Erkenning vernietigd: kind wil niet langer juridische vader kennen
ECLI:NL:RBDHA:2026:19686, Rechtbank Den Haag, 16-06-2026, C/09/694297 / FA RK 25-8437
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vernietiging erkenning. Onmogelijk om aan te tonen dat de erkenner niet de biologische vader is. Vernietiging op grond van artikel 8 EVRM.
Kern van de zaak
Een moeder en een bijzondere curator (namens de minderjarige) verzochten de rechtbank de erkenning van een kind te vernietigen. De man die het kind in 2015 erkende is niet de biologische vader; de moeder gaf destijds toestemming voor erkenning om het kind een vaderfiguur te geven. Na beëindiging van de relatie heeft het kind al jaren geen contact meer met de erkenner, die nu op onbekend adres in het buitenland verblijft.
Beslissing van de rechter
De rechtbank verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek, omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 1:205 lid 1 sub c BW. Het zelfstandige verzoek van de bijzondere curator op grond van artikel 1:205 lid 1 sub b BW wordt wel ontvangen en toegewezen: de erkenning uit 2015 wordt vernietigd, omdat dit in het belang van de minderjarige wordt geacht.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele familierechtelijke beschikking van een rechtbank van eerste aanleg zonder principieel nieuwe rechtsvragen; de uitkomst past binnen bestaande jurisprudentie over art. 1:205 BW en de rol van de bijzondere curator.
Belangrijkste punten
- 1Moeder niet-ontvankelijk: zij voldeed niet aan de voorwaarden van art. 1:205 lid 1 sub c BW voor vernietiging van erkenning op grond van niet-biologisch vaderschap.
- 2Bijzondere curator tijdig en zelfstandig ontvangen op grond van art. 1:205 lid 1 sub b BW als vertegenwoordiger van de minderjarige.
- 3Erkenner is aantoonbaar niet de biologische vader; moeder wist dit bij toestemming voor erkenning maar beoogde vaderfiguur voor kind.
- 4Kind (de minderjarige) heeft expliciet aangegeven de juridische band te willen verbreken: hij kent de man niet, heeft nooit contact gehad en wil diens achternaam niet dragen.
- 5De onmogelijkheid om biologisch vaderschap te weerleggen door afwezigheid van de erkenner in het buitenland speelde mee als feitelijke omstandigheid.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert dat een bijzondere curator een effectief rechtsinstrument is wanneer de moeder zelf niet ontvankelijk is voor vernietiging van erkenning, en bevestigt dat het belang van het kind doorslaggevend is bij de inhoudelijke beoordeling van art. 1:205 BW-verzoeken.
Praktische impact
Voor de minderjarige betekent vernietiging van de erkenning dat de juridische familierechtelijke band met de erkenner wordt doorgesneden, wat gevolgen heeft voor naam, erfrecht en gezag; de moeder blijft (vooralsnog) de enige juridische ouder.
Onderwerp-impact
In familierechtzaken waarbij de biologische vader onbekend of onvindbaar is, biedt de route via een bijzondere curator een praktische oplossing om toch vernietiging van een ongewenste erkenning te bewerkstelligen in het belang van het kind.
Samenvatting
In deze beschikking van de Rechtbank Den Haag van 16 juni 2026 stond centraal het verzoek tot vernietiging van de erkenning van een minderjarige jongen. De moeder had in 2015 toestemming gegeven voor erkenning door haar toenmalige partner, wetende dat hij niet de biologische vader was, omdat zij het kind een vaderfiguur wilde geven. Na het verbreken van de relatie in of rond 2018 heeft er geen contact meer plaatsgevonden tussen de erkenner en het kind. De erkenner verblijft sindsdien op een onbekend adres in het buitenland, waardoor het voor de moeder feitelijk onmogelijk is een DNA-bewijs te leveren. De moeder diende zelf een verzoek in op grond van artikel 1:205 lid 1 sub c BW, maar de rechtbank oordeelde dat niet voldaan was aan de daarvoor geldende vereisten, zodat zij niet-ontvankelijk werd verklaard. De bijzondere curator, aangesteld om de minderjarige te vertegenwoordigen, diende echter een zelfstandig en tijdig verzoek in op grond van artikel 1:205 lid 1 sub b BW. Dit verzoek werd inhoudelijk beoordeeld. De rechtbank wees het verzoek van de bijzondere curator toe en vernietigde de erkenning. Doorslaggevend was het belang van de minderjarige: de jongen weet dat de erkenner niet zijn biologische vader is, heeft geen herinneringen aan hem, verwacht hem nooit meer te zien en wil zijn achternaam niet langer dragen. De bijzondere curator concludeerde op basis van haar gesprekken met het kind dat vernietiging in zijn belang is. De beschikking legt daarmee de nadruk op de wil en het belang van het kind als centrale maatstaf bij de beoordeling van een verzoek tot vernietiging van erkenning, en bevestigt de rol van de bijzondere curator als zelfstandig procespartij wanneer de moeder de drempel voor ontvankelijkheid niet haalt.