Beroep agrariër tegen woonwijk nabij bedrijf ongegrond
ECLI:NL:RVS:2026:4143, Raad van State, 15-07-2026, 202505917/1/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heusden het wijzigingsplan "De Oosters, Oudheusden" vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met maximaal 126 woningen mogelijk. Op deze locatie gold eerst op grond van het bestemmingsplan "Oudheusen" de bestemming "Agrarisch". In dat bestemmingsplan is voor deze locatie ook de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 1" opgenomen. Deze gebiedsaanduiding bepaalt dat het college onder voorwaarden de bestemming mag wijzigen om bijvoorbeeld woningbouw mogelijk te maken. [appellant] exploiteert een agrarisch bedrijf op [locatie] in Elshout. [appellant] kan zich niet vinden in het wijzigingsplan. Hij vreest dat de woningen die mogelijk worden gemaakt, zijn huidige en toekomstige bedrijfsvoering kunnen belemmeren. De Oosters Wonen B.V. is de initiatiefnemer van het wijzigingsplan.
Kern van de zaak
Een agrariër in Elshout tekende beroep aan tegen een wijzigingsplan dat een nieuwe woonwijk van maximaal 126 woningen mogelijk maakt nabij zijn agrarisch bedrijf. Hij vreest dat de nieuwe woningen zijn huidige en toekomstige bedrijfsvoering zullen belemmeren. Initiatiefnemer is Oosters Wonen B.V.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat met het bestaan van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming in beginsel als gegeven kan worden beschouwd indien aan de wijzigingsvoorwaarden is voldaan.
Impactscore
LaagDe uitspraak is enkelvoudig behandeld, past bestaande jurisprudentie toe en heeft geen nieuwe rechtsontwikkeling. De waarde zit primair in de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet en de bevestiging van de wijzigingsbevoegdheidsdoctrine in een concrete zaak.
Belangrijkste punten
- 1Op deze zaak blijft het recht vóór 1 januari 2024 van toepassing (Wro en Chw), omdat het ontwerpplan op 28 december 2023 ter inzage is gelegd vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet.
- 2Het wijzigingsplan maakt een woonwijk van maximaal 126 woningen mogelijk op gronden met voorheen agrarische bestemming en gebiedsaanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1'.
- 3Het bestaan van een wijzigingsbevoegdheid impliceert in beginsel de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming, mits aan de wijzigingsvoorwaarden is voldaan.
- 4De wijzigingsbevoegdheid betreft een bevoegdheid en geen plicht; het college blijft gehouden aan een zorgvuldige afweging.
- 5De agrariër ontvangt geen proceskostenvergoeding nu zijn beroep ongegrond is verklaard.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan de planologische aanvaardbaarheid van de toekomstige bestemming in beginsel als gegeven beschouwt wanneer aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Tevens wordt het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet toegepast: plannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage lag, vallen onder het oude regime.
Praktische impact
Voor de agrariër betekent de uitspraak dat het wijzigingsplan onherroepelijk wordt en de woonwijk van 126 woningen planologisch doorgang kan vinden. Hij zal rekening moeten houden met mogelijke beperkingen in zijn bedrijfsvoering als gevolg van de nabijheid van de nieuwe woningen.
Onderwerp-impact
Voor woningbouwontwikkelaars en gemeenten bevestigt de uitspraak dat een vastgestelde wijzigingsbevoegdheid een krachtig instrument blijft om woningbouw te faciliteren, ook wanneer nabijgelegen agrariërs bezwaar maken op grond van mogelijke hinder.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een beroep van een agrariër uit Elshout tegen een wijzigingsplan vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Het wijzigingsplan maakt de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met maximaal 126 woningen mogelijk op gronden die voorheen de bestemming 'Agrarisch' droegen, maar waarvoor in het bestemmingsplan 'Oudheusen' een wijzigingsbevoegdheid was opgenomen ('wro-zone - wijzigingsgebied 1'). De agrariër, die een agrarisch bedrijf exploiteert nabij de beoogde woonlocatie, vreest dat de nieuwe woningen zijn huidige en toekomstige bedrijfsvoering zullen belemmeren en tekende beroep aan bij de Raad van State. Een eerste rechtsvraag betrof het toepasselijke recht. Omdat het ontwerpplan op 28 december 2023 ter inzage is gelegd, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft op grond van artikel 4.6 lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht van toepassing – waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet – totdat het plan onherroepelijk is. Inhoudelijk toetste de Afdeling het beroep aan de hand van de vaste rechtslijn dat het bestaan van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan impliceert dat de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming in beginsel als een gegeven mag worden beschouwd, mits is voldaan aan de in het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. De Afdeling benadrukt daarbij dat het om een bevoegdheid gaat en niet om een plicht, zodat het college een zorgvuldige afweging dient te maken. Nu in dit geval aan de wijzigingsvoorwaarden was voldaan en het college zijn bevoegdheid op juiste wijze had aangewend, ziet de Afdeling geen grond voor vernietiging. Het beroep van de agrariër wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.