JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag22/100

Slachthuis deels in gelijk gesteld bij boeteopleggging NVWA

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 14 juli 2026Publicatie: 10 juli 2026
Zaaknummer:23/1898
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Bestuursstrafrecht
Overheid
Handhaving
Retail
Redelijke Termijn
Nvwa
Bestuurlijke Boete
Slachthuis
Vervangingsbesluit

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Hoger beroep. De minister heeft aan het slachthuis een boete opgelegd van € 2.500,- omdat het slachthuis er niet voor heeft gezorgd dat ˗ zolang de postmortemkeuring niet is voltooid ˗ de delen van een geslacht dier dat aan die keuring wordt onderworpen, niet in aanraking komen met een ander karkas. De gestelde omstandigheid dat KDS-medewerkers niet op de juiste plek zouden hebben gestaan, doet niet af aan de verantwoordelijkheid van het slachthuis om in te grijpen wanneer karkassen elkaar voor de keurplek (dreigden) te raken. Geen sprake van verminderde verwijtbaarheid of het ontbreken van verwijtbaarheid. Matiging vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Hoger beroep met betrekking tot een andere boete op de zitting ingetrokken, nadat de minister met een nieuwe beslissing op bezwaar dat boetebesluit had herroepen. Ook schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn met betrekking tot het herroepen boetebesluit.

Kern van de zaak

Een slachthuis ontving twee boetes van elk € 2.500,- van de minister na een NVWA-inspectie op 21 juli 2021. Het slachthuis maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond. Het slachthuis ging vervolgens in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Beslissing van de rechter

Het College beslist op het hoger beroep ten aanzien van boetebesluit 202102318 en op het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn bij boetebesluit 202102413. Voor boetebesluit 202102413 heeft de minister middels een vervangingsbesluit alsnog aan de bezwaren tegemoetgekomen en proceskosten (€ 3.736,-) en griffierecht vergoed; de uitkomst ten aanzien van boetebesluit 202102318 is op basis van de beschikbare tekst onvolledig.

22van 100

Impactscore

Laag

De zaak betreft relatief lage boetes in een sectorspecifieke NVWA-handhavingszaak zonder aanwijsbare nieuwe rechtsvragen; de beschikbare uitspraaktekst is bovendien onvolledig, wat de beoordeling van de volledige juridische impact beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1Twee boetes van elk € 2.500,- opgelegd aan een slachthuis na reguliere NVWA-inspectie op 21 juli 2021
  • 2Beide bezwaren door de minister ongegrond verklaard; beide beroepen bij de rechtbank eveneens ongegrond verklaard
  • 3Voor boetebesluit 202102413 heeft de minister via een vervangingsbesluit alsnog aan de bezwaren tegemoetgekomen
  • 4Minister heeft proceskosten (€ 3.736,-) en griffierecht (€ 365,- en € 548,-) voor boetebesluit 202102413 toegezegd te vergoeden
  • 5Het College behandelt tevens een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert dat een bestuursorgaan ook in hoger beroep nog een vervangingsbesluit kan nemen waarmee alsnog aan bezwaren wordt tegemoetgekomen, met als gevolg een verplichting tot vergoeding van proceskosten in alle instanties. De beoordeling van de redelijke termijn bij bestuursrechtelijke boeteprocedures wordt door het CBb afzonderlijk getoetst.

Praktische impact

Het slachthuis ontvangt proceskosten en griffierecht terug voor de procedure rondom boetebesluit 202102413; de uitkomst voor boetebesluit 202102318 en de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding zijn op basis van de beschikbare tekst onzeker.

Onderwerp-impact

Voor slachthuizen en andere levensmiddelenbedrijven die onder NVWA-toezicht vallen, bevestigt deze zaak dat het loont om bezwaar en beroep in te stellen, nu de minister bereid was alsnog een vervangingsbesluit te nemen en kosten te vergoeden.

Samenvatting

In deze zaak bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven stond een slachthuis tegenover de minister naar aanleiding van twee boetes van elk € 2.500,- die werden opgelegd na een reguliere NVWA-inspectie op 21 juli 2021. De minister had de bezwaren van het slachthuis ongegrond verklaard, en de rechtbank had beide beroepen eveneens ongegrond verklaard. Het slachthuis ging daarop in hoger beroep bij het College. Ten aanzien van boetebesluit 202102413 heeft de minister tijdens de zitting bij het College een vervangingsbesluit genomen, waarmee hij alsnog aan de bezwaren van het slachthuis tegemoet is gekomen. Als gevolg hiervan heeft de minister toegezegd de proceskosten in beroep en hoger beroep te vergoeden (€ 3.736,-) alsook het betaalde griffierecht in beroep (€ 365,-) en hoger beroep (€ 548,-). Dit toont dat een bestuursorgaan ook in een laat stadium van de procedure tot herziening kan overgaan, met de bijbehorende kostenverplichtingen. Het College doet in deze uitspraak voorts uitspraak op het hoger beroep voor zover dat betrekking heeft op boetebesluit 202102318, en beoordeelt tevens het verzoek van het slachthuis om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure rondom boetebesluit 202102413. De Staat is daarvoor als partij aangemerkt. De volledige motivering en beslissing ten aanzien van boetebesluit 202102318 en de termijnoverschrijding zijn op basis van de beschikbare uitspraaktekst niet volledig te reconstrueren, hetgeen enige onzekerheid laat over de definitieve uitkomst op die onderdelen. De zaak is praktisch relevant voor ondernemingen in de vleesverwerkende sector die geconfronteerd worden met NVWA-handhaving.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied