JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:353Middel38/100

Boete mestoverschrijding deels gematigd na CBb-beoordeling

ECLI:NL:CBB:2026:353, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 23/1730, 23/2034 en 25/760

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 27 juli 2026
Zaaknummer:23/1730, 23/2034 en 25/760
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Meststoffenwet
Gebruiksnormen
Bex Berekening
Mestboete
Forfaitaire Normen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Overschrijding gebruiksnormen Meststoffenwet in 2018. Minister is terecht uitgegaan van de forfaitaire productienormen in plaats van de BEX-berekeningen van de vennootschap. Boete, intrekking van de derogatievergunning en uitsluiting van derogatie, randvoorwaardenkorting. Overschrijding redelijke termijn.

Kern van de zaak

Een vennootschap (landbouwbedrijf) kreeg een boete opgelegd wegens overschrijding van de meststoffengebruiksnormen (Msw). De minister had de BEX-berekeningen van de vennootschap buiten beschouwing gelaten en was uitgegaan van forfaitaire productienormen. De vennootschap bestreed zowel de intrekking van een besluit als de hoogte van de boete bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Beslissing van de rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft de boete vastgesteld op € 35.063,07, wat een matiging inhoudt ten opzichte van de eerder opgelegde boete van € 36.908,50. De doorslaggevende reden is dat de materiële bewijslast voor naleving van de gebruiksnormen bij de landbouwer ligt, maar dat de minister de BEX-berekeningen buiten beschouwing mocht laten omdat deze onvoldoende onderbouwd of betrouwbaar waren.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past binnen een reeds gevestigde lijn van het CBb inzake bewijslastverdeling bij meststoffengebruiksnormen en heeft geen fundamenteel nieuwe rechtsontwikkeling; de boetedaling is beperkt en de zaken zijn relatief sectorspecifiek.

Belangrijkste punten

  • 1De materiële bewijslast voor naleving van gebruiksnormen (Msw) rust primair op de landbouwer die meststoffen op of in de bodem brengt.
  • 2De minister mocht de BEX-berekeningen van de vennootschap buiten beschouwing laten en terugvallen op forfaitaire productienormen.
  • 3Een landbouwer kan met ander bewijs de gebruiksnormen aannemelijk maken, maar dat bewijs moet voldoende onderbouwd en betrouwbaar zijn.
  • 4De boete is door het College gematigd van € 36.908,50 naar € 35.063,07.
  • 5Een eerdere randvoorwaardenkorting gebaseerd op niet-naleving van I&R-regelgeving was al herzien door de minister in lijn met eerdere CBb-rechtspraak (ECLI:NL:CBB:2020:...).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste bewijslastverdeling uit ECLI:NL:CBB:2017:343: de landbouwer moet aannemelijk maken dat hij gebruiksnormen niet heeft overschreden, en BEX-berekeningen volstaan alleen als zij voldoende onderbouwd en betrouwbaar zijn. Dit laat de beleidsruimte van de minister bij het hanteren van forfaitaire normen in stand.

Praktische impact

Landbouwers die gebruik willen maken van BEX-berekeningen als tegenbewijs moeten zorgen voor een deugdelijke, goed gedocumenteerde administratie; onvoldoende onderbouwde BEX-berekeningen zullen worden gepasseerd en leiden tot toepassing van (doorgaans ongunstiger) forfaitaire normen en mogelijke boetes.

Onderwerp-impact

Voor de agrarische sector onderstreept deze uitspraak het belang van een sluitende meststoffenboekhouding en de risico's van tekortschietende BEX-onderbouwing; de matiging van de boete biedt enig perspectief maar verandert de structurele bewijspositie niet.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal of de minister terecht de BEX-berekeningen van een landbouwbedrijf buiten beschouwing had gelaten bij de vaststelling van mestgebruiksnormen op grond van de Meststoffenwet (Msw). De minister had, op basis van forfaitaire productienormen, geconcludeerd dat de vennootschap de gebruiksnormen had overschreden en legde een boete op van aanvankelijk € 36.908,50, later gematigd tot dit bedrag in de beslissing op bezwaar. De vennootschap bestreed zowel een intrekkingsbesluit als de boete bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Het CBb herhaalde de vaste bewijslastverdeling die de grote kamer al formuleerde in de uitspraak van 26 oktober 2017 (ECLI:NL:CBB:2017:343): het systeem van de Msw gaat uit van een algeheel verbod op mestgebruik, en alleen de landbouwer zelf kan dit verbod opheffen door aannemelijk te maken dat hij de gebruiksnormen niet heeft overschreden. Dit bewijs moet voldoende onderbouwd en betrouwbaar zijn. De minister was dan ook gerechtigd de BEX-berekeningen van de vennootschap terzijde te schuiven nu deze niet aan die maatstaf voldeden, en mocht terugvallen op de forfaitaire normen. Het College stelde de uiteindelijke boete vast op € 35.063,07, een lichte matiging ten opzichte van het eerder opgelegde bedrag. Tevens was een eerdere randvoorwaardenkorting wegens niet-naleving van de I&R-regelgeving al herzien door de minister, in lijn met eerdere CBb-rechtspraak. De uitspraak heeft beperkte vernieuwende werking, maar bevestigt de hoge eisen die aan landbouwers worden gesteld bij het leveren van tegenbewijs via BEX-berekeningen, en illustreert dat ondeugdelijke administratie rechtstreeks leidt tot toepassing van forfaitaire normen en boeteoplegging.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/242

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:351Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:351, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/231

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:355Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:355, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 26/348

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
12/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:352Laag
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:352, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/964

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied