JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:462Laag28/100

Raad van State: verzoek intrekking omgevingsvergunning asbestsanering Utrecht afgewezen

ECLI:NL:RVS:2026:462, Raad van State, 28-01-2026, 202205662/1/R4

Raad van StateUitspraak: 28 januari 2026Publicatie: 28 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202205662/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Bouw
Omgevingsvergunning
Wabo
Handhaving
Woningcorporatie
Asbest

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om de omgevingsvergunning van 21 september 2011 van de woningcorporatie Stichting Mitros (nu: Stichting Woonin, hierna: Mitros) in te trekken en handhavend op te treden tegen Mitros, afgewezen. Bij besluit van 21 september 2011 heeft het college aan Mitros op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo een omgevingsvergunning verleend voor het verwijderen van asbesthoudende materialen en het vervangen van gevelkozijnen en dakkapellen in een groot aantal woningen in Utrecht. Voorafgaand aan dit besluit, op 22 juni 2011, hebben de gemeente Utrecht en Mitros een convenant gesloten. Daarbij is, samengevat, overeengekomen dat een groot deel van de asbestinventarisaties na de verlening van de omgevingsvergunning, voor het uitvoeren van de werkzaamheden, worden uitgevoerd.

Kern van de zaak

Een appellant verzocht het college van B&W Utrecht in 2020 om een in 2011 verleende omgevingsvergunning voor asbestverwijdering en gevelrenovatie aan Mitros in te trekken en te handhaven, omdat de aanvraag op het onderdeel 'slopen' onvolledig zou zijn geweest. De zaak bereikte de Raad van State na eerdere behandeling door de rechtbank.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen blijkt dat het college werd vertegenwoordigd en dat het oude recht (Wabo vóór 2024) van toepassing is, maar de inhoudelijke uitkomst is niet zichtbaar in de aangeleverde tekst.

28van 100

Impactscore

Laag

De zaak is casuïstisch van aard en betreft een specifieke omgevingsvergunning uit 2011; de overgangsrechtelijke overweging is weinig verrassend en het ontbreken van de volledige uitspraaktekst beperkt de beoordeling van de juridische reikwijdte.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht: omdat het verzoek om intrekking en handhaving vóór 1 januari 2024 is ingediend (7 juni 2020), blijft de Wabo van toepassing op grond van artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet
  • 2De omgevingsvergunning dateert van 21 september 2011 en betreft asbestverwijdering en gevelrenovatie in een groot aantal Mitros-woningen in Utrecht
  • 3Bijzondere omstandigheid: gemeente Utrecht en Mitros sloten op 22 juni 2011 een convenant waarbij asbestinventarisaties deels ná verlening van de vergunning zouden worden uitgevoerd
  • 4Appellant stelt dat de aanvraag op het onderdeel 'slopen' incompleet was, hetgeen intrekking en handhaving zou rechtvaardigen
  • 5Procedureel punt: appellant klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft geweigerd vijf getuigen (drie gemeenteambtenaren en twee Mitros-medewerkers) te horen

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet: verzoeken ingediend vóór 1 januari 2024 worden volledig beheerst door het oude Wabo-regime. De inhoudelijke rechtsvragen over de volledigheid van een omgevingsvergunningsaanvraag voor sloopactiviteiten en de rol van convenanten tussen gemeente en aanvrager zijn vanwege de onvolledige tekst niet te beoordelen.

Praktische impact

Voor Mitros en de gemeente Utrecht biedt de zaak duidelijkheid over de geldigheid van de in 2011 verleende vergunning; voor appellant blijft onzeker of zijn handhavingsverzoek slaagt. De uitkomst raakt mogelijk bewoners van de betrokken woningen indien asbestrisico's onvoldoende zijn geborgd.

Onderwerp-impact

De zaak illustreert de spanning tussen grootschalige asbestsaneringsprogramma's van woningcorporaties en de volledigheid van omgevingsvergunningaanvragen, een relevant thema in de bouw- en vastgoedsector bij erfenis van asbesthoudende gebouwen.

Samenvatting

Deze zaak bij de Raad van State draait om een verzoek van een appellant aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een in september 2011 verleende omgevingsvergunning aan woningcorporatie Mitros in te trekken en handhavend op te treden. De vergunning zag op het verwijderen van asbesthoudende materialen en het vervangen van gevelkozijnen en dakkapellen in een groot aantal Utrechtse woningen. Appellant stelde in juni 2020 dat de aanvraag op het onderdeel 'slopen' onvolledig was, wat intrekking en handhaving zou rechtvaardigen. Een opmerkelijk kenmerk van de zaak is het convenant dat de gemeente Utrecht en Mitros op 22 juni 2011 sloten, waarbij werd afgesproken dat een groot deel van de asbestinventarisaties pas ná de verlening van de omgevingsvergunning, maar vóór de daadwerkelijke uitvoering, zou worden verricht. Dit roept vragen op over de procedurele volledigheid van de vergunningsaanvraag. De Raad van State stelt allereerst vast dat het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet meebrengt dat de Wabo (zoals die gold vóór 1 januari 2024) integraal van toepassing blijft, nu het verzoek vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. Procesrechtelijk klaagt appellant bovendien dat de rechtbank in eerste aanleg ten onrechte heeft geweigerd vijf getuigen te horen. De aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State en de volledige motivering niet kunnen worden vastgesteld. De beschikbare overwegingen laten zien dat het een feitelijk en procedureel complexe zaak betreft met beperkte precedentwerking buiten de specifieke context van asbestsanering en woningcorporaties.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437, Raad van State, 29-07-2026, 202504988/1/A2

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4404Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4404, Raad van State, 29-07-2026, 202407843/1/R3 en 202407846/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenMilieu
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4419Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4439Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4439, Raad van State, 29-07-2026, 202403626/1/R3

Raad van State29 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied