Hoge Raad niet bevoegd in NOW-geschil: cassatie niet-ontvankelijk
ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Kern van de zaak
Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland in een geschil over de Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). De rechtbank had op 26 februari 2026 uitspraak gedaan in eerste aanleg over dit NOW-geschil.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatieberoep openstelt tegen uitspraken van de bestuursrechter in NOW-geschillen. Het griffierecht wordt aan belanghebbende terugbetaald.
Impactscore
LaagDe uitspraak is procedureel van aard en bevestigt reeds geldend recht omtrent de bevoegdheidsverdeling; er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en de NOW-regeling is inmiddels afgelopen.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van artikel 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van cassatieberoep tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover dit bij wet is bepaald.
- 2Er bestaat geen wettelijke bepaling die cassatieberoep openstelt in geschillen over de NOW (Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging voor behoud van werkgelegenheid).
- 3Het beroep in cassatie is daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.
- 4De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
- 5Het betaalde griffierecht wordt aan de belanghebbende terugbetaald.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak bevestigt dat de cassatierechter in belastingzaken geen bevoegdheid heeft ten aanzien van NOW-geschillen, aangezien daarvoor geen wettelijke cassatieweg is opengesteld. Dit verduidelijkt de rechtsmiddelenstructuur in het bestuursrecht rondom NOW-regelgeving.
Praktische impact
Werkgevers en andere betrokkenen in NOW-geschillen kunnen na een uitspraak van de rechtbank geen cassatie instellen bij de Hoge Raad; de rechtsmiddelenstructuur eindigt bij de bestuursrechter in eerste of tweede aanleg.
Onderwerp-impact
Voor ondernemers die bezwaar of beroep hebben ingesteld in verband met NOW-subsidies is er geen verdere cassatieweg beschikbaar, hetgeen de definitieve beslechting van NOW-geschillen beperkt tot de reguliere bestuursrechtelijke instanties.
Samenvatting
In deze uitspraak van de Hoge Raad van 10 juli 2026 staat de vraag centraal of cassatieberoep openstaat tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland in een geschil over de Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Een belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen de rechtbankuitspraak van 26 februari 2026, waarin de rechter had geoordeeld in een NOW-gerelateerd bestuursrechtelijk geschil. De Hoge Raad toetst allereerst ambtshalve zijn eigen bevoegdheid. Op grond van artikel 78 lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad uitsluitend kennis van cassatieberoep tegen uitspraken van de bestuursrechter indien een wettelijke bepaling dat uitdrukkelijk toestaat. De Hoge Raad stelt vast dat een dergelijke wettelijke bepaling voor NOW-geschillen ontbreekt. De NOW-regelgeving kent geen cassatiemogelijkheid, zodat de Hoge Raad geen rechtsmacht heeft om inhoudelijk te oordelen. Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Wel wordt het door de belanghebbende betaalde griffierecht terugbetaald. Deze beslissing heeft geen inhoudelijke gevolgen voor de NOW-aanspraak van de belanghebbende, maar verduidelijkt wel definitief dat de cassatierechter in dit type geschillen geen rol speelt. Voor NOW-procedures geldt daarmee dat het bestuursrechtelijke stelsel van bezwaar en (hoger) beroep de enige weg is, zonder aanvullende cassatiemogelijkheid bij de Hoge Raad. Dit is een procedureel arrest zonder nieuwe materiële rechtsregels, dat bestaande bevoegdheidsgrenzen bevestigt.