Toegang tot schuldsanering geweigerd na online investeringen met bestemmingsgeld
ECLI:NL:GHSHE:2026:1484, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-06-2026, 200.368.124_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling ex artikel 288 lid 1 sub b en c Fw.
Kern van de zaak
Appellant vroeg toelating tot de WSNP met een schuldenlast van ruim €445.000, waaronder een preferente belastingschuld. De rechtbank weigerde toelating omdat appellant geld bestemd voor woningbouw en belastingbetalingen had aangewend voor online investeringen, zonder dat hij aannemelijk maakte hiertoe gedwongen te zijn.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is (vermoedelijk) ongegrond verklaard en de afwijzing van de schuldsaneringsregeling wordt bekrachtigd. De doorslaggevende reden is dat appellant niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van zijn schulden, nu hij doelbewust bestemmingsgeld heeft omgeleid naar speculatieve online investeringen zonder aantoonbare dwang of noodzaak.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele hoger-beroepsbeslissing van een gerechtshof in een standaard WSNP-toelatingszaak die bestaande jurisprudentie toepast; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels en heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke feitenconstellatie.
Belangrijkste punten
- 1Schuldenlast van €445.597,31 waaronder een preferente belastingschuld van €33.239,-
- 2Minnelijk traject mislukt door non-medewerking Rabobank en Belastingdienst, regresrecht op Rabobank-vordering en persoonsgebonden DUO-schuld ex-partner
- 3Toetsingsgronden artikel 288 lid 1 sub b en c Fw: geen goede trouw én twijfel aan nakoming verplichtingen
- 4Appellant wendde gelden bestemd voor woningbouw en belastingaanslagen aan voor online investeringen zonder aantoonbare dwang of bedreiging
- 5Rechtbank concludeert dat appellant uit vrije wil handelde; geen enkel stuk onderbouwt gedwongen handelen
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strenge toepassing van de goede-trouwtoets ex artikel 288 lid 1 sub b Fw: het omzetten van bestemmingsgeld naar speculatieve investeringen zonder objectief aantoonbare dwang leidt tot weigering van WSNP-toelating. Verklaringen over bedreiging of druk dienen met concrete stukken te worden onderbouwd.
Praktische impact
Appellant wordt de toegang tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ontzegd, waardoor hij geen schuldenvrije start via de WSNP kan maken en zijn schuldeisers hun vorderingen langs andere weg moeten incasseren. De persoonsgebonden DUO-schuld van de ex-partner compliceerde ook het minnelijk traject.
Onderwerp-impact
Voor schuldenaren met schulden die (deels) voortvloeien uit online investeringen of speculatieve activiteiten met toevertrouwd of geoormerkt geld, benadrukt deze uitspraak dat de WSNP geen vangnet biedt tenzij de onvrijwilligheid van het handelen aantoonbaar is gemaakt.
Samenvatting
In deze zaak verzocht appellant de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) op grond van de Faillissementswet. Zijn totale schuldenlast bedroeg ruim €445.000, waaronder een preferente belastingschuld van €33.239,-. Het minnelijk traject was eerder gestrand doordat Rabobank niet reageerde, de Belastingdienst medewerking weigerde, er een regresrecht op de Rabobank-vordering rustte en een persoonsgebonden DUO-schuld van zijn ex-partner niet kon worden meegenomen in het minnelijke akkoord. De rechtbank wees het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b en c Fw, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat appellant te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoekschrift. Appellant was in financiële problemen geraakt doordat hij gelden die bestemd waren voor de bouw van zijn woning en de betaling van belastingaanslagen had aangewend voor online investeringen. De rechtbank oordeelde dat niet aannemelijk was gemaakt dat hij hiertoe gedwongen was: uit geen enkel stuk bleek van bedreiging of druk, zodat de conclusie was dat appellant uit vrije wil had gehandeld. In hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd de beslissing van de rechtbank aan de orde gesteld. Op basis van de beschikbare tekst – die afbreekt vóór het dictum van het hof – lijkt het hof de redenering van de rechtbank te volgen en de afwijzing te bekrachtigen. De kern van de zaak is de strikte toepassing van de goede-trouwtoets: wie geoormerkte gelden omzet in speculatieve online investeringen zonder objectief aantoonbare dwang, kan geen aanspraak maken op de bescherming van de schuldsaneringsregeling.