JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4153Middel38/100

Panden terecht aangewezen als vergunningplichtig na drugsvondst

ECLI:NL:RVS:2026:4153, Raad van State, 15-07-2026, 202403334/1/A3

Raad van StateUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202403334/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Vergunningplicht
Apv
Openbare Orde
Ondermijning
Pandaanwijzing

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren.

Kern van de zaak

Eigenaren van een bedrijfshal (Compromis) en een bedrijfswoning in Apeldoorn gingen in hoger beroep tegen aanwijzingsbesluiten van het college, waarbij hun panden vergunningplichtig zijn verklaard op grond van de APV wegens druk op leefbaarheid en openbare orde. De aanwijzing volgde na een sluiting in 2022 waarbij drugs en een vuurwapen werden aangetroffen.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af; het college mocht de panden terecht aanwijzen als vergunningplichtig. Doorslaggevend is dat het college de drugsgerelateerde sluiting in 2022, de eerdere illegale exploitatie in 2012 en de politie-invallen in de omgeving in samenhang mocht betrekken bij zijn besluitvorming.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande bestuurspraktijk rondom APV-aanwijzingsbesluiten en heeft geen fundamenteel nieuwe rechtsontwikkeling, maar is relevant voor gemeentelijke handhaving en eigenaren van verhuurd vastgoed in probleemgebieden.

Belangrijkste punten

  • 1Aanwijzing als vergunningplichtig op grond van artikel 2:65b APV is rechtmatig wanneer leefbaarheid en/of openbare orde onder druk staat.
  • 2Het college mag ook oude incidenten (2012: illegale coffeeshop, seksinrichting) meewegen, zelfs als deze lang geleden hebben plaatsgevonden.
  • 3Politie-invallen bij nabijgelegen bedrijven in dezelfde straat mogen worden meegewogen ook al betreffen zij andere panden.
  • 4De sluiting van beide panden in 2022 wegens drugs-gerelateerde zaken en een vuurwapen vormt een zwaarwegend feit in de besluitvorming.
  • 5Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij APV-aanwijzingsbesluiten een brede historische en omgevingscontext mogen betrekken, inclusief incidenten bij naburige panden en oudere sluitingen. Dit geeft gemeenten ruimte om een cumulatieve beoordeling te maken bij leefbaarheids- en openbare-ordeproblematiek.

Praktische impact

Eigenaren van bedrijfspanden in Apeldoorn (en vergelijkbare gemeenten) kunnen met een vergunningplicht worden geconfronteerd op basis van een combinatie van historische incidenten en omgevingsproblematiek, ook zonder recente misstanden in het eigen pand.

Onderwerp-impact

Voor de handhavingspraktijk van gemeenten bevestigt deze uitspraak dat APV-instrumenten zoals vergunningplicht een breed toepasbaar middel zijn bij aanpak van ondermijnende criminaliteit in de vastgoedsector.

Samenvatting

In deze zaak stond de rechtmatigheid centraal van aanwijzingsbesluiten waarbij het college van Apeldoorn twee panden — een bedrijfshal van Compromis en een bedrijfswoning van een individuele appellant — vergunningplichtig heeft verklaard op grond van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Aanleiding voor de aanwijzing was de sluiting van beide panden op 26 januari 2022 door de burgemeester, nadat politieonderzoek drugs-gerelateerde zaken en een vuurwapen had opgeleverd. Daarnaast had het college meegewogen dat het bedrijfspand in 2012 was gesloten wegens exploitatie van een illegale coffeeshop, een seksinrichting en een illegaal horecabedrijf, alsmede dat in 2019 meerdere politie-invallen plaatsvonden bij autobedrijven in de nabijgelegen Sleutelbloemstraat. De eigenaren vochten de aanwijzingsbesluiten aan en betoogden dat de openbare orde niet onder druk stond, dat de incidenten uit 2012 te oud waren om mee te wegen en dat de politie-invallen bij andere panden in de straat niet relevant waren voor hun situatie. De rechtbank had de besluiten in stand gelaten. De Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college alle genoemde feiten en omstandigheden — ook de oudere incidenten en de gebeurtenissen bij naburige panden — in onderlinge samenhang mocht betrekken bij zijn beoordeling of de leefbaarheid en openbare orde onder druk staan. Er is geen rechtsregel die verhindert dat historische sluitingen of buurtproblematiek worden meegewogen. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt eveneens afgewezen. De uitspraak bevestigt de brede beoordelingsmarge die gemeenten hebben bij de inzet van APV-instrumenten ter bestrijding van ondermijnende criminaliteit in de vastgoedsector.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5500Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5500, Raad van State, 16-09-2026, 202503162/1/R2

Raad van State16 sep 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5498Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5498, Raad van State, 16-09-2026, 202502470/1/R2

Raad van State16 sep 2026HandhavingVergunningen
32/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:441Laag
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:441, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-09-2026, 25/55

College van Beroep voor het bedrijfsleven15 sep 2026OverheidVergunningen
28/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:430Middel
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:430, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-09-2026, 25/353

College van Beroep voor het bedrijfsleven15 sep 2026OverheidHandhaving
32/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied