Hoge Raad: WW-uitkering niet zomaar aftrekbaar van billijke vergoeding
ECLI:NL:HR:2026:193, Hoge Raad, 06-02-2026, 25/00576
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Billijke vergoeding, art. 7:671b lid 9, onder c, BW; in mindering brengen werkloosheidsuitkering, relevantie mogelijk verlies toekomstige aanspraken op WW-uitkering.
Kern van de zaak
Een werkneemster ontving een billijke vergoeding na ernstig verwijtbaar gedrag van haar werkgever. Het hof bracht de WW-uitkering waarop zij aanspraak kon maken in mindering op die vergoeding. De werkneemster ging in cassatie bij de Hoge Raad.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof: een WW-uitkering mag bij de begroting van de billijke vergoeding alleen in bijzondere omstandigheden in mindering worden gebracht. Het hof had dit miskend door de WW-uitkering zonder nadere motivering te verrekenen.
Impactscore
RichtinggevendDe Hoge Raad stelt een duidelijke rechtsregel over de verrekening van WW-uitkeringen met billijke vergoedingen, wat de rechtspraktijk in ontslagzaken landelijk beïnvloedt en lagere rechters bindt. De uitspraak is echter gebaseerd op reeds bestaande rechtspraaklijnen, wat een hogere score nuanceert.
Belangrijkste punten
- 1De billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar werkgeversgedrag strekt tot compensatie van de werknemer voor dat verwijtbaar handelen of nalaten.
- 2Bij de begroting kan rekening worden gehouden met gederfde looninkomsten, ander gevonden werk en redelijkerwijs te verwerven inkomsten.
- 3Een WW-uitkering mag alleen in bijzondere omstandigheden in mindering worden gebracht op de billijke vergoeding — niet als standaardregel.
- 4Het hof had onvoldoende inzicht gegeven in de omstandigheden die tot de hoogte van de vergoeding hebben geleid.
- 5De tekst van de uitspraak is fragmentarisch; de precieze beslissing en verdere motivering zijn niet volledig weergegeven.
Impactanalyse
Juridische impact
De Hoge Raad bevestigt en preciseert de norm dat WW-uitkeringen slechts in uitzonderlijke gevallen op de billijke vergoeding in mindering komen, wat de vrijheid van lagere rechters bij verrekening beperkt. Dit sluit aan bij en verduidelijkt de bestaande New Hairstyle-lijn inzake de begroting van billijke vergoedingen.
Praktische impact
Werknemers die een billijke vergoeding ontvangen na ernstig verwijtbaar ontslag lopen minder risico dat hun WW-aanspraken automatisch worden afgetrokken van de vergoeding, wat de feitelijke compensatie verhoogt. Werkgevers kunnen niet standaard de WW-uitkering als aftrekpost inroepen.
Onderwerp-impact
Voor arbeidsrechtpraktijk en ontslagprocedures biedt dit arrest duidelijkheid over de verrekenregels bij billijke vergoedingen, waardoor de onderhandelings- en procespositie van werknemers bij ernstig verwijtbaar ontslag wordt versterkt.
Samenvatting
In deze cassatieprocedure stond de vraag centraal of een WW-uitkering waarop een ontslagen werkneemster aanspraak kon maken, in mindering mocht worden gebracht op de aan haar toegekende billijke vergoeding. De werkneemster was ontslagen onder omstandigheden die als ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever werden aangemerkt. Het gerechtshof had de WW-uitkering bij de begroting van de billijke vergoeding verrekend, waartegen de werkneemster cassatieberoep instelde. De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof. Volgens vaste rechtspraak — de zogenoemde New Hairstyle-lijn — dient de rechter de billijke vergoeding te bepalen op een wijze die aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval, met als kern de compensatie van de werknemer voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Bij de begroting kan de rechter rekening houden met het loon dat de werknemer zou hebben verdiend als de arbeidsovereenkomst later was geëindigd, met ander werk dat de werknemer inmiddels heeft gevonden en de inkomsten daaruit, en met inkomsten die in de toekomst redelijkerwijs kunnen worden verworven. De Hoge Raad oordeelt echter uitdrukkelijk dat een WW-uitkering in dit kader alleen in bijzondere omstandigheden in mindering mag worden gebracht op de billijke vergoeding. Het hof had dit miskend door de WW-uitkering zonder bijzondere motivering te verrekenen. Daarmee schoot het hof ook tekort in zijn motiveringsplicht: de rechter dient inzicht te geven in de omstandigheden die tot de hoogte van de vergoeding hebben geleid. Deze uitspraak heeft betekenis voor de gehele ontslagpraktijk: rechters kunnen WW-uitkeringen niet als standaard aftrekpost hanteren bij billijke vergoedingen wegens ernstig verwijtbaar werkgeversgedrag, hetgeen de rechtspositie van betrokken werknemers versterkt. Kanttekening: de beschikbare tekst van de uitspraak is fragmentarisch, waardoor de volledige motivering en het dictum niet volledig konden worden beoordeeld.