Omgevingsvergunning bedrijfsruimte Dordrecht deels getoetst door RvS
ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 6 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht aan Merwestreek Projecten B.V. (vergunninghoudster) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfsruimte aan de Carneool 148 in Dordrecht. Het bouwplan van Merwestreek Projecten B.V. ziet op realisatie van een bedrijfsruimte van 9 meter hoog op het perceel, waarbij voor zowel de achtergevel als de (noordelijke) zijgevel van de bedrijfsruimte wordt afgeweken van artikel 4, lid 4.2.2, aanhef en onder c, van de planregels. [appellant] woont aan de [locatie] in Dordrecht. Zijn perceel grenst aan het perceel en hij kijkt vanuit de achterzijde van zijn woning tegen de achtergevel van de bedrijfsruimte aan, die tot op zijn perceelsgrens is voorzien.
Kern van de zaak
Merwestreek Projecten B.V. vroeg in 2019 een omgevingsvergunning aan voor een 9 meter hoge bedrijfsruimte op een perceel in Dordrecht, waarbij afgeweken werd van de minimale perceelsgrensafstand. Een omwonende ([appellant]) aan de nabijgelegen locatie maakte bezwaar en stelde dat er strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Beslissing van de rechter
De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de uiteindelijke beslissing niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst toetst de Raad van State of het college de betrokken belangen correct heeft afgewogen bij het verlenen van de omgevingsvergunning via de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid; het college heeft daarbij beleidsruimte, en de bestuursrechter toetst marginaal.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een individueel vergunningsbesluit voor één bedrijfsperceel en past volledig binnen bestaande jurisprudentie over overgangsrecht Omgevingswet en marginale toetsing; geen rechtsontwikkeling of bredere precedentwerking is te verwachten.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van 23 januari 2019 (vóór inwerkingtreding Omgevingswet per 1 januari 2024), blijft het oude recht (Wabo) van toepassing tot onherroepelijkheid van het besluit.
- 2Het perceel heeft de bestemming 'Bedrijf' met een maximale bouwhoogte van 9 meter en een verplichte afstand van 2,5 meter tot niet-weg-gelegen perceelsgrenzen.
- 3Het college verleende de omgevingsvergunning op 6 juni 2019 via een binnenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1 sub a onder 1° Wabo) voor zowel de achter- als noordelijke zijgevel.
- 4De bestuursrechter toetst marginaal: hij beoordeelt niet zelf of sprake is van goede ruimtelijke ordening, maar of het besluit in overeenstemming is met het recht en of nadelige gevolgen niet onevenredig zijn.
- 5De uitspraak is onvolledig weergegeven; de definitieve beslissing op de beroepsgronden kan op basis van de beschikbare tekst niet worden vastgesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en de marginale toetsingsstandaard bij binnenplanse afwijkingsbesluiten, wat aansluit bij vaste jurisprudentie van de Raad van State. Geen vernieuwende rechtsontwikkeling zichtbaar op basis van de beschikbare tekst.
Praktische impact
Voor Merwestreek Projecten B.V. betekent de aanhangige procedure onzekerheid over de rechtmatigheid van de verleende vergunning voor de beoogde bedrijfsruimte; de omwonende heeft via de bestuursrechter een platform om de belangenafweging te laten toetsen.
Onderwerp-impact
In het kader van ruimtelijke ordening en vergunningverlening voor bedrijfspercelen illustreert deze zaak de werkwijze bij binnenplanse afwijkingen van perceelsgrensafstanden en de beperkte rechterlijke toetsingsruimte daarbij.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft een omgevingsvergunning voor de realisatie van een 9 meter hoge bedrijfsruimte op een perceel met de bestemming 'Bedrijf' in Dordrecht, aangevraagd door Merwestreek Projecten B.V. op 23 januari 2019. Het bouwplan wijkt af van de planregel die een minimale afstand van 2,5 meter tot niet aan de weg gelegen perceelsgrenzen voorschrijft, zowel voor de achtergevel als de noordelijke zijgevel. Het college van burgemeester en wethouders verleende op 6 juni 2019 de vergunning via de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Wabo. Een omwonende ([appellant]) heeft hiertegen beroep ingesteld en stelt onder meer dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Een eerste juridisch aandachtspunt betreft het overgangsrecht: nu de aanvraag dateert van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (de Wabo) van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is geworden. Inhoudelijk stelt de Raad van State vast dat het college beleidsruimte toekomt bij de beslissing om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan en dat het de betrokken belangen dient af te wegen. De bestuursrechter toetst niet zelf of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt marginaal aan de hand van de beroepsgronden of het besluit rechtmatig is en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn in verhouding tot het met de verlening gediende doel. De uitspraaktekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing op de beroepsgronden en het dictum niet kunnen worden vastgesteld. De zaak is op inhoud en uitkomst derhalve slechts gedeeltelijk te beoordelen.