JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:1687Middel38/100

Woning buiten aardbevingsgebied krijgt geen waardedaling­vergoeding

ECLI:NL:RVS:2026:1687, Raad van State, 25-03-2026, 202501758/1/A2

Raad van StateUitspraak: 25 maart 2026Publicatie: 25 maart 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202501758/1/A2
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
Aansprakelijkheid
Energie
Instituut Mijnbouwschade
Aardbevingsschade
Gaswinning Groningen
Waardedaling
Gebiedsafbakening

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 9 april 2023 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van een woning afgewezen. [appellant] is sinds 20 juli 1994 voor 100% eigenaar van de woning aan [locatie] in Annerveenschekanaal (postcodegebied [...]). Op 5 maart 2023 heeft het Instituut de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling ontvangen. Het Instituut heeft de aanvraag afgewezen, omdat de woning valt buiten het gebied waarvan is vastgesteld dat de waardedaling door gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag Norg wordt veroorzaakt. Dit besluit van 9 april 2023 is gehandhaafd bij besluit van 19 maart 2024. De rechtbank is van oordeel dat de keuze van het Instituut voor het op abstracte (modelmatige) wijze berekenen van waardedaling van woningen in het aardbevingsgebied en de daarmee samenhangende bepaling van de omvang van het waardedalingsgebied volgens de methode van Atlas redelijk en aanvaardbaar is.

Kern van de zaak

Een eigenaar van een woning in Annerveenschekanaal (postcodegebied buiten het vastgestelde aardbevingsgebied) diende in 2023 een aanvraag in bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen voor vergoeding van waardedaling als gevolg van gaswinning. Het Instituut wees de aanvraag af omdat de woning buiten het afgebakende waardedalingsgebied valt.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag; doorslaggevend is dat de woning buiten het door het Instituut gehanteerde aardbevingsgebied valt en het Instituut de beleidsregel met de gehanteerde gebiedsafbakening terecht als uitgangspunt mag hanteren. Bijzondere omstandigheden die tot afwijking van de beleidsregel zouden nopen zijn niet gebleken.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past volledig in een bestaande vaste rechtslijn van de Afdeling en stelt geen nieuwe rechtsregels, maar heeft wel praktische impact voor een aanzienlijke groep woningeigenaren aan de grenzen van het aardbevingsgebied.

Belangrijkste punten

  • 1De woning in Annerveenschekanaal valt buiten het vastgestelde waardedalingsgebied voor gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag Norg.
  • 2Het Instituut hanteert de methode van Atlas en volgt adviezen van de Adviescommissie Waardedaling; dit is een beleidsregel ex artikel 1:3 lid 4 Awb.
  • 3Op grond van artikel 4:84 Awb moet het Instituut de beleidsregel volgen, tenzij bijzondere omstandigheden tot onevenredige gevolgen leiden.
  • 4De Afdeling bevestigt haar eerdere lijn (ECLI:NL:RVS:2023:2490 en ECLI:NL:RVS:2023:1536) dat de gebiedsafbakening als terecht uitgangspunt geldt.
  • 5De uitspraak is gelijktijdig behandeld met zaaknr. 202503679/1/A2, wat duidt op een reeks vergelijkbare zaken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Afdeling dat de gebiedsafbakening in de waardedaling­regeling een rechtmatige beleidsregel is waarvan alleen bij bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken, waarmee de rechtsbescherming voor woningeigenaren buiten het gebied beperkt blijft.

Praktische impact

Eigenaren van woningen buiten het vastgestelde aardbevingsgebied kunnen geen aanspraak maken op waardedaling­vergoeding via het Instituut, ook als zij feitelijk waardedaling ervaren als gevolg van de nabijheid van het aardbevingsgebied.

Onderwerp-impact

Voor de afwikkeling van schade door gaswinning in Groningen bevestigt deze uitspraak dat de geografische begrenzing van het schadevergoedings­stelsel stand houdt, wat relevant is voor alle vergelijkbare lopende aanvragen aan de randen van het gebied.

Samenvatting

In deze zaak heeft een woningeigenaar in Annerveenschekanaal een aanvraag ingediend bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen voor vergoeding van waardedaling van zijn woning als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag Norg. De eigenaar is sinds 1994 voor 100% eigenaar van de betreffende woning. Het Instituut wees de aanvraag op 9 april 2023 af, omdat de woning buiten het afgebakende waardedalingsgebied valt. Dit besluit werd bij besluit van 19 maart 2024 gehandhaafd na bezwaar. De juridische vraag is of het Instituut de aanvraag terecht heeft afgewezen op basis van de gebiedsafbakening in de beleidsregel, en of er bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven tot afwijking van die beleidsregel op grond van artikel 4:84 Awb. De Raad van State bevestigt het besluit van het Instituut. De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraken van 19 april 2023 en 28 juni 2023, waarin is vastgesteld dat de gebiedsafbakening in de regeling voor waardedaling een rechtmatige beleidsregel vormt die het Instituut als uitgangspunt mag hanteren. De regeling, neergelegd in de Procedure en werkwijze van het Instituut, schrijft voor dat waardedaling wordt begroot aan de hand van de Atlas-methode, op basis van adviezen van de onafhankelijke Adviescommissie Waardedaling. Nu de woning van appellant buiten dit vastgestelde gebied ligt en geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die zouden leiden tot onevenredige gevolgen in de zin van artikel 4:84 Awb, is er geen grond om van de beleidsregel af te wijken. De uitspraak bevestigt daarmee de bestaande praktijk dat woningeigenaren aan de randen van het Groningse aardbevingsgebied geen recht hebben op vergoeding via het Instituut, ook als zij feitelijk waardedaling ervaren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/242

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:351Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:351, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/231

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:355Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:355, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 26/348

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
12/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:353Middel
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht

ECLI:NL:CBB:2026:353, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 23/1730, 23/2034 en 25/760

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026HandhavingVergunningen
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied