JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag22/100

Kapvergunning zomereik Soest geweigerd ondanks overlastklachten

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500140/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vergunningen
Milieu
Omgevingswet Overgangsrecht
Wabo
Kapvergunning
Zomereik
Beeldbepalende Boom

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een zomereik aan de [locatie] in Soest. [appellant] woont aan de [locatie] in Soest. In zijn achtertuin staat een zomereik. [appellant] wil deze boom kappen. Hij stelt dat het formaat van de boom niet in verhouding staat tot de grootte van zijn achtertuin, de boom niet stabiel is en veel overlast veroorzaakt. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen, omdat de zomereik een beeldbepalende functie heeft door zijn omvang en leeftijd. Ook is de boom volgens het college goed zichtbaar vanaf de openbare weg en zal het verwijderen van de boom een gat met zich brengen. De rechtbank heeft het hiertegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] kan zich hier niet in vinden.

Kern van de zaak

Een bewoner van Soest vroeg een omgevingsvergunning om een zomereik in zijn achtertuin te kappen wegens onevenredige grootte, instabiliteit en overlast. Het college weigerde de vergunning omdat de boom beeldbepalend is door omvang en leeftijd en zichtbaar is vanaf de openbare weg. De bewoner stelde beroep en hoger beroep in bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de kapvergunning. Doorslaggevend is de beeldbepalende functie van de zomereik door zijn omvang en leeftijd, alsmede de zichtbaarheid vanaf de openbare weg; het college heeft binnen zijn beleidsruimte de belangen van de bewoner mogen afwegen tegen het algemeen belang bij behoud van de boom.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke en casusspecifieke toepassing van bestaand omgevingsrecht en bestuursrechtelijke procesregels zonder nieuwe rechtsnormen; de uitkomst is in lijn met vaste jurisprudentie over beleidsruimte bij kapvergunningen.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateerde van 21 augustus 2023 (vóór inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2024), bleef de Wabo van toepassing.
  • 2Het college heeft beleidsruimte bij het verlenen of weigeren van kapvergunningen en dient de betrokken belangen af te wegen.
  • 3Een te laat ingediend verweerschrift door het college leidt onder de Awb niet automatisch tot procesrechtelijke gevolgen voor de beoordeling ten gronde.
  • 4De beeldbepalende functie van de boom (omvang, leeftijd, zichtbaarheid vanaf openbare weg) woog zwaarder dan de door appellant gestelde overlast en instabiliteit.
  • 5Een boomdeskundig adviseur heeft de locatie meermalen bezocht en de bevindingen onderbouwd, hetgeen het college mocht betrekken bij zijn besluit.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet strikt temporeel werkt: aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 worden volledig onder de Wabo afgedaan. Tevens wordt bevestigd dat een te laat verweerschrift onder de Awb geen automatische sanctie met zich brengt.

Praktische impact

Bewoners die een kapvergunning aanvragen voor beeldbepalende bomen kunnen rekenen op een terughoudende rechterlijke toetsing van het gemeentelijk beleid, waarbij persoonlijke overlastargumenten minder zwaar wegen dan de publieke waarde van de boom.

Onderwerp-impact

Voor omgevingsrechtelijke kwesties rondom houtopstanden en kapvergunningen benadrukt deze uitspraak dat gemeenten bij vergunningverlening de beeldbepalende en landschappelijke waarde van bomen zwaarwegend mogen laten meewegen, zelfs op particulier terrein.

Samenvatting

Deze zaak betreft een bewoner van Soest die een omgevingsvergunning aanvroeg voor het kappen van een zomereik in zijn achtertuin. De bewoner stelde dat de boom niet in verhouding stond tot de grootte van zijn tuin, niet stabiel was en veel overlast veroorzaakte. Het college van burgemeester en wethouders weigerde de vergunning, omdat de zomereik door zijn omvang en leeftijd een beeldbepalende functie vervult en goed zichtbaar is vanaf de openbare weg. Verwijdering zou een storend gat in het straatbeeld slaan. Aanvankelijk verklaarde de rechtbank het beroep van de bewoner ongegrond. In hoger beroep bij de Raad van State deed appellant onder meer een beroep op een procedureel verzuim: het college zou het verweerschrift te laat hebben ingediend. De Raad van State oordeelde dat de Awb geen sanctie verbindt aan een te laat ingediend verweerschrift, zodat dit betoog faalde. Qua toepasselijk recht stelde de Raad van State vast dat de aanvraag was ingediend op 21 augustus 2023, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (artikel 4.3, aanhef en onder a) blijft de Wabo van toepassing totdat het besluit op de aanvraag onherroepelijk is. Inhoudelijk bevestigde de Raad van State dat het college beleidsruimte toekomt bij het beoordelen van kapvergunningaanvragen en de betrokken belangen dient af te wegen. De bestuursrechter toetst marginaal of het besluit in overeenstemming is met het recht en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn. Een boomdeskundig adviseur bezocht de locatie meermalen en onderbouwde de beeldbepalende waarde van de boom. Het college mocht zijn bevindingen bij het besluit betrekken. Het hoger beroep van de bewoner werd ongegrond verklaard.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286, Raad van State, 22-07-2026, 202504375/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4268Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2

Raad van State22 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4270Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4270, Raad van State, 22-07-2026, 202402337/1/R3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4272Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4272, Raad van State, 22-07-2026, 202500298/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied