Hof benoemt twee bijzondere curatoren voor kind met twee moeders
ECLI:NL:GHSHE:2026:607, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-03-2026, 200.345.105/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vaststellen hoofdverblijfplaats. Duo-benoeming bijzondere curatoren.
Kern van de zaak
Een kind woont bij zijn juridische moeder (moeder 2) maar heeft ook een biologische moeder (moeder 1) en een biologisch broertje. In hoger beroep moet het hof bepalen wat de beste hoofdverblijfplaats voor het kind is, waarbij de belangen van het kind centraal staan.
Beslissing van de rechter
Het hof benoemt twee bijzondere curatoren (een mediator en een familierechtsspecialist) die binnen acht weken gezamenlijk verslag moeten uitbrengen over de ontwikkelperspectieven en optimale verblijfsituatie van het kind. De zaak is aangehouden tot 23 april 2026 in afwachting van dit verslag; iedere verdere beslissing wordt voorbehouden.
Impactscore
LaagHet betreft een procesbeslissing in een individuele familiezaak zonder nieuwe rechtsnormen; de benoeming van bijzondere curatoren is een bekende en wettelijk verankerde praktijk, al is de bijzondere gezinssamenstelling feitelijk interessant.
Belangrijkste punten
- 1Twee bijzondere curatoren worden benoemd om de belangen van het kind onafhankelijk te vertegenwoordigen en te onderzoeken
- 2De curatoren moeten onderzoeken wat de beste hoofdverblijfplaats is: bij de biologische moeder of bij de juridische moeder
- 3Relevante factoren zijn onder meer de band met het biologische broertje, de feitelijke verzorgingssituatie, en de openheid van beide moeders voor contact met de ander
- 4Alle partijen (beide moeders en de Raad voor de Kinderbescherming) stemden in met de benoeming van de voorgestelde curatoren
- 5Het hof houdt alle verdere beslissingen aan totdat het gezamenlijke rapport van de curatoren is ontvangen
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de toepassing van art. 1:250 BW inzake bijzondere curatoren in complexe familiezaken waarbij de belangen van het kind mogelijk botsen met die van beide ouders. De benoeming van twee curatoren tegelijk is relatief uitzonderlijk en benadrukt de complexiteit van samengestelde gezinssituaties.
Praktische impact
Voor het kind en beide moeders betekent dit dat de definitieve beslissing over de hoofdverblijfplaats wordt uitgesteld; de curatoren zullen het kind horen en de thuissituaties onderzoeken, wat direct ingrijpt in het leven van alle betrokkenen.
Onderwerp-impact
In zaken rondom bijzondere familierechtelijke gezinssituaties (twee juridische moeders, biologische en juridische banden door draagmoederschap of andere constructies) bevestigt dit de rechterlijke praktijk om onafhankelijke vertegenwoordiging voor het kind in te zetten bij complexe hoofverblijfplaatskwesties.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de hoofdverblijfplaats van een minderjarig kind centraal. Het kind heeft twee moeders: een biologische moeder (moeder 1) bij wie ook zijn biologische broertje woont, en een juridische moeder (moeder 2) bij wie hij feitelijk opgroeit. De juridische vraag is welke verblijfplaats het meest in het belang van het kind is, rekening houdend met zijn ontwikkeling, zijn banden met beide moeders en zijn broertjes, en de feitelijke zorgsituatie in beide huishoudens. Het hof had in een eerdere beschikking van 29 januari 2026 al overwogen dat benoeming van bijzondere curatoren aangewezen was vanwege de complexiteit van de zaak. In de onderhavige beschikking van 5 maart 2026 worden daadwerkelijk twee bijzondere curatoren benoemd: Y. Sterenborg-Meekes (mediator, Hengelo) en mr. E.J.A. Roeleven (familierecht en mediation, Heerlen). Beide moeders en de Raad voor de Kinderbescherming stemden in met deze benoeming. De curatoren krijgen een breed onderzoeksmandaat. Zij dienen onder meer te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de ontwikkeling van het kind als de huidige situatie voortduurt, wat de toekomstperspectieven zijn in beide woonplaatsen, hoe de feitelijke zorgsituatie eruitziet, en welke rol de openheid van de moeders jegens elkaar speelt. Ook de positie van het juridische halfbroertje wordt meegenomen. De curatoren moeten binnen acht weken gezamenlijk schriftelijk verslag uitbrengen en een gezamenlijk standpunt innemen over de verzoeken. De zaak is aangehouden tot 23 april 2026. Het hof behoudt zich alle verdere beslissingen voor. Deze tussenbeschikking heeft geen zelfstandige rechtsnormerende waarde, maar bevestigt de rechterlijke aanpak bij complexe gezinssamenstellingen.