Beroep tegen woningbouwplan Chaam ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam het bestemmingsplan "De Werf, Chaam" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 18 woningen op een inbreidingslocatie tussen de Horst en de Kapelstraat in Chaam. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] vrezen voor verkeers- en parkeerhinder doordat het bestemmingsplan een ontsluiting via de thans doodlopende Horst mogelijk maakt. Deze zogenoemde doorsteek ligt direct voor hun woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2]. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de ontsluiting van het plangebied is voorzien via de thans doodlopende straat Horst. Het extra verkeer in de Horst, langs de speeltuin, zal leiden tot gevaarlijke situaties. Bovendien zal een sluiproute ontstaan voor verkeer dat de drukke N639 wil vermijden, aldus [appellant sub 1] en [appellant sub 2].
Kern van de zaak
Omwonenden van de Horst en Kapelstraat in Chaam tekenden beroep aan tegen een bestemmingsplan voor 18 woningen op een inbreidingslocatie. Zij vreesden verkeers- en parkeerhinder door een nieuwe ontsluiting via de tot dan toe doodlopende Horst, direct voor hun woningen.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de beroepen ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden is dat de raad binnen zijn beleidsruimte de betrokken belangen heeft afgewogen en de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn geacht in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige kamer-uitspraak over een lokaal woningbouwplan met beperkte omvang (18 woningen). De uitspraak past binnen vaste jurisprudentie en stelt geen nieuwe rechtsnormen.
Belangrijkste punten
- 1Op deze procedure blijft het oude recht (Wet ruimtelijke ordening en Crisis- en herstelwet) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 (op 12 december 2023) ter inzage is gelegd.
- 2Appellanten voerden aan dat er een toezegging was gedaan om omwonenden te betrekken bij het verkeersbesluit en de raad daarover te informeren.
- 3De Afdeling toetst niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt slechts of het besluit rechtmatig is.
- 4De gemeenteraad heeft beleidsruimte bij de vaststelling van bestemmingsplannen en moet de betrokken belangen afwegen.
- 5Er worden geen proceskosten vergoed aan appellanten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de terughoudende toetsing door de Afdeling bij bestemmingsplannen en de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet voor plannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.
Praktische impact
De 18 woningen op de inbreidingslocatie in Chaam kunnen worden gerealiseerd. Omwonenden aan de Horst zullen de nieuwe verkeersontsluiting via hun straat moeten accepteren.
Onderwerp-impact
Voor woningbouwprojecten op inbreidingslocaties bevestigt deze uitspraak dat verkeershinder voor omwonenden op zichzelf onvoldoende grond is om een bestemmingsplan te blokkeren, mits de raad de belangen zorgvuldig heeft afgewogen.
Samenvatting
In deze zaak stond een bestemmingsplan centraal dat voorziet in de realisatie van 18 woningen op een inbreidingslocatie tussen de Horst en de Kapelstraat in het Brabantse Chaam. Twee omwonenden tekenden beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, omdat zij vreesden voor verkeers- en parkeerhinder als gevolg van een nieuwe ontsluiting via de tot dan toe doodlopende Horst, direct grenzend aan hun woningen. Zij beriepen zich tevens op een toezegging die tijdens de raadsvergadering zou zijn gedaan, inhoudende dat omwonenden zouden worden betrokken bij het te nemen verkeersbesluit en dat de raad hierover vooraf zou worden geïnformeerd. Voordat de inhoud werd beoordeeld, stelde de Afdeling het toepasselijke recht vast. Omdat het ontwerpbestemmingsplan op 12 december 2023 ter inzage was gelegd — dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht van toepassing, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet. Inhoudelijk hanteert de Afdeling een terughoudende toets: zij beoordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar toetst of het besluit rechtmatig is en of de nadelige gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van bestemmingsplannen beleidsruimte en dient de betrokken belangen af te wegen. De Afdeling achtte de beroepsgronden onvoldoende om het besluit te vernietigen en verklaarde de beroepen ongegrond. Er worden geen proceskosten vergoed. Het woningbouwproject in Chaam kan daarmee doorgang vinden.