Vakbonden verliezen strijd tegen pensioenverschraling na bedrijfsovername
ECLI:NL:GHSHE:2026:105, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-01-2026, 200.345.011_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Pensioenrecht; collectieve actie; overgang van onderneming; is sprake van een misbruikconstructie met als doel de middelloonregeling om te zetten in een inferieure pensioenregeling?; Buiten toepassing laten van artikel 7:644 lid 1 onder a. BW?
Kern van de zaak
Vakbonden voerden collectieve actie tegen XPO III na overgang van onderneming, waarbij circa 800 werknemers hun gunstige middelloonpensioenregeling zouden verliezen. De bonden stelden dat XPO III via een misbruikconstructie de betere pensioenregeling omzeilde door de eigen, inferieure pensioenregeling toe te passen. XPO III betwistte dit en stelde rechtsgeldig gebruik te maken van de uitzonderingsbepaling in artikel 7:664 lid 1 sub a BW.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de vakbonden af. De doorslaggevende reden is dat het hof, evenals de rechtbank, geen sprake acht van een misbruikconstructie en XPO III op grond van artikel 7:664 lid 1 sub a BW gerechtigd is de eigen pensioenregeling toe te passen na de overgang van onderneming.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een relevante bevestiging van de toepassingsruimte van art. 7:664 BW in de context van pensioenverschraling, maar is een hoger beroepsbeslissing die de bestaande rechtslijn volgt zonder nieuwe rechtsregels te stellen. De impact op een grote groep werknemers en de collectieve actiedimensie geven enig gewicht.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 7:664 lid 1 sub a BW staat de verkrijger na overgang van onderneming toe de eigen pensioenregeling te handhaven in plaats van de oude regeling voort te zetten.
- 2Vakbonden stelden dat sprake was van een misbruikconstructie gericht op verslechtering van de pensioenrechten van circa 800 werknemers.
- 3Het hof volgt de rechtbank en wijst de stelling van misbruik van bevoegdheid af.
- 4De vakbonden worden als verliezende partijen hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
- 5De collectieve actie door vakbonden ex artikel 3:305a BW werd inhoudelijk niet gehonoreerd.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de reikwijdte van de pensioenuitzondering bij overgang van onderneming (art. 7:664 lid 1 sub a BW) en stelt een hoge drempel voor het aannemen van misbruik van die bevoegdheid. Dit biedt overnemende partijen juridische ruimte om hun eigen pensioenregeling door te voeren, ook als die minder gunstig is voor werknemers.
Praktische impact
De circa 800 betrokken werknemers behouden geen recht op de gunstigere middelloonregeling en vallen onder de pensioenregeling van XPO III. De vakbonden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van ruim €2.190,-.
Onderwerp-impact
Bij toekomstige bedrijfsovernames in de logistieke en transportsector kunnen overnemende partijen zich beroepen op deze uitspraak om pensioenregelingwijzigingen door te voeren, wat de onderhandelingspositie van vakbonden bij cao-onderhandelingen over pensioen bij overnames verzwakt.
Samenvatting
Deze zaak betreft een collectieve actie die door vakbonden werd ingesteld tegen XPO III, een logistiek bedrijf dat deel uitmaakt van het GXO-concern. Na de overgang van onderneming in december 2018 paste XPO III haar eigen pensioenregeling toe op circa 800 overgenomen werknemers, in plaats van de voor werknemers gunstigere middelloonregeling voort te zetten die zij eerder hadden. De vakbonden stelden dat XPO III hiermee misbruik maakte van de in artikel 7:664 lid 1 sub a BW opgenomen uitzondering, die de verkrijger bij overgang van onderneming toestaat de eigen pensioenregeling te handhaven. Volgens de bonden was de overgang van onderneming opgezet als constructie met als enig of voornaamste doel de pensioenverschraling te bewerkstelligen, wat neerkomt op misbruik van bevoegdheid of recht. De rechtbank wees de vorderingen van de bonden af, oordelend dat van een misbruikconstructie geen sprake was. In hoger beroep handhaaft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dit oordeel. Het hof heeft de feiten zelfstandig vastgesteld, maar komt inhoudelijk tot dezelfde conclusie: XPO III heeft rechtmatig gebruik gemaakt van de pensioenuitzondering bij overgang van onderneming. De stellingen van de vakbonden over misbruik worden niet gevolgd. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. De vakbonden worden als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Juridisch gezien bevestigt deze uitspraak dat de drempel voor het aannemen van misbruik bij toepassing van artikel 7:664 lid 1 sub a BW hoog ligt, en dat overnemende ondernemingen in beginsel de bevoegdheid hebben hun eigen pensioenregeling in te voeren, ook wanneer die voor werknemers minder voordelig uitpakt. Dit heeft relevantie voor de arbeids- en pensioenpraktijk bij bedrijfsovernames.