JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:355Laag12/100

Vierde herzieningsverzoek niet-ontvankelijk wegens onredelijk late indiening

ECLI:NL:CBB:2026:355, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 26/348

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 27 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:26/348
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Niet Ontvankelijk
Herzieningsverzoek
Onredelijk Laat Criterium
Artikel 8 119 Awb
Herhaald Procederen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Vierde verzoek om herziening is niet-ontvankelijk omdat het onredelijk laat is ingediend.

Kern van de zaak

Een verzoeker heeft voor de vierde maal verzocht om herziening van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 1 september 2016. Het verzoek werd ingediend via een brief van 30 april 2026, nadat eerdere herzieningsverzoeken in 2018, 2019, 2023 en 2026 eveneens waren behandeld.

Beslissing van de rechter

Het College verklaart het vierde herzieningsverzoek niet-ontvankelijk op grond van het 'onredelijk laat-criterium': het verzoek is ingediend meer dan een jaar na het bekend worden met eventuele nieuwe feiten of omstandigheden, dan wel na de datum van openbaarmaking van de oorspronkelijke uitspraak. Er zijn geen nova aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige niet-ontvankelijkverklaring in een individuele zaak en bevestigt slechts reeds vaste jurisprudentie van het College over het onredelijk laat-criterium; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.

Belangrijkste punten

  • 1Het 'onredelijk laat-criterium' houdt in dat een herzieningsverzoek niet-ontvankelijk is indien het meer dan een jaar na het bekend worden met de nova wordt ingediend.
  • 2Tegen de uitspraak van 17 maart 2026 op het derde herzieningsverzoek staat geen hoger beroep open; het College herinterpreteert de brief van verzoeker als een vierde herzieningsverzoek.
  • 3Herziening op grond van artikel 8:119 Awb vereist feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, bij verzoeker niet bekend waren en hadden kunnen leiden tot een andere uitspraak.
  • 4Het College doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb, nu het over voldoende informatie beschikt.
  • 5Dit is het vierde herzieningsverzoek van dezelfde verzoeker met betrekking tot dezelfde uitspraak uit 2016, hetgeen wijst op herhaald procederen zonder nieuwe inhoudelijke grondslag.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn van het College inzake het onredelijk laat-criterium bij herzieningsverzoeken ex artikel 8:119 Awb, waarbij een termijn van één jaar als maatstaf geldt voor tijdige indiening. Dit criterium fungeert als procedurele drempel om eindeloos herhalen van herzieningsverzoeken te voorkomen.

Praktische impact

Voor verzoeker betekent de niet-ontvankelijkverklaring dat de oorspronkelijke uitspraak van 1 september 2016 definitief in stand blijft. Hij kan nog wel in verzet gaan bij het College tegen deze uitspraak.

Onderwerp-impact

De uitspraak heeft geen directe impact op een specifiek maatschappelijk sector, maar illustreert de grenzen van het bestuursrechtelijk rechtsmiddelenstelsel bij herhaald en laat procederen tegen onherroepelijke uitspraken.

Samenvatting

In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 28 juli 2026 uitspraak gedaan op een vierde verzoek tot herziening van een onherroepelijke uitspraak van 1 september 2016. De verzoeker diende op 30 april 2026 een brief in, die aanvankelijk leek te zijn bedoeld als hoger beroep tegen de uitspraak van 17 maart 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:104) over zijn derde herzieningsverzoek. Omdat tegen die uitspraak geen hoger beroep openstaat, heeft het College de brief aangemerkt als een nieuw, vierde herzieningsverzoek gericht tegen de uitspraak van 1 september 2016. De juridische vraag was of dit herzieningsverzoek ontvankelijk is op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Dit artikel vereist dat er sprake is van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, bij de verzoeker niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden indien zij eerder bekend waren geweest. Het College paste het zogenoemde 'onredelijk laat-criterium' toe, dat in vaste rechtspraak is ontwikkeld en inhoudt dat een herzieningsverzoek niet-ontvankelijk is wanneer het meer dan een jaar na het bekend worden met de aangevoerde nova wordt ingediend, of – bij ontbreken van nova – meer dan een jaar na de openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd. Gelet op het feit dat de oorspronkelijke uitspraak dateert uit 2016 en eerdere herzieningsverzoeken al in 2018, 2019, 2023 en eerder in 2026 zijn ingediend en behandeld, concludeerde het College dat het vierde herzieningsverzoek onredelijk laat is ingediend. Het verzoek werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb. Verzoeker heeft nog de mogelijkheid om in verzet te gaan bij het College.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/242

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:351Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:351, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/231

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:353Middel
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht

ECLI:NL:CBB:2026:353, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 23/1730, 23/2034 en 25/760

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026HandhavingVergunningen
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:352Laag
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:352, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/964

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied