Last onder dwangsom overkapping en schuur recreatiepark gehandhaafd
ECLI:NL:RVS:2026:4586, Raad van State, 05-08-2026, 202404259/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 24 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede aan [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd om de overkapping en schuur op het perceel aan de [locatie 1] in Wekerom (het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. [bedrijf] was ten tijde van het besluit van 24 mei 2022 eigenaar van het perceel dat is gelegen op het recreatiepark Berkenrhode (het recreatiepark). Het perceel ligt binnen het bestemmingsplan "Natuurgebied Veluwe omgeving Roekelseweg 44-48 Wekerom", zoals gewijzigd bij drie paraplubestemmingsplannen (het bestemmingsplan) en heeft de bestemming "Recreatie". Op het perceel staan een recreatiewoning met overkapping en een vrijstaande schuur. Het college heeft [bedrijf] gelast om de overkapping en schuur te verwijderen en verwijderd te houden. Het heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [bedrijf] in strijd handelt met het verbod in artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo op het in stand laten van bouwwerken die zonder omgevingsvergunning zijn gebouwd. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.
Kern van de zaak
Bedrijf [bedrijf] is eigenaar van een perceel op recreatiepark Berkenrhode met de bestemming 'Recreatie'. Het college legde in mei 2022 een last onder dwangsom op omdat een overkapping en vrijstaande schuur zonder omgevingsvergunning waren gebouwd en in strijd waren met het bestemmingsplan. Het bedrijf ging hiertegen in beroep.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst lijkt de Raad van State de opgelegde last onder dwangsom te handhaven; de doorslaggevende reden is dat de bouwwerken zijn opgericht zonder omgevingsvergunning én in strijd zijn met de planregels die een maximale oppervlakte van 75 m² voorschrijven en vrijstaande bijgebouwen verbieden. De uitspraak is echter onvolledig, waardoor de definitieve beslissing niet met zekerheid kan worden vastgesteld.
Impactscore
LaagDe uitspraak past het bekende overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en standaard handhavingsrecht toe op een concrete casus zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; de tekst is bovendien onvolledig, wat de beoordeling van de werkelijke reikwijdte beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Op de zaak blijft de Wabo (oud recht) van toepassing op grond van artikel 4.23 Invoeringswet Omgevingswet, omdat de last onder dwangsom vóór 1 januari 2024 is opgelegd.
- 2Het perceel heeft de bestemming 'Recreatie'; de planregels staan maximaal 75 m² toe voor recreatiewoonverblijf inclusief bijgebouwen.
- 3Vrijstaande bijgebouwen zijn op grond van artikel 3.2.2 van de planregels niet toegestaan.
- 4De overkapping en schuur zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning, wat in strijd is met artikel 2.3a lid 1 Wabo (verbod op instandlaten vergunningsplichtige bouwwerken).
- 5De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor nadere overwegingen en de uiteindelijke dictum ontbreken.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet: voor vóór 2024 opgelegde lasten onder dwangsom blijft het oude Wabo-regime gelden. Dit is relevant voor handhavingszaken die de overgangsperiode overspannen.
Praktische impact
Het bedrijf wordt (naar verwachting) gehouden de overkapping en vrijstaande schuur te verwijderen; het niet naleven hiervan leidt tot verbeurte van de opgelegde dwangsom.
Onderwerp-impact
In recreatieparksituaties onderstreept deze zaak dat eigenaren van recreatiewoningen ook voor bijgebouwen strikt aan de planregels en vergunningplicht gebonden zijn, zonder ruimte voor afwijking boven de maximale oppervlaktenorm.
Samenvatting
Deze zaak betreft een handhavingskwestie op een recreatiepark in de gemeente Ede (omgeving Wekerom). Het college van burgemeester en wethouders had op 24 mei 2022 aan [bedrijf], eigenaar van een perceel op recreatiepark Berkenrhode, een last onder dwangsom opgelegd. Aanleiding waren een overkapping en een vrijstaande schuur op het perceel, die zonder omgevingsvergunning waren gebouwd en in strijd waren met het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Natuurgebied Veluwe omgeving Roekelseweg 44-48 Wekerom'. Het bestemmingsplan kent het perceel de bestemming 'Recreatie' toe en schrijft in artikel 3.2.2 van de planregels voor dat de maximale oppervlakte van een recreatiewoonverblijf inclusief bijgebouwen 75 m² bedraagt; vrijstaande bijgebouwen zijn expliciet verboden. Het college baseerde de last tevens op artikel 2.3a lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), dat het in stand laten van zonder vergunning gebouwde bouwwerken verbiedt. Een centrale voorvraag betreft het toepasselijke recht: nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden, geldt op grond van artikel 4.23 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet dat voor een last onder dwangsom die vóór die datum is opgelegd, het oude Wabo-recht van toepassing blijft totdat de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. De Raad van State past dit overgangsrecht toe en beoordeelt de zaak derhalve uitsluitend aan de hand van de Wabo. De uitspraaktekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de volledige motivering en het dictum ontbreken. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de Raad van State de opgelegde last onder dwangsom in stand te laten, gelet op de vastgestelde strijd met zowel de vergunningplicht als de planregels.