WOZ-waarde bedrijfspand betwist in hoger beroep
ECLI:NL:GHSHE:2026:1447, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/867
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Wet WOZ. Een zonne-energieinstallatie, die is geplaatst op een dak van distributiecentrum, is een werk in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek, omdat de installatie naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. De installatie vormt geen samenstel met het dak van het distributiecentrum, omdat beide eigendommen niet dezelfde eigenaar of beperkt gerechtigde hebben,
Kern van de zaak
Een B.V. betwist de WOZ-beschikking en bijbehorende aanslag onroerendezaakbelastingen 2022 voor een bedrijfspand. Na ongegrondverklaring van bezwaar en beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst is alleen de procedurebeschrijving beschikbaar; de inhoudelijke beslissing van het hof is niet opgenomen in het aangeleverde fragment. De uitspraak dateert van 3 juni 2026 en is in het openbaar uitgesproken, maar de motivering en het dictum ontbreken in de verstrekte tekst.
Impactscore
LaagHet betreft een individueel WOZ-hoger-beroep zonder zichtbare precedentwerking; de inhoudelijke beslissing en motivering zijn bovendien niet beschikbaar in het verstrekte fragment, waardoor de werkelijke impact niet volledig beoordeeld kan worden.
Belangrijkste punten
- 1Geschil betreft de WOZ-waardebepaling van een bedrijfspand voor het jaar 2022 op grond van de Wet WOZ
- 2Zowel bezwaar als beroep bij rechtbank Zeeland-West-Brabant werden ongegrond verklaard
- 3Hoger beroep is ingesteld bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Team Belastingrecht
- 4Zitting vond plaats op 27 februari 2026; gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met zaak 24/868
- 5Tegen de uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzenddatum
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak betreft een individueel WOZ-geschil en heeft naar verwachting beperkte precedentwerking; de inhoudelijke rechtsoverwegingen zijn niet beschikbaar in het aangeleverde fragment.
Praktische impact
Voor belanghebbende B.V. is de uitkomst van direct financieel belang omdat de WOZ-waarde de grondslag vormt voor de aanslag onroerendezaakbelastingen 2022; bij bekrachtiging van de lagere uitspraken blijft de vastgestelde waarde en de daarbij horende belastingaanslag in stand.
Onderwerp-impact
Dit geschil illustreert het belang van een correcte WOZ-waardebepaling voor bedrijfspanden en de mogelijkheden die eigenaren hebben om die waarde in rechte te betwisten via bezwaar, beroep en hoger beroep.
Samenvatting
In deze belastingprocedure staat de WOZ-waardebepaling van een bedrijfspand aan het adres [adres] te [plaats] centraal voor het belastingjaar 2022. De heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) een waarde vastgesteld en op basis daarvan een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd. Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft die waarde betwist en bezwaar ingediend. Nadat de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaarde, heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. Hierop is hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026, waarbij meerdere gemachtigden namens belanghebbende aanwezig waren en een pleitnota werd voorgelezen. De zaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met een verwante zaak (24/868). De uitspraak is op 3 juni 2026 in het openbaar gedaan. Het aangeleverde fragment bevat echter uitsluitend de procedurele gang van zaken en de rechtsmiddelenverwijzing; de inhoudelijke overwegingen en het dictum van het hof ontbreken. Hierdoor kan geen volledig oordeel worden gegeven over de uitkomst en de doorslaggevende motivering. Wat wel vaststaat, is dat tegen de uitspraak van het hof binnen zes weken beroep in cassatie kan worden ingesteld bij de Hoge Raad. Gelet op het individuele karakter van dit WOZ-geschil en het ontbreken van de inhoudelijke beslissing in het fragment, is de bredere juridische impact vooralsnog beperkt in te schatten.