JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:1363Laag18/100

Hoger beroep woonschipeigenaren niet-ontvankelijk verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:1363, Raad van State, 11-03-2026, 202206749/1/A3

Raad van StateUitspraak: 11 maart 2026Publicatie: 11 maart 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202206749/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Niet Ontvankelijk
Bestuursdwang
Ligplaatsontheffing
Woonschip
Rijkswateren

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 april 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant sub 1] een last onder bestuursdwang opgelegd inhoudende dat [appellant sub 1] het woonschip "Vooranker" moet (laten) verwijderen uit Zijkanaal B. [appellant sub 1] had een ligplaatsontheffing voor het woonschip "Vooranker" op [locatie 2] in Zijkanaal B. Hij heeft dat woonschip vervangen voor het woonschip "Humpie Dumpie". Op 25 november 2019 heeft de minister aan [appellant sub 1] een ligplaatsontheffing verleend voor het woonschip "Humpie Dumpie" en de ontheffing voor "Vooranker" ingetrokken. Tot 25 maart 2020 mocht [appellant sub 1] met beide schepen op [locatie 2] liggen, zodat een verhuizing kon plaatsvinden. [appellant sub 2] had tot 2015 een ligplaatsontheffing voor het woonschip "Claes van Kyten" op [locatie 1] in Zijkanaal B. Dat woonschip is gezonken door een gebrek aan onderhoud. Op 26 mei 2015 heeft [appellant sub 2] afstand gedaan van zijn woonschip en is de eigendom van het woonschip overgedragen aan de minister. Het woonschip "Claes van Kyten" is op 17 juni 2015 overgedragen aan een sloopbedrijf.

Kern van de zaak

Twee woonschipeigenaren in Zijkanaal B kregen te maken met handhaving door de minister wegens het innemen van ligplaats zonder geldige ontheffing. Appellant sub 1 verloor zijn ontheffing voor 'Vooranker' na vervanging door 'Humpie Dumpie', terwijl appellant sub 2 na het zinken van zijn woonschip jaren in een caravan woonde en later alsnog een ontheffing probeerde te verkrijgen voor 'Vooranker'. Beiden tekenden hoger beroep aan tegen rechterlijke uitspraken over de opgelegde bestuursdwang en de afwijzing van de ontheffingsaanvraag.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart de hoger beroepen van beide appellanten tegen de uitspraken in zaaknummers 20/4142 en 20/4141 niet-ontvankelijk, en bevestigt de uitspraak van de rechtbank in zaaknummer 21/1071. De doorslaggevende reden is dat de bezwaren van appellanten bij de minister eerder reeds niet-ontvankelijk zijn verklaard, waardoor verdere procesvoering niet mogelijk bleek.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is casuïstisch van aard, verklaart hoger beroepen niet-ontvankelijk wegens processuele redenen en stelt geen nieuwe rechtsregels. De maatschappelijke reikwijdte is beperkt tot individuele woonscheepvaart op rijkswateren.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant sub 1 had zijn ligplaatsontheffing voor 'Vooranker' verloren na vervanging door 'Humpie Dumpie'; het laten liggen van 'Vooranker' zonder geldige ontheffing leidde tot bestuursdwang.
  • 2Appellant sub 2 deed in 2015 afstand van zijn gezonken woonschip en woonde jarenlang in een caravan, waarna hij in 2020 opnieuw ligplaats innam met 'Vooranker' van appellant sub 1.
  • 3De minister verklaarde de bezwaren van beide appellanten niet-ontvankelijk wegens te late indiening respectievelijk gebrek aan belang.
  • 4De aanvraag van appellant sub 2 voor een nieuwe of omgezette ontheffing voor 'Vooranker' werd door de minister afgewezen.
  • 5De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart beide hoger beroepen niet-ontvankelijk en bevestigt de rechtbankuitspraak in de ontheffingszaak.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat het niet tijdig indienen van bezwaar fatale processuele gevolgen heeft en dat een ligplaatsontheffing persoonsgebonden en scheepsgebonden is, zonder automatische overdraagbaarheid. De beslissing biedt geen nieuwe rechtsontwikkeling maar past bestaande procesrechtelijke regels toe.

Praktische impact

Appellant sub 1 en appellant sub 2 hebben geen rechtsingang meer om de opgelegde bestuursdwang of de afwijzing van de ontheffingsaanvraag aan te vechten, wat betekent dat het woonschip 'Vooranker' uit Zijkanaal B verwijderd moet worden en appellant sub 2 geen recht heeft op een ligplaatsontheffing.

Onderwerp-impact

Voor woonschipeigenaren op rijkswateren benadrukt deze zaak het belang van tijdig bezwaar maken en het verkrijgen van een geldige, op naam gestelde ligplaatsontheffing bij elke wijziging van vaartuig of locatie.

Samenvatting

Deze zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft twee appellanten die woonschepen hadden liggen in Zijkanaal B op rijkswateren, en die in conflict kwamen met de minister over ligplaatsontheffingen. Appellant sub 1 had zijn ontheffing voor woonschip 'Vooranker' ingeleverd bij de verkrijging van een nieuwe ontheffing voor 'Humpie Dumpie', maar liet 'Vooranker' toch liggen in het kanaal zonder geldige ontheffing. Dit leidde tot een last onder bestuursdwang op 16 april 2020. Appellant sub 2 had zijn woonschip 'Claes van Kyten' in 2015 verloren doordat het zonk bij gebrekkig onderhoud, deed afstand van het schip en woonde daarna jaren in een caravan op de oever. In 2020 betrok hij 'Vooranker' van appellant sub 1 op de ligplaats van zijn voormalige woonschip, zonder over een geldige ontheffing te beschikken. Zijn aanvraag in 2021 voor een nieuwe ontheffing, dan wel omzetting van de eerder afgegeven ontheffing, werd door de minister afgewezen. Beide appellanten maakten bezwaar tegen de bestuursdwangbesluiten, maar de minister verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk — bij appellant sub 1 wegens te late indiening, bij appellant sub 2 wegens gebrek aan rechtstreeks belang. De rechtbank bevestigde deze beslissingen in eerste aanleg. In hoger beroep verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak de hoger beroepen van beide appellanten tegen de uitspraken over de bestuursdwangbesluiten niet-ontvankelijk. De uitspraak van de rechtbank in de ontheffingszaak van appellant sub 2 wordt bevestigd. De centrale juridische vraag — of appellanten recht hadden op een ligplaatsontheffing of met succes konden opkomen tegen de bestuursdwang — wordt niet meer inhoudelijk beantwoord vanwege de processuele drempel van de niet-ontvankelijkheid. De uitspraak onderstreept dat proceduretijden en persoons- en scheepsgebondenheid van ontheffingen op rijkswateren strikt worden gehandhaafd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2

Raad van State22 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4270Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4270, Raad van State, 22-07-2026, 202402337/1/R3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4266Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4266, Raad van State, 22-07-2026, 202305427/1/R2

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied