JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1956Laag28/100

Moeder krijgt toestemming verhuizing ondanks gevolgen zorgregeling

ECLI:NL:GHSHE:2026:1956, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-07-2026, 200.358.105/01

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 23 juli 2026Publicatie: 23 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.358.105/01
Civiel recht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Zorgregeling
Ouderlijk Gezag
Artikel 1 253a Bw
Vervangende Toestemming
Verhuizing Kind

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

art. 1:253a lid 1 BW; vervangende toestemming verhuizing; hoofdverblijf; zorgregeling; kinderalimentatie.

Kern van de zaak

Gescheiden ouders met gezamenlijk gezag zijn het oneens over verhuizing van de moeder met hun minderjarige kind naar een andere woonplaats. De vader weigert toestemming, waarna de moeder vervangende toestemming bij de rechter vordert. De rechtbank Limburg verleende de vervangende toestemming, waartegen de vader in hoger beroep ging.

Beslissing van de rechter

Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank en verleent de moeder vervangende toestemming om met het kind te verhuizen naar haar nieuwe woonplaats. Doorslaggevend is dat de belangen van de moeder zwaarder wegen, mede vanwege het gedrag van de vader tijdens de relatie en het huwelijk, zoals onderbouwd met WhatsApp-berichten.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een toepassing van vaste rechtspraak op de specifieke feiten van een individuele zaak zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; de uitspraak heeft primair betekenis voor de direct betrokken partijen.

Belangrijkste punten

  • 1Op grond van artikel 1:253a BW beslist de rechter bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening, waaronder verhuizing van een kind.
  • 2De geldende 50/50-zorgregeling wordt door de verhuizing onmogelijk zodra het kind naar school gaat, maar dit weegt niet zwaarder dan de belangen van de moeder.
  • 3Het gedrag van de vader tijdens de relatie en het huwelijk, aangetoond via WhatsApp-berichten, speelt een doorslaggevende rol in de belangenafweging.
  • 4Hoewel het belang van de minderjarige een overweging van de eerste orde is, kunnen andere belangen – waaronder die van de verhuizende ouder – zwaarder wegen.
  • 5Het hof bevestigt de vastgestelde zorgregeling waarbij het kind in even weken bij de vader en in oneven weken bij de moeder verblijft.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste rechtspraak dat bij verhuizingsgeschillen een brede belangenafweging plaatsvindt en dat het belang van de minderjarige, hoewel van de eerste orde, niet absoluut doorslaggevend is. Het gedrag van een ouder tijdens de relatie kan zwaar meewegen bij de beoordeling van vervangende toestemming ex artikel 1:253a BW.

Praktische impact

De moeder mag met het kind verhuizen, maar de bestaande 50/50-zorgregeling wordt feitelijk onhoudbaar zodra het kind naar school gaat. De vader behoudt omgang in de even weken, maar zal met grotere afstanden en logistieke uitdagingen worden geconfronteerd.

Onderwerp-impact

Voor ouders in een vergelijkbare situatie bevestigt deze uitspraak dat aantoonbaar problematisch gedrag van een ex-partner tijdens de relatie kan bijdragen aan het toekennen van vervangende toestemming voor verhuizing, ook als dit ten koste gaat van een gelijkwaardige zorgverdeling.

Samenvatting

Deze zaak betreft een geschil tussen gescheiden ouders over de verhuizing van de moeder met hun minderjarige kind naar een andere woonplaats. Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, waardoor de moeder voor de wijziging van de woonplaats toestemming van de vader nodig heeft. De vader weigerde deze toestemming te geven, waarna de moeder vervangende toestemming vorderde op grond van artikel 1:253a lid 1 BW. De rechtbank Limburg (Roermond) wees deze vordering toe bij beslissing van 15 mei 2025 en stelde tevens de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder vast en een nieuwe zorgregeling. De vader tekende hoger beroep aan bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof past de vaste rechtspraak toe, waarbij alle omstandigheden worden meegewogen: het belang en de vrijheid van de verhuizende ouder, de mate van voorbereiding van de verhuizing, de aangeboden alternatieven, de leeftijd van het kind en de communicatiemogelijkheden tussen de ouders. Hoewel het belang van de minderjarige een overweging van de eerste orde vormt, staat vast dat de bestaande 50/50-zorgregeling onuitvoerbaar wordt zodra het kind naar school gaat. Dit nadeel voor het kind en de vader weegt het hof af tegen de belangen van de moeder. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank. Doorslaggevend is dat de belangen van de moeder in dit geval zwaarder wegen, waarbij het gedrag van de vader tijdens de relatie en het huwelijk een centrale rol speelt. De moeder heeft dit gedrag aangetoond via WhatsApp-berichten. Het hof oordeelt dat de moeder gelet hierop gerechtigd was de keuze voor verhuizing te maken. De zorgregeling waarbij het kind in even weken bij de vader en in oneven weken bij de moeder verblijft, blijft gehandhaafd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2768Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2768, Gerechtshof Den Haag, 03-09-2026, 200.349.078/01

Gerechtshof Den Haag3 sep 2026TransportDienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2492Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2492, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.314.267/01 en 200.320.485/01

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2767Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2767, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.355.771/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026KoopRetail
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied