker op een terrein waar voorheen een schoonmaakbedrijf was gevestigd. Akkerman Investgroup B.V. is eigenaar van de gronden en initiatiefnemer van het plan. [appellante sub 2] en [appellant sub 1] en anderen wonen in de nabijheid van het plangebied. Ten behoeve van het bestemmingsplan heeft het college een besluit hogere waarden genomen. In dit besluit zijn voor het hele plangebied hogere waarden van 56 dB vanwege wegverkeerslawaai en 55 dB(A) vanwege industrielawaai vastgesteld. [appellante sub 2] betoogt dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân (verordening). Er is voor deze ontwikkeling namelijk geen woonplan opgesteld en ook de schriftelijke instemming van het college van gedeputeerde staten van Fryslân ontbreekt.

Kern van de zaak

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen de vaststelling van het bestemmingsplan 'Franeker-Nij Fristho' en de bijbehorende hogere waarden voor geluidsbelasting langs wegen en rond industrieterreinen. De gemeente had op 3 juli 2025 uitsluitend de plantoelichting gewijzigd, zonder het bestemmingsplan integraal opnieuw vast te stellen. De beroepen betreffen zowel het bestemmingsplan als de rechtmatigheid van de hogere-waardebesluiten onder het overgangsrecht van de Omgevingswet.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het oude recht van toepassing blijft op de hogere-waardebesluiten en het bestemmingsplan, nu het ontwerp vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd. De wijziging van enkel de plantoelichting op 3 juli 2025 wordt aangemerkt als een nadere motivering en niet als een integrale hervaststelling van het bestemmingsplan. De inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden tegen deze nadere motivering volgt in de verdere overwegingen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie over het overgangsrecht Omgevingswet en voegt een praktisch relevante verduidelijking toe over de status van een gewijzigde plantoelichting, maar stelt geen fundamenteel nieuw rechtsregel vast.

Belangrijkste punten

  • 1Op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht van toepassing op bestemmingsplannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.
  • 2Hetzelfde overgangsregime geldt voor hogere-waardebesluiten langs wegen en rond industrieterreinen, mits vastgesteld ten behoeve van een besluit waarvan het ontwerp vóór inwerkingtreding ter inzage lag.
  • 3Een wijziging van uitsluitend de plantoelichting — zonder integrale hervaststelling van het bestemmingsplan — kwalificeert als een nadere motivering en niet als een nieuw vaststellingsbesluit.
  • 4De Afdeling baseert zich mede op haar eerdere uitspraak van 24 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:5198) over het toepasselijke overgangsrecht bij geluidsbesluiten.
  • 5Appellante sub 2 heeft meerdere beroepsgronden gericht tegen de gewijzigde plantoelichting, die de Afdeling inhoudelijk beoordeelt.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de lijn uit ECLI:NL:RVS:2024:5198 dat het pre-Omgevingswet recht van toepassing blijft op hogere-waardebesluiten en bestemmingsplannen die vóór 1 januari 2024 in procedure waren. Tevens verduidelijkt de Afdeling dat een aanpassing van enkel de plantoelichting rechtens geldt als nadere motivering en geen nieuwe vaststellingsprocedure vereist.

Praktische impact

Voor initiatiefnemers en gemeenten in lopende bestemmingsplanprocedures biedt dit duidelijkheid: wijziging van uitsluitend de plantoelichting na rechterlijke tussenuitspraak volstaat als nadere motivering zonder volledige hervaststelling. Appellanten behouden hun beroepsmogelijkheden tegen die nadere motivering.

Onderwerp-impact

In ruimtelijke-ordeningsprocedures rondom woningbouw of bedrijventerreinen (hier: Franeker-Nij Fristho) bevestigt de uitspraak dat geluidsnormen onder het oude Wet geluidhinder-regime worden beoordeeld zolang het overgangsrecht van toepassing is.

Samenvatting

In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over beroepen tegen het bestemmingsplan 'Franeker-Nij Fristho' en de bijbehorende hogere-waardebesluiten voor geluidsbelasting. Centraal stond allereerst de vraag welk recht van toepassing is, nu de Omgevingswet en de Aanvullingswet geluid Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking zijn getreden. De Afdeling overweegt dat op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht van toepassing blijft op bestemmingsplannen waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding ter inzage is gelegd. Ditzelfde overgangsregime geldt voor hogere-waardebesluiten langs wegen en rond industrieterreinen, mits deze zijn vastgesteld ten behoeve van een besluit dat vóór inwerkingtreding in procedure was. De Afdeling verwijst hierbij uitdrukkelijk naar haar uitspraak van 24 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:5198). Een tweede rechtsvraag betrof de status van de beslissing van de gemeenteraad van 3 juli 2025, waarbij uitsluitend de plantoelichting van het bestemmingsplan werd gewijzigd. De Afdeling oordeelt dat deze handeling niet kan worden aangemerkt als een integrale hervaststelling van het bestemmingsplan. Uit de bewoordingen van het raadsbesluit blijkt immers dat de raad enkel de toelichting heeft aangepast. Juridisch kwalificeert dit als een nadere motivering van het eerder vastgestelde plan. De beroepsgronden van appellante sub 2 richten zich tegen deze nadere motivering en worden door de Afdeling inhoudelijk beoordeeld in het vervolg van de uitspraak. De uitspraak bevestigt en verfijnt zo de bestaande lijn in de rechtspraak over de overgangsrechtelijke behandeling van geluidsbesluitvorming en bestemmingsplanprocedures onder de Omgevingswet, en biedt gemeenten en initiatiefnemers praktische duidelijkheid over de reikwijdte van een louter toelichtingswijziging.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410, Raad van State, 29-07-2026, 202501680/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4406Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4406, Raad van State, 29-07-2026, 202402336/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4419Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4439Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4439, Raad van State, 29-07-2026, 202403626/1/R3

Raad van State29 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied