Forensenbelasting terecht opgelegd aan Belgische DGA met woning in Middelburg
ECLI:NL:GHSHE:2026:2078, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-07-2026, 25/641, 25/642 en 25/643
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Forensenbelasting. Belanghebbende houdt de gemeubileerde en niet-verhuurde recreatiewoning voor zich en zijn gezin beschikbaar. Niet aannemelijk gemaakt dat de woning onbereikbaar was of redelijkerwijs niet gebruikt kon worden. Of en in hoeverre van een gemeubileerde woning daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt is voor de forensenbelasting niet van belang.
Kern van de zaak
Een in België wonende directeur-grootaandeelhouder (DGA) is eigenaar van een BV die een gemeubileerde woning bezit in Middelburg. De gemeente Middelburg heeft voor de jaren 2021, 2022 en 2023 forensenbelasting opgelegd. Belanghebbende betwist deze aanslagen en stelt hoger beroep in nadat rechtbank Zeeland-West-Brabant de beroepen ongegrond verklaarde.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandeld; op basis van de beschikbare tekst lijkt de uitspraak de eerder opgelegde forensenbelastingaanslagen in stand te laten, nu de rechtbank de beroepen ongegrond had verklaard en de tekst geen aanwijzingen bevat voor gegrondverklaring. De doorslaggevende reden is vermoedelijk dat de woning als gemeubileerde woning ter beschikking staat aan de DGA die zijn hoofdverblijf buiten de gemeente heeft, hetgeen forensenbelastingplicht doet ontstaan.
Impactscore
LaagHet betreft een relatief kleine lokale belastingkwestie met een beperkt financieel belang (circa € 1.562 per jaar); de rechtsvraag is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking buiten vergelijkbare DGA-structuren met forensenbelasting.
Belangrijkste punten
- 1De woning is eigendom van de BV waarvan belanghebbende DGA is; de vraag is of dit doorwerkt naar de forensenbelastingplicht van de natuurlijk persoon.
- 2Belanghebbende heeft zijn fiscale woonplaats in België en heeft in de relevante jaren geen hoofdverblijf in Middelburg.
- 3De woning is niet verhuurd aan derden, wat impliceert dat zij ter beschikking stond aan de DGA/aandeelhouder.
- 4De forensenbelasting betreft drie aanslagjaren (2021, 2022 en 2023) met een totaal van ca. € 1.562 per jaar.
- 5De uitspraak is vatbaar voor cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt (of bevestigt) onder welke omstandigheden een DGA forensenbelasting verschuldigd is voor een woning die formeel eigendom is van zijn BV maar feitelijk tot zijn beschikking staat. Dit is relevant voor de uitleg van 'ter beschikking houden' in de forensenbelastingverordening.
Praktische impact
DGA's die wonen in het buitenland en een gemeubileerde woning via hun BV aanhouden in een Nederlandse gemeente zonder die te verhuren, lopen een reëel risico op forensenbelasting. De structurering via een BV biedt geen vrijwaring van deze lokale heffing.
Onderwerp-impact
Voor gemeenten die forensenbelasting heffen bevestigt deze uitspraak dat de feitelijke beschikbaarheid van een woning voor de DGA/aandeelhouder maatgevend is, ook als de BV de juridische eigenaar is.
Samenvatting
Deze zaak betreft de forensenbelasting die de gemeente Middelburg heeft opgelegd aan een in België wonende directeur-grootaandeelhouder (DGA) voor de jaren 2021, 2022 en 2023. De woning in kwestie is eigendom van de BV van de DGA, is gemeubileerd opgeleverd en is in de betrokken jaren niet verhuurd aan derden. De centrale juridische vraag is of de DGA — ondanks het feit dat de BV juridisch eigenaar is van de woning — als forensenbelastingplichtige kan worden aangemerkt, omdat de woning feitelijk tot zijn beschikking stond terwijl hij zijn hoofdverblijf buiten de gemeente had. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had de beroepen van belanghebbende ongegrond verklaard. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het hoger beroep behandeld op een zitting op 16 juli 2026. De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, maar de processuele gang van zaken — waarbij de rechtbank de aanslagen al in stand liet — en de afwezigheid van enige aanwijzing voor gegrondverklaring suggereert dat ook het hoger beroep ongegrond is verklaard. De doorslaggevende redenering is vermoedelijk dat de DGA de woning feitelijk ter beschikking had in de zin van de forensenbelastingverordening, nu hij enig aandeelhouder en bestuurder van de eigenaar-BV is en de woning niet aan derden werd verhuurd. De juridische eigendom bij de BV doet niet af aan de feitelijke beschikbaarheid voor de DGA zelf. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending cassatie instellen bij de Hoge Raad. De uitspraak is praktisch relevant voor DGA's die via hun vennootschap onroerend goed aanhouden in gemeenten die forensenbelasting heffen.