Wajong-aanvraag afgewezen wegens onvoldoende medisch bewijs arbeidsongeschiktheid
ECLI:NL:CRVB:2026:588, Centrale Raad van Beroep, 13-05-2026, 25/519 WAJONG
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Weigering om terug te komen van het besluit tot weigering een Wajong-uitkering toe te kennen. Laattijdige aanvraag. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. Geen toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak in de periode van het achttiende tot het 23e jaar.
Kern van de zaak
Een vrouw geboren in 1978, gediagnosticeerd met depressie, angststoornis, ADHD en PTSS, vraagt voor de tweede keer een Wajong-uitkering aan. Het UWV weigert terug te komen op het eerdere afwijzingsbesluit uit 2015, omdat niet aangetoond kan worden dat zij op haar zeventiende en achttiende verjaardag arbeidsongeschikt was. Appellante gaat hiertegen in bezwaar en beroep.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep lijkt ongegrond te zijn verklaard; het UWV heeft terecht geweigerd terug te komen op het besluit van 2015. De doorslaggevende reden is dat er onvoldoende medische informatie beschikbaar is om de belastbaarheid van appellante op de voor de Wajong relevante peildatum (zeventiende en achttiende verjaardag) vast te stellen.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele zaak over toepassing van bekende Wajong-jurisprudentie rondom de peildatum en bewijslast; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak is beperkt van precedentwaarde.
Belangrijkste punten
- 1Eerste Wajong-aanvraag uit 2014 werd in 2015 afgewezen omdat appellante na haar achttiende meer dan een jaar had gewerkt op minimumloonniveau; daartegen is geen bezwaar gemaakt.
- 2Tweede aanvraag uit 2022 betreft een verzoek om terug te komen op het besluit van 2015 op grond van nieuwe medische informatie (diagnoses uit 2008).
- 3De verzekeringsarts bezwaar en beroep oordeelt dat er onvoldoende medische informatie beschikbaar is om de belastbaarheid op de peildatum (17e en 18e verjaardag) vast te stellen.
- 4Het UWV beoordeelt zowel de belastbaarheid op grond van de AAW als eventuele aanspraken wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 1a:1 lid 2 Wajong.
- 5Het feit dat appellante ten tijde van de tweede aanvraag geen arbeidsvermogen heeft, is niet bepalend voor de Wajong-aanspraak die terugkijkt naar de situatie rond de 18e verjaardag.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij een verzoek om herziening van een Wajong-besluit de bewijslast voor arbeidsongeschiktheid op de relevante peildatum bij de aanvrager ligt, en dat recente medische diagnoses onvoldoende zijn als de situatie op de historische peildatum niet objectief medisch vastgesteld kan worden.
Praktische impact
Voor appellante betekent dit dat zij geen Wajong-uitkering ontvangt ondanks vastgestelde psychiatrische aandoeningen; zij dient eventueel een beroep te doen op andere sociale voorzieningen zoals de Participatiewet.
Onderwerp-impact
Deze uitspraak onderstreept de hoge drempel voor het met terugwerkende kracht aantonen van arbeidsongeschiktheid bij de Wajong, met name voor personen wier klachten pas later medisch zijn gedocumenteerd.
Samenvatting
Deze zaak betreft een vrouw geboren in 1978 die voor de tweede keer een Wajong-uitkering aanvraagt. Haar eerste aanvraag werd in januari 2015 afgewezen omdat zij na haar achttiende verjaardag gedurende meer dan een jaar had gewerkt en daarmee ten minste het minimumloon had verdiend. Zij maakte geen bezwaar tegen dit besluit. In juni 2022 diende zij een nieuwe aanvraag in, waarbij zij verwees naar psychiatrische diagnoses die in december 2008 waren gesteld, waaronder een depressie, angststoornis, ADHD en PTSS. Het UWV verrichtte opnieuw een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek en stelde vast dat appellante weliswaar ten tijde van de aanvraag geen arbeidsvermogen had, maar dat dit niets zegt over de situatie op de voor de Wajong relevante peildatum. Het UWV weigerde in augustus 2022 terug te komen op het eerdere besluit. Het bezwaar daartegen werd in april 2024 ongegrond verklaard. De centrale juridische vraag is of er voldoende medisch bewijs bestaat dat appellante op haar zeventiende en achttiende verjaardag arbeidsongeschikt was in de zin van de AAW, dan wel of zij aanspraken kan ontlenen aan de regeling voor toegenomen arbeidsongeschiktheid ex artikel 1a:1 lid 2 Wajong. De verzekeringsarts bezwaar en beroep oordeelt dat de beschikbare medische informatie ontoereikend is om de belastbaarheid op die historische peildata vast te stellen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van het UWV. De uitspraak illustreert de hoge bewijsdrempel die geldt bij retrospectieve beoordeling van arbeidsongeschiktheid in Wajong-zaken, waarbij actuele beperkingen onvoldoende zijn om aanspraken op de uitkering te onderbouwen.