JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:350Laag22/100

Boetebesluit slachterij ingetrokken, hoger beroep niet-ontvankelijk

ECLI:NL:CBB:2026:350, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/242

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 24 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:AWB 24/242
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Bestuursstrafrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Redelijke Termijn
Nvwa
Procesbelang
Boetebesluit
Slachterij

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De minister heeft met de herziene beslissing op bezwaar de opgelegde boete herroepen. Het beroep van de slachterij wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de slachterij niet langer belang heeft bij beoordeling van haar beroep. Toekenning proceskosten, griffierecht en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Omdat de bestuurlijke fase pas is geëindigd met de herziene beslissing op bezwaar wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten, het griffierecht en de schadevergoeding.

Kern van de zaak

Een slachterij kreeg een boete opgelegd door de staatssecretaris na een NVWA-inspectie in 2020, waarbij schapen geen toegang tot voldoende drinkwater hadden. De slachterij maakte bezwaar en stelde hoger beroep in. Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het boetebesluit in via een herziene beslissing op bezwaar.

Beslissing van de rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de staatssecretaris de slachterij volledig tegemoet is gekomen door het boetebesluit in te trekken. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten (€ 1.868,-) en dient het griffierecht (€ 559,-) te vergoeden.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een procedurele beslissing over procesbelang en proceskosten in een individuele handhavingszaak zonder nieuwe rechtsvragen; het bevestigt bestaande jurisprudentie en wetgeving.

Belangrijkste punten

  • 1De staatssecretaris trok het boetebesluit volledig in via een herziene beslissing op bezwaar van 29 juni 2026, waardoor de slachterij geen procesbelang meer had.
  • 2Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na volledige tegemoetkoming door het bestuursorgaan.
  • 3Het College wijst erop dat bij intrekking van (hoger) beroep na tegemoetkoming een verzoek om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb mogelijk is.
  • 4Het verzoek van de slachterij om matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn (artikel 6 EVRM) wordt gelezen als een verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
  • 5De staatssecretaris wordt veroordeeld in proceskosten van € 1.868,- en dient het griffierecht van € 559,- te vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat intrekking van het bestreden besluit door het bestuursorgaan leidt tot niet-ontvankelijkheid wegens gebrek aan procesbelang. Het College benadrukt tevens de mogelijkheid om een verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding te koppelen aan een intrekkingsverzoek ex artikel 8:75a Awb.

Praktische impact

Voor de slachterij betekent de intrekking van het boetebesluit dat zij geen boete meer hoeft te betalen en tevens de proceskosten vergoed krijgt. Zij behoudt echter een mogelijke aanspraak op schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Onderwerp-impact

Voor de handhavingspraktijk van de NVWA en vergelijkbare toezichthouders onderstreept deze zaak dat het intrekken van een boetebesluit in een laat stadium alsnog leidt tot proceskostenvergoeding en mogelijk schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.

Samenvatting

In deze zaak stond een boetebesluit centraal dat de staatssecretaris had opgelegd aan een slachterij naar aanleiding van een NVWA-inspectie op 22 september 2020. De toezichthouder had bij die inspectie geconstateerd dat schapen in twee schapenhokken geen toegang hadden tot voldoende drinkwater, hetgeen leidde tot een boete. De slachterij maakte bezwaar en stelde vervolgens beroep en hoger beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Tijdens de hoger beroepsprocedure trok de staatssecretaris op 29 juni 2026 de beslissing op bezwaar in en verving deze door een herziene beslissing waarbij het boetebesluit volledig werd ingetrokken. De centrale juridische vraag was of de slachterij nog procesbelang had bij de behandeling van haar hoger beroep na deze volledige tegemoetkoming. Het College beantwoordt deze vraag ontkennend: nu de staatssecretaris geheel aan de bezwaren van de slachterij tegemoet is gekomen, heeft de slachterij geen belang meer bij een inhoudelijk oordeel over de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Ter voorlichting wijst het College de gemachtigde erop dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan een afzonderlijk verzoek om proceskostenvergoeding mogelijk is op grond van artikel 8:75a Awb, inclusief een eventueel verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het verzoek van de slachterij om matiging van de boete wegens termijnoverschrijding ex artikel 6 EVRM leest het College — nu de boete is ingetrokken — als een verzoek om schadevergoeding wegens die termijnoverschrijding. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.868,- en moet het griffierecht van € 559,- vergoeden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:351Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:351, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/231

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:355Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:355, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 26/348

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
12/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:353Middel
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht

ECLI:NL:CBB:2026:353, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 23/1730, 23/2034 en 25/760

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026HandhavingVergunningen
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:352Laag
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:352, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/964

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied