RvS: College moet alsnog beslissen op handhavingsverzoeken recreatieverhuur
ECLI:NL:RVS:2026:1238, Raad van State, 04-03-2026, 202400530/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het college van burgemeester en wethouders van Veere heeft op 26 juli 2022, 27 juli 2022, 1 augustus 2022, 2 augustus 2022 en 8 augustus 2022, voor zover hier van belang, tien verzoeken van [wederpartij] ontvangen om handhavend op te treden tegen het in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen recreatief verhuren van tien panden in Domburg, Koudekerke, Westkapelle, Veere, Gapinge en Vrouwenpolder. [wederpartij] is eigenaar van de panden aan de [locatie 2] en [locatie 3] in Westkapelle. Het college heeft op 26 juli 2022, 27 juli 2022, 1 augustus 2022, 2 augustus 2022 en 8 augustus 2022, voor zover hier van belang, tien verzoeken van [wederpartij] ontvangen om handhavend op te treden tegen het in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen recreatief verhuren van tien panden. Het college heeft bij van 20 september 2022 de beslistermijn voor deze handhavingsverzoeken verlengd tot 1 juli 2023. [wederpartij] heeft bij brief van 9 november 2022 het college in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op de handhavingsverzoeken.
Kern van de zaak
Eigenaar van panden in Westkapelle en Domburg verzocht het college herhaaldelijk handhavend op te treden tegen naburige panden die in strijd met het bestemmingsplan recreatief werden verhuurd. Het college stelde diverse verzoeken buiten behandeling of wees ze af, waarna de eigenaar beroep instelde bij de rechtbank.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 20 december 2023, waarbij de rechtbank de beslissingen van het college van 18 april 2023 en 25 april 2023 vernietigde en het college opdroeg binnen 12 weken nieuwe besluiten te nemen op de handhavingsverzoeken. De doorslaggevende reden is dat het college de handhavingsverzoeken ten onrechte buiten behandeling had gesteld c.q. niet inhoudelijk had behandeld.
Impactscore
MiddelDe zaak heeft praktische betekenis voor handhaving van bestemmingsplannen bij recreatieve verhuur en verduidelijkt het overgangsrecht Omgevingswet, maar betreft een casuïstische beslissing zonder fundamenteel nieuwe rechtsnormen; de tekst is bovendien onvolledig.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de handhavingsverzoeken vóór 1 januari 2024 zijn ingediend, blijft de Wabo van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2Het college ontving tussen juli en november 2022 in totaal 29 handhavingsverzoeken over recreatieve verhuur in strijd met het bestemmingsplan.
- 3Het college verlengde de beslistermijn tot 1 juli 2023 en stelde de meeste verzoeken vervolgens buiten behandeling.
- 4De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de beslissingen van 18 april 2023 en 25 april 2023, met een opdracht tot herbesluiting onder dwangsom.
- 5De uitspraak is gedeeltelijk weergegeven; de volledige motivering en eindbeslissing van de Raad van State ontbreken in de beschikbare tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (art. 4.3 sub a), op grond waarvan de Wabo van toepassing blijft op vóór 1 januari 2024 ingediende handhavingsverzoeken. Bestuursorganen kunnen handhavingsverzoeken niet zonder deugdelijke motivering buiten behandeling stellen.
Praktische impact
Het college wordt verplicht alsnog inhoudelijk te beslissen op de tientallen handhavingsverzoeken over recreatieve verhuur in Westkapelle en Domburg, wat kan leiden tot handhavingsacties tegen de exploitanten van de betreffende panden.
Onderwerp-impact
De uitspraak raakt de praktijk van recreatieve kortetermijnverhuur (vakantieverhuur) en de handhaving van bestemmingsplannen in toeristische kustgemeenten, waarbij gemeenten actief moeten optreden bij gemotiveerde handhavingsverzoeken.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil over handhaving van bestemmingsplannen in de gemeente Veere, waarbij de eigenaar van panden in Westkapelle en Domburg tussen juli en november 2022 in totaal 29 verzoeken indiende bij het college van burgemeester en wethouders om handhavend op te treden tegen naburige panden die in strijd met hun bestemming recreatief werden verhuurd. Het college verlengde aanvankelijk de beslistermijn en stelde vervolgens het merendeel van de verzoeken buiten behandeling, terwijl één verzoek werd afgewezen omdat er geen overtreding zou zijn geconstateerd. De centrale juridische vragen betreffen het toepasselijke recht — gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 — en de vraag of het college de handhavingsverzoeken terecht buiten behandeling heeft gesteld. Op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft de Wabo van toepassing op verzoeken die vóór de inwerkingtreding zijn ingediend, totdat het besluit daarop onherroepelijk is. Dit overgangsrecht is in dit geval bepalend. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde bij uitspraak van 20 december 2023 de beroepen van de verzoekende partij gegrond, vernietigde de beslissingen van het college van 18 april 2023 en 25 april 2023, en droeg het college op binnen 12 weken nieuwe besluiten te nemen op de handhavingsverzoeken, onder verbeurte van een dwangsom. De Raad van State behandelt vervolgens het hoger beroep in deze zaak. De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, zodat de uiteindelijke beslissing en volledige motivering van de Raad van State niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare informatie lijkt de uitspraak de lijn van de rechtbank te volgen en het belang van een inhoudelijke behandeling van handhavingsverzoeken bij bestemmingsplanovertredingen te bevestigen.