JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4574Laag12/100

Beroep tegen bestemmingsplan twee-onder-één kapwoning ongegrond

ECLI:NL:RVS:2026:4574, Raad van State, 05-08-2026, 202500311/1/R2

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202500311/1/R2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Woon En Leefklimaat
Twee Onder Een Kapwoning
Someren

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "[locatie 1]/Esdoornstraat Someren" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van een twee-onder-één kapwoning aan de Esdoornstraat in Someren-Eind. [partij] is initiatiefnemer en woont aan de [locatie 1]. Dat is een woning die is gesitueerd op de hoek van de Esdoornstraat en Kampstraat. De twee-onder-één kapwoning wordt gerealiseerd in de huidige tuin van [partij], gelegen aan de Esdoornstraat. [appellant A] woont direct grenzend aan het plangebied aan de [locatie 2] en [appellant B] woont direct grenzend aan de woning van [partij] aan de [locatie 3]. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat zij vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

Kern van de zaak

Twee buren ([appellant A] en [appellant B]) in Someren-Eind tekenden beroep aan tegen een bestemmingsplan dat de bouw van een twee-onder-één kapwoning in de tuin van hun buurman mogelijk maakt. Zij vreesden aantasting van hun woon- en leefklimaat door de nieuwe woning direct naast hun percelen.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de appellanten er niet in zijn geslaagd aan te tonen dat de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen, en de gemeenteraad binnen zijn beleidsruimte de betrokken belangen voldoende heeft afgewogen.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een enkelvoudige kamer uitspraak over een individueel bestemmingsplan voor één woning, waarbij standaard overgangsrecht en het gebruikelijke toetsingskader worden toegepast zonder nieuwe rechtsontwikkeling.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het ontwerpplan op 22 december 2023 ter inzage is gelegd (vóór inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2024), blijft de Wet ruimtelijke ordening (oud recht) van toepassing.
  • 2De gemeenteraad heeft beleidsruimte bij de vaststelling van bestemmingsplannen; de Afdeling toetst slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht, niet of het plan ruimtelijk optimaal is.
  • 3Appellanten wonen direct grenzend aan het plangebied en zijn dus belanghebbenden, maar hun vrees voor aantasting van het woon- en leefklimaat is door de Afdeling niet gehonoreerd.
  • 4Het plan betreft de realisatie van een twee-onder-één kapwoning in de bestaande tuin van de initiatiefnemer aan de Esdoornstraat in Someren-Eind.
  • 5Geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat de overgangsregeling van artikel 4.6 lid 3 Invoeringswet Omgevingswet meebrengt dat voor ontwerpplannen die vóór 1 januari 2024 ter inzage zijn gelegd het oude WRO-recht van toepassing blijft. Dit heeft beperkte precedentwerking nu het een enkelvoudige kamer betreft in een individueel geval.

Praktische impact

Voor appellanten betekent de uitkomst dat de bouw van de twee-onder-één kapwoning in de tuin van hun buurman doorgang kan vinden; hun bezwaren over aantasting van het woon- en leefklimaat zijn niet gehonoreerd en zij ontvangen geen proceskostenvergoeding.

Onderwerp-impact

In ruimtelijke-ordeningsgeschillen over kleinschalige woningbouw in bestaand stedelijk gebied bevestigt deze uitspraak dat omwonenden een hoge drempel hebben om een bestemmingsplan succesvol aan te vechten op grond van woon- en leefklimaataantasting.

Samenvatting

In deze zaak staat het bestemmingsplan van de gemeente Someren centraal, dat voorziet in de bouw van een twee-onder-één kapwoning in de tuin van een particulier aan de Esdoornstraat in Someren-Eind. Twee direct omwonenden — [appellant A] en [appellant B], die respectievelijk grenzen aan het plangebied en aan de woning van de initiatiefnemer — konden zich niet verenigen met het plan en tekenden beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hun voornaamste bezwaar betrof de vrees voor aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van de nieuwe woning. Een eerste formele vraag betrof het toepasselijke recht: omdat het ontwerpplan op 22 december 2023 ter inzage werd gelegd, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, bepaalt het overgangsrecht van artikel 4.6 lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet dat de Wet ruimtelijke ordening (oud recht) op deze procedure van toepassing blijft. Inhoudelijk toetst de Afdeling of de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft gehandeld in overeenstemming met het recht en of de nadelige gevolgen van het plan niet onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen. De raad beschikt hierbij over beleidsruimte en dient de betrokken belangen af te wegen; de Afdeling beoordeelt dit niet over. De appellanten zijn er niet in geslaagd aan te tonen dat de raad die belangenafweging ondeugdelijk heeft verricht of dat de aantasting van hun woon- en leefklimaat onevenredig is. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en heeft daarmee een beperkte reikwijdte, maar illustreert opnieuw de hoge drempel voor omwonenden om kleinschalige woningbouwplannen met succes aan te vechten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied