Cassatieberoep verworpen: eiseres geen schuldeiser in faillissement
ECLI:NL:HR:2026:1147, Hoge Raad, 03-07-2026, 25/01509
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Faillissementsrecht. Rechtspersonenrecht. Overgang rechtsverhouding door afsplitsing (art. 2:334a lid 3 BW) en cessie; nauwkeurigheid beschrijving vermogen (art. 2:334f lid 2 onder d BW). Belang bij cassatieberoep. Samenhang met zaak 25/01510.
Kern van de zaak
Eiseres stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak in een renvooiprocedure over het faillissement van Triskalion B.V. De kern van het geschil was of eiseres als schuldeiser kon worden aangemerkt in dat faillissement. Gelijktijdig liep een parallelle cassatiezaak (25/01510) over diezelfde kwestie.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verwerpt het principale cassatieberoep van eiseres omdat in de parallelle zaak (25/01510) onherroepelijk is vastgesteld dat zij geen schuldeiser is in het faillissement van Triskalion B.V. Nu eiseres geen schuldeiser is, heeft zij geen belang bij dit cassatieberoep. Eventuele Unierechtelijke vragen zijn daarmee niet relevant voor de uitkomst.
Impactscore
LaagDe uitspraak is procedureel van aard en beslist op grond van gebrek aan belang; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord. De zaakspecifieke omstandigheid dat eiseres geen schuldeiser blijkt te zijn, maakt dit een feitelijk eindarrest zonder richtinggevende werking.
Belangrijkste punten
- 1De Hoge Raad behandelt twee samenhangende cassatiezaken (25/01509 en 25/01510) op dezelfde dag.
- 2In zaak 25/01510 is onherroepelijk vastgesteld dat eiseres geen schuldeiser is in het faillissement van Triskalion B.V.
- 3Door het ontbreken van schuldeisersstatus heeft eiseres geen belang bij het cassatieberoep in onderhavige zaak (25/01509).
- 4Unierechtelijke vragen die het middel opwerpt, worden niet behandeld nu zij niet relevant zijn voor de uitkomst.
- 5Het voorwaardelijk incidentele beroep behoeft geen behandeling omdat geen van de klachten in het principale beroep slaagt.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het belang van het vereiste van procesbelang in cassatie: zonder hoedanigheid als schuldeiser ontbreekt de grondslag voor ontvankelijkheid van het beroep. Unierechtelijke vragen kunnen buiten beschouwing blijven als zij door gebrek aan belang niet relevant zijn voor de uitkomst.
Praktische impact
Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten (€ 10.708 totaal) en kan geen aanspraken meer geldend maken in het faillissement van Triskalion B.V. De zaak is hiermee definitief beslecht.
Onderwerp-impact
Voor faillissementsprocedures verduidelijkt deze uitspraak dat een schuldeiser die zijn hoedanigheid verliest in een renvooiprocedure, tevens zijn procesbelang verliest in daarmee samenhangende cassatieprocedures.
Samenvatting
In deze cassatieprocedure stond centraal of eiseres als schuldeiser kon worden aangemerkt in het faillissement van Triskalion B.V. en of zij daarmee procesbelang had bij haar cassatieberoep in een renvooiprocedure. De Hoge Raad behandelde op dezelfde dag twee nauw samenhangende zaken: de onderhavige zaak (25/01509) en de parallelle zaak 25/01510, die direct over de schuldeisersstatus van eiseres ging. In zaak 25/01510 verwierp de Hoge Raad op dezelfde datum het cassatieberoep van eiseres, waarmee onherroepelijk is komen vast te staan dat zij geen schuldeiser is in het faillissement van Triskalion B.V. Dit gegeven heeft directe gevolgen voor de onderhavige zaak: zonder schuldeisersstatus ontbreekt eiseres het vereiste procesbelang om in cassatie te klagen over de uitkomst van de renvooiprocedure. De Hoge Raad verwerpt daarom het principale cassatieberoep. De doorslaggevende overweging is dat een procespartij die geen enkel rechtens te beschermen belang heeft bij de uitkomst van een procedure, niet kan worden ontvangen in haar beroep. Eventuele vragen van Unierecht die het cassatiemiddel opwierp, zijn door dit gebrek aan belang niet relevant voor de uitkomst en worden dan ook niet inhoudelijk behandeld. Het voorwaardelijk incidentele beroep – ingesteld onder de voorwaarde dat een of meer klachten in het principale beroep zouden slagen – behoeft evenmin behandeling. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Cumberland, begroot op € 8.508 aan verschotten en € 2.200 voor salaris. De uitspraak is procedureel van aard en schept geen nieuw recht; zij illustreert het fundamentele vereiste van procesbelang als ontvankelijkheidsdrempel in cassatie.